Getuigen

Gerard Spong schreef (NRC Handelsblad, 21 oktober) een buitengewoon geleerd stuk over de woede die in hem opwelde toen bleek dat het OM toestond dat getuigen in de beroepszaak tegen Etienne U. werden getraind.

Hij begint zijn stuk met een verwijzing naar mijn opmerking dat zijn verontwaardiging 'nogal hypocriet' is. Toch slaagt hij er niet in in dit stuk de essentie van het probleem te vatten. Sterker: zijn stuk roept meer vragen op dan het beantwoordt. Trainen advocaten zelf nu wel of geen getuigen, net als de politie en het OM? Is de woede van de bewierookte strafpleiter hypocriet of oprecht? Spongs antwoord is gehuld in dikke mist.

Het delicate van de 'beroepszaak-U.' is dat de politie getuigen voorbereidde op het verhoor die waren opgeroepen door de verdediging en dat deze getuigen behoorden tot de eigen gelederen. Dit laatste punt is cruciaal, maar wordt door Spong over het hoofd gezien. Natuurlijk heeft hij gelijk als hij zegt dat de procespartijen elkaars getuigen niet mogen benaderen of beinvloeden, maar hier ging het om een situatie waarin het naleven van deze regel onmogelijk was. Overigens, dat Spong zo stellig meent te weten dat er wel degelijk advocaten zijn veroordeeld wegens het uitlokken van meineed bij getuigen (hij mag nimmer zeggen welke, want dat zou niet confraterneel zijn), toont slechts aan dat ook de advocatuur op dit punt vuile handen heeft (al zal het in deze gevallen gaan om de eigen getuigen).

Tot slot: er zit nog een vervelend kantje aan Spongs al dan niet hypocriete verontwaardiging. Spong wilde de politiegetuigen namelijk doorzagen over de vermeende onrechtmatigheid van gebruikte opsporingsmethoden. Dit is zo langzamerhand een dodelijk vervelend stokpaardje aan het worden van 's lands 'briljante strafpleiters'. Het is niet meer dan logisch dat de politie zich wapent tegen de uiterst agressieve vragenvuren over de datum waarop een telefoontap werd aangelegd of de toestemming voor het inzetten van een politie-infiltrant. Spongs gejammer doet een beetje denken aan dat van een kind van wie het lievelingsspeelgoed wordt afgepakt.