Een schakel tussen school en thuis; Naschoolse opvang

Het naschoolse opvangcentrum De Kinderhoek houdt er een 'pedagogisch werkplan' op na. Maar de meeste ouders zijn al blij dat ze een plaats voor hun kind hebben gevonden.

DE SCHOOLBEL rinkelt, het kind gaat naar huis waar de koude melk en boterhammen met pindakaas klaarstaan. Onder moeders wakend oog rommelt het kind wat met zijn speelgoed, balt op straat of doet met frisse tegenzin zijn huiswerk. 's Avonds bij thuiskomst geeft vader zijn kroost liefdevol een kus op het voorhoofd om het ideaalbeeld te vervolmaken.

De meeste ouders van de kinderen die iedere schooldag naar het Haagse kinderopvangcentrum De Kinderhoek gaan, hebben geen tijd om met de boterhammen klaar te staan. Ze moeten werken en zijn daardoor gedwongen hun kind naar de naschoolse opvang (NSO) te sturen. Iedere schooldag van drie tot half zes en op woensdag al vanaf half twaalf staan hun kinderen onder toezicht van professionele begeleiders.

De Kinderhoek herbergt meer speelgoed dan welke kinderkamer ook: stapels gezelschapsspelletjes boeken, rolschaatsen, een poppenhoek, knip- en plakspullen, vele onderdelen K'nex. Het opvangcentrum heeft een ruim en met hekken beveiligd plein met speeltoestellen. De begeleidsters in het naschoolse opvangcentrum bieden de kinderen daarnaast gezond voedsel en onthouden hun televisie, video en computerspelletjes. Een pedagogisch en didactisch verantwoord onderkomen voor kinderen.

Lang niet alle ouders maken zich druk over de invulling van de naschoolse uren. Begeleidster Judith Biekaart (31): “De meeste ouders gaan er gewoon vanuit dat alles wat je doet verantwoord is. Een enkele ouder vraagt wel eens wat we hier doen en waarom. Maar de meesten zijn allang blij dat ze een plekje hebben gevonden voor hun kind.'

Het is immers dringen geblazen in de naschoolse opvang. Mede door de toegenomen deelname van vrouwen op de arbeidsmarkt zijn steeds meer naschoolse opvangplaatsen nodig.

Nu al zijn er wachtlijsten (7.000 plaatsen voor de vier- tot dertienjarigen in 1996) en in de komende vier jaar zal de behoefte met 26.000 plaatsen toenemen.

Maar ook voor de kinderen die wel een plekje hebben gevonden, is de situatie nog niet ideaal. Net als bij veel andere NSO's komen sommige kinderen bij De Kinderhoek van de andere kant van de stad. Een omweg van minimaal een halfuur is voor ouders geen bezwaar. De kinderen worden vaak na school door leraren of een concierge naar De Kinderhoek gebracht. Een kind dat wil sporten wordt door een behulpzame trainer opgehaald.

De kinderopvang mag echter geen surrogaatouderschap worden, meent begeleidster Biekart. “Wij moeten de schakel zijn en niet dienen als ouder. Toch komt het wel eens voor. Wij horen natuurlijk uit eerste hand wat er op school is gebeurd. Soms krijgen wij zelfs briefjes van leraren voor ouders die zij zelf niet kunnen bereiken. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Maar ook wij moeten soms echt tijd claimen bij de ouders. Door alle haast die ze hebben, moet je bijna de deur bij ze barricaderen om wat te vertellen over hun kind.'

De meeste ouders die hun kinderen laten overblijven, werken overdag. Landelijk ligt dit aantal op 87 procent. Ook bij De Kinderhoek werken de meeste ouders overdag en is een groot aantal alleenstaand. In een enkel geval wordt een kind uit huis gehaald en bij de opvang geplaatst door het RIAGG. Het komt volgens de leidsters bijna niet voor dat een kind wordt gebracht terwijl papa en mama thuis zitten bij te komen.

Kuwer (10) en Ambika (4) Panchoe hebben hun plek bij de Kinderhoek te danken aan het feit dat hun moeder bij Nationale Nederlanden werkt. Aartie Panchoe (31): “Het bedrijf heeft besloten de plaatsen voor mijn kinderen op te kopen.

Ik kreeg voorrang omdat ik alleenstaande moeder ben. Voor Kuwer heb ik nog wel een maandje moeten wachten voordat hij terechtkon. Maar als ik het zelf had moeten regelen, was de wachttijd veel langer geweest.'

Het is voor haar de ideale oplossing. “Het is noodzaak ik moet nu eenmaal werken. Opvang bij familie zie ik niet zitten. Het ene moment kunnen ze wel, maar dan weer niet. Daarom is dit voor mij perfect. Ze staan daar altijd voor de kinderen klaar en ze kunnen er altijd terecht.'

De aanwezigheid van de kinderen op de naschoolse opvang is niet altijd alleen een kwestie van pure noodzaak. De vader van Ragani (9) en Gyan (6) Ramsingh voert nog een tweede reden aan om zijn kinderen in de vakantie naar De Kinderhoek te brengen: “In deze samenleving moeten kinderen leren spelen, discussieren, ruziemaken en weer vrede maken. Meer dan op school herbergt de opvang een gemeleerd gezelschap van verschillende leeftijden. Op school zijn de klassen groter en hebben kinderen al snel hun vaste vriendjes. Onder invloed van de leidsters op de kinderopvang leren kinderen dat ze met iedereen moeten kunnen omgaan of in ieder geval kunnen communiceren.'

Het zijn ook de doelstellingen van De Kinderhoek. Begeleidster Biekart: “Elke NSO die bij onze stichting is aangesloten, heeft een pedagogisch werkplan. We proberen de kinderen in ieder geval iets mee te geven. We zijn geen buurt- of clubhuis hier. Dus we spelen niet zomaar een spelletje, maar liever Pictionary waar kinderen bij moeten tekenen en samenwerken. In plaats van een kleurplaat laten we de kinderen liever gewoon tekenen. Ook op tafelmanieren zijn we erg gespitst. En als kinderen vervelend zijn vragen we waarom ze zo doen.

Als ik dan vind dat ze gelijk hebben dan zeg ik ze dat ook. Daarmee probeer ik te bereiken dat ze zo ook naar anderen toe handelen. Maar een volle groep betekent ook dat je niet altijd de tijd hebt om ze alle aandacht te geven.'

De aandacht moeten de vijf begeleidsters verdelen over 36 kinderen. Tenminste, als er vijf begeleiders te vinden zijn. Ook de kinderopvang kent personeelstekorten. Bij De Kinderhoek staat al een vacature open en bij ziekte of vakantie is niet zomaar een vervanger gevonden. Ook is financieel niet alles mogelijk. Het was niet alleen een pedagogische keuze om geen televisie aan te schaffen, maar ook een economische: het geld was er simpelweg niet voor.

De kinderen zelf lijkt het weinig uit te maken. Jeremy (8) heeft de extra aandacht die hij thuis krijgt in het begin een beetje gemist, maar is er inmiddels aan gewend. Ragani vindt het juist leuk om in de vakanties te komen en met andere kinderen te spelen. Kuwer wijst op het vele speelgoed. Alleen de vijfjarige Georgianne speelt liever thuis met haar eigen speelgoed en haar nichtje.

Tussen kinderen die naar huis gaan en degenen die naar een NSO gaan, zijn verschillen te merken meent Biekart. “De kinderen hier zijn eerder sociaal vaardig omdat ze hier vaak veel meer sociale contacten hebben dan thuis. Ze leren hier hoe ze met elkaar moeten omgaan en respect te tonen. Thuis kunnen ze daarentegen het meest zichzelf zijn. Je merkt dat met name de oudere kinderen hier een pose aannemen. Ze komen pas een beetje los als aan het einde van de dag de grootste groep kinderen naar huis is gegaan. Dan durven ze pas bij je op schoot te gaan zitten.'