Mijn hond is niet dom

Hoe beoordeel je een asielhond? Je kijkt of hij er leuk uitziet. Je kijkt of hij onder die vacht ook nog leuk is. Of hij op zijn toekomstige medemens gericht is. En je werpt een blik op het bijgeleverde conduitestaatje. Maar wat je niet doet is: zijn ruimtelijk inzicht testen.

Dat kan je opbreken. Als alle banden gesmeed zijn - honden hebben daar vijf minuten voor nodig - kom je er achter dat deze hond je tijd gaat kosten. Vooral de oudere asielhond ziet van alle kanten onzekerheden opdoemen.

Voor die van mij zijn dat allereerst de deuren. Hij is er achter dat de helft van deuren die op een kier staan, verder open gaan als je er met je neus tegen duwt. Maar hij is er - na een aantal pijnlijke vergissingen op drafsnelheid - ook achter dat de helft van die deuren dan juist dichtgaat. Dat is hoogst onrustbarend. Vooral omdat een-en-dezelfde deur zich onvoorspelbaar kan gedragen. Zojuist ging het nog goed, en even later, bij het verlaten van de kamer, helemaal fout. Het resultaat is deurvrees; de nieuwe verzorger wordt er ook onrustig van.

Maar erger nog dan deuren zijn trappen. Een trap snapt hij nog, maar onze ruim bemeten galerij met acht tegenovergestelde trappen kan hij niet begrijpen. Als ik, inmiddels al verder beneden, naar de voorzijde loop, en hij naar de achterzijde moet lopen om bij me te komen, dan klopt er natuurlijk iets niet. En gelijk heeft hij. Voor de wat oudere, gelijkvloers opgevoede hond is dit surrealisme.

Stilstaand op zijn trapdeel kijkt hij me na. Ontreddering - met een verdrietig janken diep vanuit de borst. Er zit niets anders op dan de juiste looprichting uit te beelden, dus je om te draaien en de trap waarop je net halverwege bent, weer op te klimmen. De richting klopt weer. Dat herstelt het vertrouwen in de wereld, en de hond doet zijn trapdeel. Daarna kun je parallel met de hond, maar door een of twee verdiepingen gescheiden, weer afdalen - dezelfde wendingen tegelijkertijd nemend. Als je op de begane grond bent, redt hij het meestal wel alleen.

Maar soms, bij al te grote verlatingsangst, moet je ook daar vandaan zijn looprichting uitbeelden - klein stukje heen en weer lopend.

Mijn hond is niet dom. Hij bezit een bezonken intelligentie die des te groter is, omdat hij er maar zelden blijk van wil geven. Alleen het inzicht in de derde dimensie - toch al niet sterk ontwikkeld bij honden - ontbreekt volledig.

Net als bij mensen is bij hem het onbewuste gedrag overigens betrouwbaarder dan het beredeneerde. Soms loopt hij verzonken in hondengedachten zomaar ineens goed, terwijl je een paar trappen lager je adem inhoudt. Maar veel vaker is het zo, dat hij een blik naar je werpt, bevriest, en weigert er nog iets van te begrijpen. In de ergste gevallen is de ontreddering zo groot dat je weer helemaal naar boven moet lopen om hem uit zijn benarde positie te bevrijden.

Met vier verdiepingen, acht trappen en zeven richtingsveranderingen zijn de risico's groot. Waarom hem niet, als voor de hand liggende oplossing, voorop laten lopen? Omdat je dan bij iedere wending moet sturen, terwijl hij naar bevestiging zoekend - die kant? - omkijkt. En de hond aan de lijn in je eigen trapportaal, dat gaat te ver.

We zijn nu bijna een jaar later, maar hij moet het maar leren, houd je je voor. Mijn hond is niet dom.