Justitie volgt deskundigen bij euthanasie; Toetsing door commissie

Het openbaar ministerie zal zich in beginsel aansluiten bij het oordeel van de toetsingscommissie waar artsen euthanasie moeten melden. Alleen in bijzondere gevallen zal het OM daarvan afwijken.

Dit blijkt uit de aanwijzing die het college van procureurs-generaal heeft gepubliceerd voor de vervolging van artsen die euthanasie hebben gepleegd of hebben geholpen bij zelfdoding.

De aanwijzing was nodig omdat op 1 november de vijf regionale toetsingscommissies met hun werk beginnen. Deze commissies, die elk bestaan uit een arts, ethicus en jurist, gaan na of de arts heeft voldaan aan de vereisten van zorgvuldigheid. De verwachting is dat meer artsen euthanasie zullen melden, als ze dit bij zo'n commissie kunnen doen en niet meer in plaats daarvan afhankelijk zijn van het OM.

Als de commissie meent dat de arts zorgvuldig heeft gehandeld, zal het OM in beginsel dit oordeel volgen en afzien van vervolging, zo luidt de aanwijzing van het college. Alleen als het daarvoor gegronde redenen kan aanvoeren zal het wel vervolgen. Zo'n reden kan een grensverleggende zaak zijn waarover het oordeel van een rechter wenselijk is. Volgens de aanwijzing zal het OM niet altijd gaan vervolgen als de commissie van oordeel is dat de behandelende arts onzorgvuldig heeft gehandeld.

Er is geen behoorlijke reden voor vervolging als bijvoorbeeld blijkt dat geen tweede arts is geraadpleegd of als er medisch niet geheel correct is gehandeld. In die gevallen is het zinvol als de inspecteur voor de gezondheidszorg een 'goed gesprek' met de betrokken arts voert.

Het openbaar ministerie komt wel in actie als, bijvoorbeeld doordat is nagelaten een andere arts te raadplegen, onvoldoende kan worden aangetoond dat er sprake was van 'uitzichtloos en ondraaglijk lijden' bij degene op wie euthanasie is toegepast.