FISCUS

Kosten van opvang in een kinderverblijf kunnen soms als buitengewone last worden afgetrokken via de aangifte voor de inkomstenbelasting. De belastingdienst wil wel facturen zien.

Werknemers Een werknemer die voor de fiscale aftrek van kinderopvang als 'buitengewone last' van de loon- en inkomstenbelasting in aanmerking wil komen, moet over 1998 ten minste 7.101 gulden hebben verdiend en het kind of de kinderen mogen niet ouder zijn dan twaalf jaar. Een eventuele echtgeno(o)te of partner moet eveneens een inkomen uit arbeid van minimaal 7.101 gulden hebben.

De kosten kunnen alleen worden afgetrokken als het gaat om kinderopvang door een erkende instelling of om een persoon of gastgezin die als zodanig door de gemeente of een gastouderbureau zijn erkend. De kosten zijn bovendien alleen boven een bepaald bedrag aftrekbaar; er is een 'drempel' die hoger is naarmate het inkomen hoger is. Hoe hoger het inkomen, hoe lager de aftrek dus is.

De hoogte is verder afhankelijk van het aantal dagen en uren per week waarop het kind wordt opgevangen en van een eventuele vergoeding door de werkgever. Uitgaven boven de 10.623 gulden zijn niet aftrekbaar. Meer informatie: Belastingtelefoon, 08 00 05 43. Internet: www.belastingdienst.nl/ 9229297/t/blkopvn.htm

Werklozen en arbeidsongeschikten

De fiscale regeling bij kinderopvang die voor werknemers geldt, is de eerste twaalf maanden nadat zij met werken zijn gestopt onder dezelfde voorwaarden ook van toepassing voor werklozen en arbeidsongeschikten.

Werkgevers

Werkgevers die kosten maken voor de kinderopvang van hun werknemers kunnen twintig procent daarvan aftrekken van de loonbelasting die zij moeten afdragen. De werknemer merkt daar niets van omdat hij zelf wel hetzelfde bedrag aan loonbelasting blijft betalen. Als de werkgever vennootschapsbelasting betaalt, mogen de kosten van kinderopvang van de winst worden afgetrokken.

Meer informatie: Belastingtelefoon voor ondernemers, 08 00 04 43.

Meer aftrek

De fiscale voordelen worden voor ouders en werkgevers verruimd. Voor 1999 heeft het kabinet daarvoor een bedrag beschikbaar gesteld van 25 miljoen gulden. Dit loopt jaarlijks op, tot 150 miljoen in 2002. De regelingen voor kinderopvang zullen worden vastgelegd in een nieuw te vormen Wet Basisvoorziening Kinderopvang. Daarin komen onder meer de financiering van de kinderopvang, kwaliteitseisen en toezicht daarop vast te liggen.

Subsidies

Iedere ouder kan in aanmerking komen voor subsidie voor een kinderopvangplaats. Sinds 1996 bepalen de gemeenten wie subsidie krijgt en niet de rijksoverheid. Veel gemeenten voeren een eigen voorkeursbeleid: doelgroepen komen eerder in aanmerking voor een gesubsidieerde plek.

Alleenstaande moeders, allochtonen en laagverdieners kunnen dan eerder op een plaats rekenen. Er is een landelijk geldende regel voor ouders in de bijstand. Als het kind vijf wordt, moet de ouder verplicht weer aan het werk of een opleiding gaan volgen.

Om dit te vergemakkelijken kunnen ze hun kind in een opvangcentrum plaatsen en de kosten daarvan vergoed krijgen.

Informatie over subsidies: Stichting BOinK (030) 2 31 79 14.