Economie Nederland groeit met 3,8 procent

De economie is in de maanden april, mei en juni met 3,8 procent gegroeid. In de eerste drie maanden van dit jaar was de economische groei nog 4,9 procent. De groei van het bruto binnenlands product was in de eerste helft van 1998 daarmee 4,3 procent. Dit blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

De groei is vooral aangejaagd door de sterk stijgende consumptieve bestedingen van gezinnen. Ook wijst het CBS de “florerende' buitenlandse handel aan als oorzaak. Het volume van de goederenexport is bijna 10 procent hoger dan een jaar geleden; de goedereninvoer komt ruim 8 procent hoger uit.

Daar staat tegenover dat het prijspeil van zowel de uitvoer als de invoer daalt. Ook lopen de investeringen in vaste activa wat achter bij die van 1997.

De groeicijfers beslaan de periode voordat de gevolgen van de economische crises op verschillende continenten Nederland bereikte en voordat de beurs een sterke daling inzette. De verwachtingen voor de economische groei in de komende jaren zijn sindsdien naar beneden bijgesteld. Het Centraal Planbureau verwachtte in september voor dit jaar nog een economische groei van 4 procent en voor volgend jaar 3 procent.

De laatste keer dat de economie zulke hoge werkelijke groeicijfers toonde als in de eerste helft van dit jaar was in de vorige periode van hoogconjunctuur in 1989/1990.

De gezinsconsumptie is in het tweede kwartaal gestegen met 4,2 procent vooral omdat de consument meer geld heeft uitgegeven aan duurzame consumptiegoederen, zoals personenauto's. De grotere werkgelegenheid speelt hierbij volgens het CBS een grote rol. “Meer werk betekent meer inkomen', schrijft het CBS, “en meer inkomen heeft zich vertaald in meer consumptie.'