Elder calculerende dirigent

Gunter Wand (86) is onlangs bij het verlaten van een vliegtuig ongelukkig ten val gekomen en heeft daarom, evenals eerder deze maand Carlo Maria Giulini, zijn dirigeerbeurten bij het Koninklijk Concertgebouworkest moeten annuleren. De Engelse dirigent Marc Elder neemt deze week de honneurs waar met een gewijzigd programma. Geen Vijfde symfonie van Anton Bruckner, maar de Zesde van Dvorak en de Symfonische dansen van Rachmaninov.

De 51-jarige Elder heeft vooral naam gemaakt als operadirigent. In het Muziektheater leidde hij de reprise van Debussy's Pelleas et Melisande. Elder debuteerde aan het eind van de jaren zestig bij het festival van Wexford in Ierland en werd aansluitend chefassistent bij het Glyndebourne Festival en The Royal Opera Covent Garden. Hij dirigeerde in Bayreuth en was van 1979 tot 1993 Music Director van de English National Opera. Daarnaast is hij sinds een kleine tien jaar muziekdirecteur van het symfonieorkest van Rochester. Bij het Koninklijk Concertgebouworkest fungeerde hij al eerder als remplacant, toen hij twee jaar geleden te elfder ure Riccardo Chailly moest vervangen.

In het eerste van de vier concerten die Elder deze week in het Concertgebouw dirigeert, gaf hij voor de pauze vooral een visitekaartje af van bekwaam riskmanager. De hindernissen en de risico's in Rachmaninovs Symfonische dansen - en die zijn talrijk - werden nauwkeurig gecalculeerd, waardoor de dubbele maatstreep zonder kleerscheuren, maar ook zonder het echte vuur, zonder de vlammende Russische ziel, werd bereikt. Desondanks viel er in detail veel te genieten, zoals in die prachtige passage in het eerste deel waarin hoboist Werner Herbers zijn krolse tegenstem tegen de sonore solo van altsaxofonist Johan van der Linden schurkt of de dreigende koperakkoorden die de wals van het tweede deel zo'n navrante bijsmaak verlenen. Het strijkorkest kweet zich over de gehele linie goed van zijn taak. De lastige strijkerspartijen zijn niet zozeer het gevolg van de hoge eisen die Rachmaninov stelt, als wel van het feit dat de virtuoze violist Fritz Kreisler de partijen op diens verzoek onder handen heeft genomen.

Elder kwam hierdoor nauwelijks toe aan het kleuren van de strijkers. Dat lijkt ook niet zijn sterkste punt te zijn. Dat lijkt meer te liggen in het creeren en vasthouden van een atmosfeer, zoals in het robuuste openingsdeel van Dvoraks Zesde symfonie, waarin Elder veel meer uit zijn schulp kroop. Van het Adagio maakte Elder een roerend nachtstuk met weemoedige dansritmen die vanuit de verte de aandacht trekken. Het Scherzo is in de opvatting van Elder niet zozeer een furieuze dans als wel een luchtig gestemde Tsjechische huppelpas. Niet alle passages kwamen er haperingsvrij uit - neem de motiefjes die de verschillende orkestgroepen in de Finale als estafettestokjes aan elkaar doorgeven. Maar dat betreft details die in de volgende uitvoeringen zonder twijfel zullen worden gladgestreken.