Vampierenapocalyps nauwelijks spannend

Blade Regie: Stephen Norrington.

Blade gaat geen enkel vampierthema uit de weg, en blijft nergens bij stilstaan. Doodsangst, ras en bloed, onsterfelijkheid en seks (hoewel verrassend weinig gezien de blaxploitation wortels van de film): het verdwijnt allemaal in een potpourri van stripachtige actie, oosterse vechtkunst, pure gore met sadistische trekjes en een enkele halfslachtige poging tot humor en surrealisme.

De door de in Hollywood werkende Nederlandse cameraman Theo van de Sande in veel blauw en grijs gefotografeerde film stelt vooral veel vertrouwen in special effects die vreemd genoeg niet altijd overtuigen.

De openingsscene is effectief: een jongeman wordt door twee hippe meisjes naar een achter een slagerij verstopte nachtclub meegetroond. Daar worden bakken bloed uit de sprinklerinstallatie over de dansende vampierjeugd uitgestort. Onder de klanken van een opzwepende housebeat dreigt men de hoektanden in de onschuldige nek van de jongeman te zetten.

Volgt de entree van Blade (Wesley Snipes in futuristisch zwart leren samuraipak), heroisch bestrijder der vampiers, wiens moeder ooit gebeten werd. Zij stierf, maar Blade vond in Whistler (Kris Kristofferson) een vaderfiguur die hem middels een serum voor al te veel bloeddorst behoedt en hem engageerde voor de oorlog tegen de nachtmens.

Binnen de vampiergemeenschap, die in het geniep een groot deel van de mensensamenleving bestiert, blijkt een richtingenstrijd gaande. De oude garde is voor de status quo, de jonge generatie wil onder aanvoering van Deacon Frost (Stephen Dorff) een vampierapocalyps ontketenen.

De kijker zal zich daar maar moeilijk zorgen over kunnen gaan maken. Snipes beperkt het acteren tot het afzetten van zijn zonnebril en alleen Udo Kier als vampierexecutive-in-maatpak doet nog even voor hoe je ontzetting speelt.

Vervelend is het allemaal niet, spannend evenmin.