Elf studieboeken en veel praktijkles; OPLEIDINGEN

Wie kinderen wil opvangen, moet een diploma halen. Dus: LKC-onderwijs volgen of de opleiding Sociaal Pedagogisch Werk voltooien. Werk is er genoeg.

TALLOZE MONDJES heeft Ineke (48) gevoed, talloze billetjes schoongeveegd en talloze tranen gedroogd. Al achttien jaar werkt ze in een peuterspeelzaal en vangt ze als vrijwilligster kindertjes op in een buurthuis. Toch zit ze sinds een jaar een dag per week in de klas om het diploma 'LKC', 'leidster Kindercentra', te halen. Zonder diploma geen vaste aanstelling, geen doorstroommogelijkheden, geen toekomstperspectief.

De LKC-klas van Ineke aan het regionale opleidingscentrum in Amsterdam is divers van samenstelling. De een heeft zelf al volwassen kinderen, de ander komt net van de Mavo. Er is iemand die haar VWO niet afmaakte, daarna haar heil in de horeca zocht en nu naast deze opleiding ook psychologie studeert. De een komt uit Iran, de ander is Surinaams de derde is in Amsterdam geboren en er nooit weg geweest. Twee eigenschappen heeft iedereen gemeen: ze zijn van het vrouwelijk geslacht en ze zijn dol op kinderen. Of, zoals Madi (32) het verwoordt: “Waar geen kinderen zijn is het saai en stil. Ik ga liefst zelf mee van de glijbaan.'

Wie in de kinderopvang wil werken, heeft de keuze uit twee opleidingen op MBO-niveau. Behalve het tweejarige LKC-onderwijs, dat specifiek opleidt voor werk met kinderen van nul tot twaalf jaar, is er 'SPW', Sociaal Pedagogisch Werk. SPW duurt drie jaar. Daarmee kun je bijvoorbeeld ook in de gehandicaptenzorg, de jeugdhulpverlening of de ouderenzorg werken.

De achttien vrouwen uit de LKC-klas discussieren druk tijdens de wekelijkse theorieles onder leiding van docente Kitty Bongaards. Via de leerstof over Rudolf Steiner komen ze op hun eigen praktijk. Ten minste twintig uur per week werken ze alvast in een centrum voor kinderopvang.

“Tegenwoordig moet een kind van tweeeneenhalf per se al kunnen knippen', moppert de ervaren Ineke. “Ook al zit het liever een beetje te dromen, het moet en zal knippen. Ouders vragen aan het eind van de dag: 'Hebben ze niets gedaan?' Ze willen een werkje zien, een knutselopdracht.'

Iedereen is het erover eens: sinds steeds meer kinderen al voordat ze in de kleuterklas zitten in groepsverband worden opgevangen, moeten ze ineens op peuterleeftijd al kleuterdingen kunnen. Kleuren benoemen, een beetje tellen, hun eigen naam schrijven, bijvoorbeeld. “Laat een kind toch kind zijn', roept Debbie (19) boos. “Mij spreekt de Vrije School wel aan, zij zijn daar heel open in. Het gevoel is belangrijker dan het verstand.' Helen (33) gnuift: “Ik heb anders net op teletekst gelezen dat een of andere hooggeleerde ontdekt heeft dat kleuters best al kunnen leren lezen.'

Kitty Bongaards (49) benoemt in haar lessen 'dingen die haar leerlingen soms al jarenlang vanzelf doen'. Een kind zelf een lijmpot laten pakken komt neer op het “stimuleren van het zelfvertrouwen', de eigen rotzooi laten opruimen geeft verantwoordelijkheidsgevoel. Een groot deel van haar cursisten heeft zelf kinderen. “Er is weleens iemand vertwijfeld naar me toe gekomen. 'Ik doe al zeven jaar alles fout', zei ze.' Maar vrouwen als Ineke die ineens alsnog 'een papiertje' moeten halen, voelen zich vaak eindelijk bevestigd. Het diploma is een erkenning van hun werk, dat zowel lichamelijk als psychisch zwaar is. Een leidster in een kinderdagverblijf tilt per dag ongeveer evenveel als een bouwvakker.

In twee jaar tijd werken de cursisten elf boeken door. Opvoedtheorieen, -methoden en -stijlen komen aan de orde, maar bijvoorbeeld ook het contact met ouders.

“Een banaanhapje kan een hot item zijn', zegt Debbie. De leerlingen leren de kinderen die hun zijn toevertrouwd zo individueel mogelijk te benaderen. Deze werkwijze is in het pedagogisch beleidsplan van de meeste kinderdagverblijven terug te vinden. “Tja,' zegt iemand laconiek, “de een kan zelf poepen, de ander doet nog niet eens zelf haar broekje omlaag.'

Veel aandacht gaat uit naar culturele verschillen die de leerlingen in hun beroepspraktijk kunnen tegenkomen. De boeken staan vol opdrachten als 'Schrijf hoe er wordt opgevoed in de Marokkaanse Turkse, Surinaams Creoolse, Surinaams Hindoestaanse, Antilliaanse en Nederlandse cultuur. Noem belangrijke waarden en normen opvoedingsstijl en opvoedingsmiddelen, het rolpatroon, positie van de opvoeder en medeopvoeders, speelmateriaal.'

Vanaf het komend jaar bestaat de specifieke opleiding tot leidster in de kinderopvang niet meer. LKC gaat op in SPW, de brede opleiding Sociaal Pedagogisch Werk, waarin een aparte differentiatie kinderopvang komt. De cursisten raken zo flexibeler, breder inzetbaar op de arbeidsmarkt.

Wie voor de differentiatie kinderopvang kiest, krijgt binnen de driejarige opleiding waarschijnlijk een halfjaar lang exclusief les in het verzorgen en opvoeden van kinderen. Kitty Bongaards: “Er wordt bij voorbaat wat gesputterd: 'weten ze straks nog wel hoe een kind eruit ziet', dat soort opmerkingen. De stage kan namelijk ook op andere plekken plaatsvinden in een gevangenis bijvoorbeeld. Als je heel zeker weet dat je met kinderen wilt werken, voldoet het huidige LKC. Dat duurt tenslotte twee jaar in plaats van zes maanden. Maar er is wel wat te zeggen voor een bredere opleiding. Je kiest er dan niet meteen voor je leven lang tussen de babytjes te zitten, maar kunt bijvoorbeeld altijd ook nog terecht in de gehandicaptenzorg of als assistent in het basisonderwijs.'

In Zeeland wordt daar anders over gedacht. De stichting Scoop, het Zeeuws Instituut voor Zorg, Welzijn en Cultuur, deed een klein onderzoek naar de aansluiting tussen opleiding en praktijk in de kinderopvang. De opleiding SPW bleek in zijn huidige vorm niet te voldoen. Maar ook in de toekomstplannen zou te weinig ruimte uitgetrokken zijn voor pedagogiek en kinderverzorging.

Ex-cursisten wisten naar eigen zeggen de meest voor de hand liggende dingen niet. “Ik wist te weinig over slaapritmes en kinderziektes en heb zelf Ouders van Nu gehaald', zegt de een. “Het werk wordt onderschat, met name de verantwoordelijkheid die je hebt', zegt de ander. “Bijvoorbeeld een baby die zich om kan draaien, kun je niet alleen op de commode laten liggen.'

“Uit ons onderzoek blijkt dat het werk in de kinderopvang steeds meer eisen stelt', zegt Els Akkermans van Scoop. “De leidsters moeten behalve in pedagogiek ook goed ingevoerd zijn in management en organisatie. Het imago van de kinderopvang moet omhoog, het geldt nog te vaak als een makkelijk baantje. Verder zie je gebeuren dat stagiaires van de opleidingen gewoon meedraaien in de kinderdagverblijven. Ze worden niet goed begeleid. Bij een verbreding van de opleiding is niemand gebaat. Er zal dan juist niets verbeteren.'

Mikis Westerweel (30), adjunct-hoofd van particulier kinderdagverblijf 'De Bibelebontseberg' in de Amsterdamse Watergraafsmeer, onttrekt zich aan deze hele discussie. Niet alleen is hij een van de weinige mannen in de kinderopvang, hij is ook een van de weinigen met een HBO-opleiding. “Ik ben heel bevlogen', glimlacht hij, terwijl hij uitkijkt over de speelplaats vol minifietsjes. “In mijn vrije tijd denk ik terug aan wat de kinderen allemaal gezegd hebben.

Of hoe ze bij me komen schuilen als er een vreemde binnenkomt.'

Maar Westerweel koos voor de opleiding SPH, Sociaal Pedagogische Hulpverlening. “Lastige pubers trekken me ook, misschien heb ik het ooit wel gezien met de baby's.' Bij SPH loopt zelden iemand stage in de kinderopvang. Toch kon Westerweel ervaringen uitwisselen met zijn klasgenoten: “Parallellen zijn altijd wel te vinden. Groepsprocessen verlopen vaak volgens een vast patroon. En bejaardenwerkers hebben bijvoorbeeld ook zo hun lieverdjes, die ze niet mogen voortrekken.' Luiers omdoen, troosten en hapjes voeren kun je toch beter in de praktijk leren.

Zijn hoge opleiding maakt Westerweel niet overgekwalificeerd: “Er is werk genoeg. De vraag overstijgt het aanbod.' De lage verdiensten, rond de 2.000 gulden netto per maand vindt hij geen probleem. Zijn enthousiasme is aanstekelijk. Werken in de kinderopvang is eigenlijk ideaal voor iedereen met een sluimerende kinderwens. “Ik heb vijftien kinderen en 's avonds zit ik lekker alleen op de bank voetbal te kijken', lacht hij.