Leerstraf alleen helpt niet

Ouders van spijbelende leerlingen kunnen leerstraf krijgen. Zij moeten dan als straf een cursus volgen in een aantal vaardigheden, waaronder opvoedkundige, die zij nodig hebben om te zorgen dat hun kinderen niet meer spijbelen, las ik in NRC Handelsblad van 21 oktober. Misschien werkt het, en dat zou mooi zijn, maar toch wringt er iets.

De gemeenschap eist van ouders dat zij zorgen dat hun kinderen naar school gaan en niet spijbelen. Maar door de leerstraf in te voeren geeft de gemeenschap toe dat sommige ouders de vaardigheden missen om aan die eis te voldoen. De gemeenschap maakt echter niet duidelijk waar die ouders die vaardigheden, die kennis, dan wel hadden kunnen opdoen.

De verantwoordelijkheid voor de opvoeding van kinderen is een gemeenschappelijke taak, een gezamenlijke verantwoordelijkheid, van gemeenschap en ouders. Maar met de leerstraf zegt de overheid dat sommige ouders door onwetendheid niet in staat zijn die taak naar behoren uit te voeren. En bovendien stelt het principe van de leerstraf dat daar wat aan te doen is, namelijk opvoeden van de ouders.

Maar als de overheid aan de ene kant eist dat ouders een bepaalde taak vervullen, en aan de andere kant toegeeft dat ouders dat niet kunnen, dan mag men toch zeggen dat de overheid tekortgeschoten is om er voor te zorgen dat de taak die zij aan ouders oplegt, door die ouders ook uitgevoerd kan worden. En met de leerstraf geeft de overheid toe dat ouders dat niet alleen kunnen, maar dat zij dat wel hadden gekund als zij dat tijdig hadden geleerd. Conclusie: als de overheid, wij dus, wil dat ouders er voor zorgen dat hun kinderen naar school gaan, dan moeten wij er voor zorgen dat ouders de daarvoor nodige, en blijkbaar aan te leren vaardigheden tijdig tot hun beschikking hebben.

Het zou van billijkheid getuigen tegenover de ouders om de leerstraf te vervangen door cursussen ouderschap. Spijbelen is tenslotte niet het enige, en misschien niet eens het meest belangrijke wat mis kan gaan met kinderen. Ik besef dat dat vreemd klinkt, cursussen in ouderschap, misschien zelfs gevolgd door een examen, maar we doen met autorijden niet minder, en het opvoeden van kinderen is toch welhaast even belangrijk als autorijden.

Daar komt nog iets bij. In het algemeen gaat de wet er van uit dat iedere burger in staat is de wet te kennen, en in staat is zich er naar te gedragen. Met de leerstraf wordt aan het tweede beginsel getornd. Die zegt eigenlijk dat de opdracht, er voor te zorgen dat je kinderen niet spijbelen, voor sommige ouders te hoog gegrepen is, omdat zij onkundig, en daardoor onbekwaam zijn. Het is eerder onvermogen dan onwil die ten grondslag ligt aan de wetsovertreding.

Aldus geredeneerd wordt de taak zichtbaar voor de overheid om dat onvermogen te voorkomen door de nodige vermogens te helpen aanleren. De discipline die zich daarmee bezig zou houden is de geestelijke gezondheidszorg.

Niet uit oogpunt van preventie omdat aan ouders leren hun kinderen op te voeden niet alleen maar preventie van slechte opvoeding is, het is het zorgen voor gelukte kinderen, zoals leren lezen niet is preventie van alfabetisme, maar vorming van burgers voor deelname aan het maatschappelijke leven.

De manier van kijken die in de leerstraf verborgen is zou, als ze consequent wordt doorgevoerd verstrekkende gevolgen voor onze samenleving hebben.