Dag

Wouter Huibregtsen gehoord? Wat de voormalige NOC*NSF-voorzitter gisteren in de media gezegd heeft, durf ik uiteraard niet letterlijk weer te geven, want misschien heb ik een nuancerende kuch of ontkennende fluistering over het hoofd gezien - en voordat je het als journalist weet, heb je een vonnis van de Amsterdamse rechtbank aan je broek.

Maar Huibregtsen glorieerde glunderend, zoveel mag ik, hoop ik, wel vaststellen. Hij sprak al van een schadevergoeding door de Volkskrant van vele miljoenen. Hij zei misschien zelfs wel 'vele miljoenen', maar ik verzoek de lezer deze aanhalingstekens onmiddellijk weg te denken tenzij hij bereid is een eventuele schadeclaim van vele miljoenen voor mij te betalen.

Heeft Huibregtsen zoveel redenen om triomfantelijk te doen? Dat hangt van de Volkskrant af. Als die krant zichzelf, en de journalistiek, een dienst wil bewijzen, gaat ze in beroep tegen het rare, onduidelijke vonnis van de Amsterdamse rechtbank.

Hoe meer ik over dit vonnis lees, hoe minder ik ervan begrijp. De strekking van het Volkskrant-interview, waarin Huibregtsen de woorden 'judas', 'lafheid' en 'saboteur' op prins Willem-Alexander betrekt, was volgens de rechtbank juist, maar de aanhalingstekens waren wat slordig gebruikt. Vat ik het zo goed samen?

De Volkskrant zelf heeft rechtbankpresident Gisolf nog om een toelichting gevraagd, maar daar kon de president uiteraard niet aan beginnen. “Mr. Gisolf laat weten niet te willen praten over concrete zaken', zei zijn secretaresse.

Liever praat Gisolf over abstracte zaken. Zo heeft hij nog in juli in het blad Mr. gezegd: “Als een geinterviewde zegt dat hij verkeerd geciteerd is, heeft hij altijd gelijk. De schade die iemand lijdt doordat zijn in een emotionele toestand gedane uitspraken worden gepubliceerd, komt volledig voor rekening van de journalist of zijn werkgever.'

Dit is de belachelijkste uitspraak die ik ooit over de journalistieke praktijk heb gehoord. De echo ervan is terug te vinden in het vonnis over de zaak-Huibregtsen. Als deze opvatting leidraad wordt voor de vonnissen van de Amsterdamse rechtbank over mediazaken - en daar begint het steeds meer naar uit te zien - kunnen we het interview als journalistiek genre wel vergeten.

Of zou Gisolf misschien verkeerd geciteerd zijn?