Ongrijpbaar verhaal van Mylene d'Anjou

Het openingslied van Hemelse mother, de nieuwe solo van Mylene d'Anjou, gaat over een artieste met ambities. “Mama, ik wil erbij, op de sterrengalerij', zingt ze. Dat laat zich denken, want haar carriere speelt zich tot dusver nog in het kleinere theatercircuit af - ondanks opvallend ensemble-werk en haar vorige programma Platina, dat mooi het midden hield tussen cabaret en toneel.

Ze is een zangeres met een sterke stem, die ook in de intiemere voordracht indruk maakt, en een geoefend comedienne die veel verschillende typeringen op haar repertoire heeft.

Hemelse mother, geschreven door Mylene d'Anjou en George van Houts brengt die talenten samen in een vlechtwerk van tekst en muziek, ernst en komedie. De vertelling begint met een Maria-verschijning uit 1917 maakt vervolgens gewag van geheimzinnige verschijningen in het dagelijks bestaan van de ik-figuur en mondt uit in het relaas over een leger van vrouwen uit de wereldgeschiedenis die de eeuwige vrede willen bevechten. De gave, sfeervolle liedjes werden er harmonisch in verwerkt, en worden bluesy begeleid door Wim Boor (toetsen en accordeon) en tekstdichter Jeroen Zijlstra (trompet en gitaar).

Maar hoe bedreven Mylene d'Anjou ook contact weet te leggen met het publiek - het is een gekunsteld en nogal ongrijpbaar verhaal dat ze hier te vertellen heeft. In de monologen wordt veel overhoop gehaald, over Eva Braun en Jackie Kennedy een overleden moeder en een pretentieus opera-libretto, maar lang niet alles snijdt hout. Er wordt, geloof ik, veel bedoeld, maar er blijft te veel in de lucht hangen. Recht doet deze voorstelling haar in elk geval niet.