BUITENSCHOOLSE OPVANG

Buitenschoolse opvang (BSO) is de opvang van kinderen vanaf vier jaar tot het einde van hun basisschooltijd. De opvang geschiedt op de de uren overdag dat de kinderen niet op school zitten en/of tijdens vakanties. Het leeuwendeel heeft betrekking op de uren na school, de naschoolse opvang (NSO).

Aantal plaatsen

Er is een groot tekort aan plaatsen in de naschoolse en buitenschoolse opvang. Zijn er per honderd kinderen onder de vier jaar ongeveer 7,5 opvangplaatsen beschikbaar, in de categorie vier tot dertien jaar is er per honderd kinderen nog niet een volle opvangplaats. Een belangrijke oorzaak hiervan is dat de aandacht van de overheid de laatste jaren vooral op de opvang van nul- tot vierjarigen was toegespitst. Met de komst van de Tijdelijke stimuleringsregeling buitenschoolse opvang 1997-2000 wil de overheid het gat in eerste instantie zien te dichten. Uiterlijk in het jaar 2000 moet dit leiden tot 20.000 extra plaatsen.

Vraag

De vraag naar 'formele' buitenschoolse opvang stijgt. Formeel houdt het in dat de kinderen tegen betaling en in georganiseerd verband worden opgevangen, veelal in dagverblijf of bij een gastouder. De wachtlijsten worden groter: van 5.000 plaatsen in 1992 naar 7.000 in 1996. Deze wachtlijsten kunnen een vertekend beeld geven. Kinderen staan soms op meer wachtlijsten tegelijk. Anderzijds nemen ouders soms de moeite al niet meer hun kind op een wachtlijst te plaatsen. Het Centraal Planbureau heeft berekend dat de vraag naar buitenschoolse opvang de komende vier jaar zal toenemen met 26.000 plaatsen. Op langere termijn (tot 2010) gaat het om 44.000 plaatsen meer.