Levenslang hoofdpersoon van televisiesoap; Peter Weir ontmaskert de amusementsindustrie zonder haar belachelijk te maken

The Truman Show. Regie: Peter Weir. Met: Jim Carrey, Ed Harris, Laura Linney, Noah Emmerich, Natascha McElhone, Holland Taylor, Brian Delate Blair Slater, Peter Krause, Heidi Schanz, Ron Taylor, Don Taylor Ted Raymond, Paul Giamatti, Adam Tomei, Harry Shearer, Una Damon. In: 53 theaters.

Zou The Truman Show ook zo leuk zijn voor wie zich niet op de valreep bekendmaakt als stiekeme soapliefhebber? Opvallend is in ieder geval wel dat er nog nooit zoveel mensen toegaven trouwe soapkijkers en pulpverhalenvreters te zijn als in de gesprekken rondom de meest recente film van de Australische filmregisseur Peter Weir. En dat terwijl soaps toch ook onder intellectuelen al lang niet meer taboe zijn, reality-tv en wraaktelevisie gniffelend worden binnengehaald en zelfs Alex van Warmerdam deze zomer in Zomergasten vertelde regelmatig gefascineerd naar de scheld- en vechtkannonades van de gasten van de Amerikaanse talkshow host Jerry Springer te kijken.

The Truman Show is zo'n film waar iedereen al alles van denkt te weten voordat hij hem heeft gezien zo extensief is hij inmiddels in kranten, tijdschriften en op televisie onder de aandacht gebracht. Van deftige cultuurpessimistische beschouwingen over de `soapisering' van de wereld en de manier waarop de werkelijkheid aan de amusementsindustrie wordt overgeleverd tot geamuseerde observaties over de media-hype die de film teweeg brengt (en daarmee in z'n eigen staart bijt). Daarom is het in dit geval meer dan ooit de moeite waard om de film met eigen ogen te gaan zien, in plaats van die van de commentator.

Echt teleurgesteld kan je als toeschouwer nooit zijn. Om te beginnen niet in de door Jim Carrey vertolkte hoofdpersoon. De met bekkentrekkerijen bekend geworden komiek verrast vriend en vijand in zijn rol van de dertigjarige Truman Burbank die al vanaf zijn geboorte in het pittoreske, maar volkomen kunstmatige kustplaatsje Seahaven woont. Hij is de enige die niet weet dat zijn leven en dat van zijn stadgenoten doorlopend wordt gadegeslagen door zo'n vijfduizend candid camera's en rechtstreeks wordt uitgezonden op een speciaal televisiekanaal.

Truman Burbank is vierentwintig uur per dag, 365 dagen per jaar de ster in zijn eigen televisieshow. Zijn doodsaaie bestaan tussen de echtelijke woning en het verzekeringskantoor waar hij werkzaam is, wordt dagelijks bekeken door miljoenen mensen en biedt troost, vermaak, hoop en ontsnapping uit hun eigen suffe leventjes. Zijn onwetendheid maakt hem een ideale anti-held, Carrey's voor het eerst bescheiden acteerwerk vult dat aan met allerlei verbaasde, montere en charmant-naieve gezichtsuitdrukkingen.

Net als eerder van Dead Poets Society maakte Weir van The Truman Show een vakkundige, degelijke opgeruimde, milde tragi-komedie waaraan niemand echt aanstoot kan nemen een film die aan het denken zet over die zogeheten macht van de media maar altijd binnen de grenzen van het betamelijke. Kwalificaties als onderhoudend en vermakelijk zijn er daarom beter op van toepassing dan het wenselijkere confronterend of verbluffend.

Weir en scenarioschrijver Andrew Niccol hebben goed naar (reality) soaps gekeken voor The Truman Show. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de talloze running gags over sluikreclame en gesponsorde producten, de enige inkomsten van de show, die niet door reclameblokken onderbroken kan worden, want wie weet besluit Truman juist op dat moment iets grappigs te zeggen of iets onverwachts te doen. Ook de acteurs uit Nederlands bekendste soap Goede Tijden Slechte Tijden bekeren zich van tijd tot tijd en masse tot een nieuw merk koekjes, waarvan de actrices met lange tanden knabbelen (hun lijn!) en de acteurs ze zonder te proeven wegslikken, maar altijd wordt de verpakking pontificaal voor de camera geopend.

Hoe meer de film op een echte soap lijkt, hoe leuker hij is.

Zelfs de scenes waarin `bedenker' Christof (een op Peter Weir gelijkende Ed Harris) in een soort ruimteschip-achtige control room aan het werk te zien is, horen daarbij, in plaats van dat ze de nodige afstand scheppen tussen Trumans belevenissen en de echte wereld. Evenals de zogenaamde interviewtjes met de acteurs en sfeerbeelden van televisiekijkende fans in badkamers en bars. Ze willen allemaal maar een ding weten, namelijk hoe het met Truman verder gaat en dat willen wij ook, ook al weten wij dat het maar een film is over een man in een geensceneerde wereld en daarom dubbel nep. Maar juist die dubbele bodem, die vanaf de eerste beelden wordt onthuld, staat een echt kritische blik in de weg. Want zelfs al kunnen we ons maar in beperkte mate met Truman identificeren, het belang van de toeschouwer bij een happy end is groter dan bij een ontnuchterend demasque van Trumans bestaan.

Dat Weir erin slaagt om desondanks beide te doen, op een lichte en open manier, zonder het verlangen naar soaps integrale uitzendingen van de begrafenis van Lady Di en de Clinton-hoorzitting op een voor de hand liggende manier te ridiculiseren, is briljant.