Vleugje bedrog

We zullen moeten wennen aan de beteuterde blik van de nieuwe minister van Justitie Korthals op het Journaal. Hij heeft zo'n post die altijd voor verrassingen zorgt. Zelden meevallers. Misdaad groeit, de zwaarste jongens komen vrij.

Zijn voorganger, Sorgdrager, zette bij zo'n crisis altijd een sympathie vragende glimlach op van “die deugnieten toch'. Maar wij als kijkers wisten wel beter, dus de charme verloor haar werking.

Korthals had gisteren een brok in de keel na het besluit van het gerechtshof tot vrijlating van drugbendeleider Etienne U. Eerst kregen we een container vol pakken met wit poeder te zien en daarna kwam Korthals in beeld en hij keek betrapt. De Journaalredacteur had hem klemgezet terwijl hij door een eindeloos lange gang liep met wat stukken onder de arm. Zou de politie op tijd zijn om hem te arresteren?

De verslaggever probeerde tijd te rekken door te herhalen, omdat hij niets wist te vragen. Het ergste moment kon dan worden geselecteerd voor uitzending.

“Wat dacht u zelf toen u dat hoorde?', vroeg de verslaggever over het witte poeder en de vrijlating van de verdachte man.

“Nogmaals (eerste keer klonk kennelijk te weinig emotioneel red.) ik was toen enigszins bedroefd', antwoordde Korthals getergd.

“Bedroefd', probeerde de verslaggever voor de derde keer in de hoop dat de minister in huilen uitbarstte, maar hij hield zijn tranen in. Vroeger voor Korthals als Kamerlid, was een bezoek van het Journaal nog een feest.

Ook het Kamerlidmaatschap is geen pretje, begreep ik van Femke Halsema, het 31-jarige sterretje van Groenlinks. Met de door haar bewonderde schrijver Joost Zwagerman zat ze aan de knusse kletstafel Bij Violet. Ze vindt het moeilijk om onderscheid te maken tussen iemands mening en iemands persoon, bekende ze: “Als iemand een mening verkondigt die ik niet ethisch vind, kan ik later niet zeggen wat een leuke vent laten we samen koffie drinken. Eigenlijk ben ik dan best kwaad en ik bewerkstellig ook kwaadheid en daar heb ik last van'. Ze vindt zichzelf “weinig strategisch'. “Als ik een debat voer, drijf ik op verontwaardiging. Maar als ik aan politiek doe, moet ik onderhandelen.

Het gaat hier niet om gelijk hebben maar om gelijk krijgen.'

Na drie maanden vraagt ze zich nog steeds af of ze wel geschikt is voor het vak. Volksvertegenwoordiger is niet zomaar zo'n baantje dat je kunt uitproberen. Halsema is goed opgeleid en ze klinkt intelligent maar het is jammer dat een middenveld ontbreekt waar ze had kunnen oefenen. Nu kiest het partijkader kandidaten op hun mediagenieke verschijning en niet op hun maatschappelijke ervaring. Een volwassen democratie van het haalbare compromis overleeft dankzij een vleugje bedrog en dat moet Halsema nog helemaal leren. Een districtenstelsel waar een Kamerlid zelf voor stemmen moet vechten, is ook een goede leerschool. Zonder middenveld en gekozen door het partijbestuur hangt de volksvertegenwoordiger in een Haags vacuum.

Ver van de kiezers leven ook de europarlementariers die gisteren maar niet in beeld kwamen om nog eens op de kritiek van Zalm te reageren. Daarmee bewezen ze zijn gelijk dat ze te weinig het “nationale belang' vertegenwoordigen. Een federaal systeem werkt alleen als democratisch gekozen vertegenwoordigers luidruchtig opkomen voor lokale kwesties. Er is wijsheid in de Amerikaanse stelregel all politics is local. Het is beter dat regionale tegenstellingen in openbaar debat worden behandeld dan door arrogant schaterlachende Zalmen achter gesloten Brusselse deuren. Nu trekken de camera's alleen naar Straatsburg voor torenhoge declaraties of tasjesgevechten. Verder heeft niemand enig idee wat de volksvertegenwoordigers daar uitvreten, iets met hoge Europese budgetten, maar daar lopen de kiezers niet voor uit. Pas als europarlementariers doen wat de kiezer interesseert, zullen al die dure mediavoorzieningen in het nieuwe parlementsgebouw ten volle worden benut.