Achterstallig recht

MODERNISERING van de rechtspraak is hard nodig. Daar zijn rechters en regering het over eens. Met name de lange wachttijden zijn menigeen een doorn in het oog. In strafzaken is uitstel slecht voor de normbevestiging en in andere zaken kan het de partijen handen met geld kosten.

Staatssecretaris Cohen (Justitie) kan niet ontkennen dat de bedragen die het regeerakkoord voor de modernisering heeft uitgetrokken beduidend minder zijn dan de bedragen die de officiele commissie-Leemhuis eerder dit jaar had genoemd. Ook hier viel nu eenmaal niet te ontkomen aan het maken van keuzes, zo merkte de nieuwe bewindsman filosofisch op tijdens een eerste overleg met de Tweede Kamer, begin vorige maand.

De rechters hebben niet lang gewacht met hun reactie om duidelijk te maken dat er werkelijk iets moet worden gedaan aan de overbelasting van de rechtspraak. Ze dreigen de behandeling van duizenden beroepszaken tegen verhoging van de onroerendezaakbelasting (OZB) uit te stellen. De keuze voor de OZB zal wel zijn ingegeven door de omstandigheid dat er een hele berg van dergelijke zaken ligt terwijl voor behandeling geen strikte wettelijke termijnen gelden. Toch is het ook een keuze met een politieke lading, want het gaat hier direct om de rechtsbescherming van de burger tegen de overheid. En dat is een teer punt, gezien de klachten in het regeerakkoord over de toenemende 'juridisering' met het bijbehorende streven de beroepsmogelijkheden voor de lastige burger wat in te dammen.

Het is niet helemaal duidelijk waar de keuze voor de OZB precies vandaan komt, van de gerechtshoven of van de vakorganisatie de Nederlandse vereniging voor rechtspraak (NVvR). Maar dat maakt de vraag hoe de besluitvorming is verlopen niet minder interessant. Rechterlijke beleidsvorming, als onderscheiden van het beslechten van concrete geschillen, vormt een belangrijk onderdeel van de moderniseringsplannen. De openheid die de concrete rechtszaak kenmerkt is in die plannen tot dusver echter opmerkelijk afwezig.

DE KEUZE VOOR de OZB laat zien dat het formuleren van “posterioriteiten' niet kleurloos is. Datzelfde geldt trouwens ook voor de remedie die de zittende magistratuur aanprijst, een drastische uitbreiding van het aantal rechters. De voorzitter van de vereniging voor rechtspraak rept van “honderden rechters' erbij. Dat recept is minder eenvoudig dan het lijkt. De befaamde vroegere secretaris-generaal van het ministerie van Justitie, Mulder, zei bij zijn afscheid te hopen dat de rechterlijke macht (relatief) klein zou blijven.

Als je blijft uitbreiden, doe je concessies aan kwaliteit en als je die eenmaal hebt gedaan, komt de kwaliteit nooit meer terug.

De gevraagde drastische uitbreiding versterkt de reeds bestaande aandrang te komen tot “integraal management' van de rechtspraak gekoppeld aan invoering van een “zekere hierarchie' binnen de rechterlijke organisatie. Dat is een ontwikkeling die vragen oproept vanuit het oogpunt van de individuele onafhankelijkheid van de rechters. De zittende magistratuur is er zelf nog niet uit hoe voorkomen kan worden dat het kind met het badwater wordt weggegooid. Duidelijk is in elk geval dat staatssecretaris Cohen niet te luchtig moet doen over het achterstallig onderhoud in de rechtspraak.