Ontevreden met taal; Cardoso Pires (1925-1998)

Afgelopen maandag is in (Lissabon) de schrijver Jose Cardoso Pires overleden. Door een hersentrombose lag hij sinds juli in coma. In 1994 werd hij getroffen door dezelfde aandoening, met een bijna volledig geheugenverlies als gevolg, waarvan hij slechts langzaam herstelde. Over de terugkeer van zijn geheugen schreef hij in 1997 een sober verslag: De Profundis, valsa lenta (De profundis, langzame wals). In hetzelfde jaar publiceerde hij een innemend persoonlijk portret van de stad Lissabon Lisboa, Livro de bordo (Lissabon, een logboek), waarvan vlak voor de zomer een Nederlandse vertaling is uitgekomen.

De in 1925 geboren Cardoso Pires behoorde tot de belangrijkste Portugese schrijvers van de afgelopen decennia. Hij brak zijn wiskundestudie af om zeeman te worden, maar voelde zich al snel aangetrokken tot de journalistiek en bracht het tot adjunct-hoofdredacteur van de Diario de Lisboa. Vanaf 1974 wijdde hij zich uitsluitend aan de literatuur. Hij debuteerde in 1949 met een verhalenbundel, een genre waarvoor hij een grote voorkeur had. In 1968 brak hij internationaal door met zijn roman O delfim (in het Nederlands vertaald onder de titel De kroonprins), waarin hij de nadagen van het Portugese grootgrondbezit beschreef.

Zijn beroemdste boek was Balada da Praia dos Caes uit 1982 (Ned. vert. De ballade van het Hondenstrand), waarin hij een politieke moord uit de periode van het Salazar-bewind reconstrueerde. Dit laatste boek werd onderscheiden met de hoogste literaire prijs van Portugal en in tien talen vertaald. Jose Cardoso Pires schreef in vijf verhalenbundels, vijf romans, essays, toneelstukken, journalistiek werk en een spraakmakende satirische fabel: Dinossauro Excelentissimo (1972) waarin hij het regime van Salazar op de hak nam.

Net als zijn generatiegenoten Jose Saramago en Antonio Lobo Antunes vraagt Pires zich in zijn werk af hoe Portugal zijn duistere verleden te boven kan komen en uitzicht kan krijgen op een nieuwe toekomst. De Anjerrevolutie was daarvoor volgens hem niet voldoende geweest; het totalitaire regime had zich te diep in het Portugese karakter genesteld. In De ballade van het Hondenstrand gaat het dan ook minder om de reconstructie van een politieke moord dan om de ontdekking dat de corruptie iedereen heeft aangetast en zelfs de taal onbetrouwbaar heeft gemaakt.

Om die reden heeft Pires in zijn romans de taal vaak opzettelijk geweld willen aandoen en zijn ogenschijnlijk simpele vertellingen met ironische afstandelijkheid ondermijnd. Dat is hem soms op het verwijt van ondoorzichtigheid komen te staan. In een interview verklaarde hij daarop: `Literatuur is een ontbindingsmiddel. Ze corrumpeert bestaande verhoudingen en zelfs de taal. Wie tevreden is met zijn taal is een slechte schrijver. Je corrumpeert niet zonder lief te hebben.'

In zijn laatste publicaties is de taal van Jose Cardoso Pires opmerkelijk eenvoudig en transparant geworden. Wellicht had de moeizame strijd die hij moest voeren om zijn taal- en schrijfvermogen te herwinnen daar iets mee te maken. Maar ook al in de verhalenbundel A Republica dos corvos (De ravenrepubliek) uit 1988 is die vereenvoudiging merkbaar. Meesterlijk en trefzeker beschrijft hij in het allegorische gruwelverhaal De kakkerlakken, dat zojuist in een Nederlandse vertaling is verschenen, de angsten en demonen van het laat twintigste-eeuwse Europa, ingeklemd tussen de Tweede Wereldoorlog en een nucleaire ramp, tussen de schaduwen van het verleden en de verschrikkingen van de toekomst.

Maar dit snijdende verhaal was niet Pires' laatste woord. In Lissabon, een logboek, een zwerftocht vol herinneringen en literaire associaties door de oude hoofdstad, heeft de weemoedige bespiegeling de overhand gekregen. Die nostalgische inslag, waarin het voorbije altijd meer present is dan het komende, maakte ook van Jose Cardoso Pires uiteindelijk een zeer Portugese hedendaagse schrijver.