De Hoge Raad bestuurt

Men moet rechters niet vragen nijpende maatschappelijke problemen op te lossen. Daar is de politiek voor. Is de politieke keuze in een wet neergelegd, dan mag men van de rechter verlangen dat hij in individuele gevallen aangeeft hoe de wet toegepast moet worden. Deze rolverdeling vraagt in belastingzaken alertheid van staatssecretaris Willem Vermeend (Financien).

Hij moet ingrijpen zodra hij merkt dat in de fiscale rechtspraak ontwikkelde normen gaan knellen. Ontloopt Vermeend deze verantwoordelijkheid dan blijkt de Hoge Raad als hoogste belastingrechter die over te nemen met alle gevolgen van dien.

Er bestaat geen wetsbepaling die precies voorschrijft wanneer een bedrijf een fiscale reserve mag vormen voor komende kosten. De daarvoor gehanteerde regels zijn door de rechtspraak ontwikkeld. Het belang van een reservering is dat de ondernemer toekomstige kosten naar voren haalt. Hoewel er nog geen cent is uitgegeven, vermindert de reservering de fiscale winst. Daardoor verlaagt het bedrijf de belasting over de jaarwinst, wat een financieringsvoordeel oplevert. Om te mogen reserveren moet de ondernemer volgens de Hoge Raad aan tamelijk strakke voorwaarden voldoen. Voorwaarden die in de loop der jaren steeds meer gingen knellen en in bepaalde gevallen politiek onaanvaardbaar bleken.

Zo'n geval doet zich voor rondom de invoering van de euro. Ondernemers zien de kosten van bijvoorbeeld de omschakeling van muntapparaten of de aanpassing van software op zich af komen. De millenniumproblematiek kent soortgelijke kostenposten. De bestaande rechtspraak biedt hier geen mogelijkheden voor fiscale reservering. Een parlementaire lobby heeft er vorig jaar bij staatssecretaris Vermeend op aangedrongen de zaak in eigen hand te nemen en een regel te maken die in deze specifieke gevallen het opbouwen van een fiscale reserve wel toestaat. De voorman van deze lobby was het toenmalige D66-Tweede-Kamerlid Gerrit Ybema, nu Vermeends collega op Economische Zaken. Vermeend verschool zich achter de strakke rechtspraak van de Hoge Raad en ondernam niets.

Het ging kennelijk om een echt knelpunt, want in haar vernieuwde samenstelling na de verkiezingen kaartte de Tweede Kamer de zaak nogmaals aan bij zowel Vermeend als zijn minister Gerrit Zalm. Ook dat leidde niet tot maatregelen. De Hoge Raad zat in zijn maag met dit politiek ontwijkgedrag.

De hoogste belastingrechter onderkende het maatschappelijk probleem en vond het tijd voor een oplossing. Net als bij vulkaanuitbarstingen plegen spectaculaire erupties van ons hoogste rechtscollege zich aan te kondigen. Ybema signaleerde de eerste rooksignalen en wees Vermeend in een Kamerdebat op een uitspraak van de Hoge Raad die duidde op naderend spektakel. Vermeend kwam niet in actie.

Op 13 oktober stuurde hij de Tweede Kamer wel een nota waarin hij opmerkte dat er op Financien druk wordt gestudeerd op mogelijkheden om ondernemers bij de voorbereiding op de invoering van de euro een fiscaal steuntje in de rug te geven. De nog te bedenken maatregel zou op zijn vroegst op 1 januari 1999 kunnen ingaan. Voor de jaren 1999, 2000 en 2001 heeft het kabinet voor de steunmaatregel in totaal 180 miljoen gulden ingeboekt.

Maar het was te weinig en te laat. Op 14 oktober maakte de Hoge Raad bekend dat hij voortaan veel royaler zal zijn bij het toestaan van reserveringen door ondernemers. Veel bedrijven hebben daar in hun belastingaanslag over 1997 al voordeel bij en hoeven dus niet tot 1999 te wachten. Het is opvallend dat de Raad deze beslissing al op 24 augustus nam maar pas bekendmaakte daags nadat Vermeend zijn nota naar de Kamer had gestuurd.

De spectaculaire wending in de opvattingen van de Hoge Raad neemt zonder meer de knelpunten weg met de beperkte reserveringsmogelijkheden voor de euro, het millenniumprobleem en milieukosten zoals het reinigen van vervuilde grond of het verwijderen van asbest. De politici die dat wilden kunnen tevreden zijn. Maar de Raad heeft in hetzelfde rechtsoordeel ook ruimere reservering toegestaan in situaties die de politiek en zeker Vermeend eigenlijk veel te ver gaan.

Misschien ziet de Hoge Raad dat zelf ook zo, maar een rechter is nu eenmaal niet toegerust voor het haarfijn oplossen van dit soort knelpunten. Hij heeft die regelende rol ook niet gezocht maar is pas in actie gekomen toen de politiek daartoe onmachtig bleek.

Het is ongelukkig dat het zo ver moest komen. De niet-gekozen rechter wordt in politiek vaarwater gedwongen. Hij stelt zich feitelijk tegenover de staatssecretaris op. De reserveringsregel die voortaan geldt, is opgesteld door slechts een handjevol rechters dat aan niemand verantwoording schuldig is. Anders dan bij een wetsvoorstel hebben praktijkmensen en wetenschappers geen alternatieven kunnen aandragen en heeft er geen belangenafweging plaatsgevonden op basis van een politiek debat. Natuurlijk kan de politiek de oplossing van de Hoge Raad stilzwijgend sanctioneren of via een wetsvoorstel bijbuigen, maar dat is hoe dan ook een achterhoedespel.

Ondertussen heeft Vermeend 180 miljoen gulden over. Volgens de Haagse rekenregels zijn er geen kosten verbonden aan nieuwe rechtspraak ook al is die revolutionair en gaat die, zoals in dit geval, ten koste van honderden miljoenen guldens aan belastingopbrengst. Een 'belastingtegenvaller' heet dat straks en iedereen zal wijzen naar de teleurstellende conjunctuur.