Dronken ze bordeaux te Kana?

Wat kookte Martha als Jezus op bezoek kwam? Vloeide er rode of witte wijn op de bruiloft te Kana? Liet Eva zich verleiden tot het eten van een golden delicious of was het zo'n mooi rood sterappeltje? Hoe luidde het recept van de linzensoep die Jakob ruilde tegen het eerstgeboorterecht?

En wie wil niet weten welke vissen zich leenden tot de wonderbaarlijke vermenigvuldiging?

Sommige boeken roepen de vraag op waarom ze nooit eerder zijn geschreven. Wina Borns 'Culinaire Bijbel', die vandaag verschijnt, is er een van. Het ligt zo voor de hand de culinaire merites van de bijbel te bekijken.

In tal van bijbelse vertellingen speelt voedsel dan wel het gebrek aan voedsel een rol. Vooral de verhalen in de kinderbijbels hebben vaak wat met eten van doen. Welbeschouwd behoren ze tot de weinige bijbelse verhalen die je met het oog op de jeugdige gemoedsrust aan kinderen kunt voorzetten. Mijn favoriete voorleesverhaal uit de kleuterbijbel was het bezoek van Jezus aan Martha en Maria. Het leek me daar een gezellige bedoening, zoals Martha de zaak beredderde. De tekening toonde beloftevol dampende pannen op het fornuis. Je kon je er tenminste iets erbij voorstellen.

Bij andere culinaria in de bijbel lag dat wat anders. Want wat was hysop, hoe zagen pimpernoten er uit? Van de vijf gerstebroden bij de twee vissen begreep ik wel dat het niet het gesneden, rechthoekige brood kon zijn dat bij ons thuis op tafel kwam, eerder de ovale mikken die we van vakantie in Belgie kenden. En 'manna' kon niet anders dan popcorn zijn.

Het zijn in essentie de problemen waarmee de vertalers en navertellers van de bijbel worstelen als ze begrijpelijkheid en herkenbaarheid voor hun tijdgenoten nastreven. De makers van de Statenvertaling uit 1637 wisten zich geen raad met de pistachenoten die ze als terpetijnnoten aanduiden. De pistacheboom, waarin het hoofd van Absalom beklemd raakte, noemden ze een eik. En de klipdas werd voor het gemak een konijn. Het begrijpelijk houden van de bijbel blijkt een dynamische kwestie. Als je maar lang genoeg wacht worden sommige teksten weer toegankelijk.

Zo hadden de makers van vroegere vertalingen problemen met het nu alombekende kappertje. Veertig jaar geleden wist een kind niet wat linzensoep was. Nu vraagt het: 'Dreef Jakob een natuurvoedingswinkel of een sjiek restaurant?'

Wina Born heeft de bijbel op eetbare zaken nageplozen. Met behulp van bijvoorbeeld plantkundige en historische literatuur heeft ze allerlei wetensaardigheden achterhaald. Ze geeft in de Culinaire Bijbel een beeld van het eten in de joodse en christelijke traditie, ze wijst op invloeden uit de oude keukens van het Midden-Oosten en ze geeft inzicht in de praktische rituele en symbolische grondslagen van de spijswetten. Maar het aardigst zijn toch de antwoorden op de simpele vragen. Ik weet nu dat Adam en Eva in het paradijs nog vege tariers waren, dat de fatale vrucht van Eva in de volksoverlevering ten onrechte een appel werd, dat manna een afscheidingsproduct van schildluizen moet zijn geweest, dat jonge wijn niet in oude zakken hoort en dat Jonas niet in een walvis, maar in een grote tonijn zat. Alleen wat Martha aan Jezus voorzette weet ik ook na het lezen van de 'Culinaire Bijbel' niet. De bijbelteksten boden te weinig aanknopingspunten en Wina Born wilde zich niet aan speculaties wagen. Toch kunnen we ooit van de kookkunst van Martha genieten, althans na een vroom en deugdzaam leven. 'Sankt Martha die Kochin muss sein' zingt de sopraan over 'Das himmlische Leben' in het slotdeel van de vierde symphonie van Mahler. In de hemel kookt Martha, de pannen dampen er beloftevol.