Kamerleden terughoudend over Schiphol; Na kritiek Rekenkamer

De Tweede Kamer heeft gisteren over het algemeen terughoudend gereageerd op een kritisch rapport van de Algemene Rekenkamer over de grondslag van het kabinetsbeleid in de kwestie-Schiphol.

Woordvoerders van vooral VVD en D66 wezen er op dat behalve het kabinet ook de Tweede Kamer zelf beter had kunnen weten.

Volgens de Rekenkamer had het vorige kabinet in 1995 willens en wetens informatie buiten beschouwing gelaten die niet paste bij het voornemen Schiphol fors te laten groeien en de geluidsoverlast bij de luchthaven gelijktijdig te laten dalen. Het kabinetsbeleid berustte daardoor vanaf het begin op een wankele basis. De Rekenkamer acht het onwaarschijnlijk dat de milieudoelstellingen bij Schiphol nog gehaald kunnen worden.

Het kabinet-Kok I had het parlement volgens de Rekenkamer bovendien op een gebrekkige manier geinformeerd. De indruk werd gewekt dat het wel mee zou vallen met de groei op Schiphol in het aantal vluchten en passagiers terwijl er destijds al veel bewijs van het tegendeel was.

Het VVD-Kamerlid Te Veldhuis zei echter gisteren dat ook de parlementariers zelf signalen van onder andere Schiphol hadden genegeerd dat de vurig gewenste dubbele doelstelling niet haalbaar was. Van Walsem (D66) beaamde dat. PvdA-luchtvaartspecialist Van Gijzel sprak van een “moeilijk rapport'. De oppositiepartijen CDA en GroenLinks drongen onmiddellijk aan op een debat met de betrokken ministers. De CDA'er Reitsma was meer uitgesproken. “De informatievoorziening was zeer gebrekkig. Zo kan het niet weer.' Aan de enigszins lauwe reactie van de Tweede Kamer lijken twee zaken niet vreemd. Ten eerste was de laatste weken al in de openbaarheid gekomen dat de cijfers voor Schiphol, waarop het kabinet zich baseerde niet deugden. Het parlement debatteerde daarover eerder deze maand uitvoerig.

Een tweede reden is dat het moeilijk is individuele `schuldigen' aan te wijzen.

Dat aspect stipte ook H. Koning president van de Rekenkamer gisteren aan. Koning: “Er was een situatie waarbij velen verantwoordelijkheid droegen: ministers en de Tweede Kamer.'

Minister Netelenbos (Verkeer en Waterstaat) gaf toe dat het kabinet in 1995 zorgvuldiger te werk had kunnen gaan bij het beoordelen van verschillende toekomstscenario's. Ze verdedigde echter de prognose van het kabinet dat de jaarlijkse groei tot 2015 gemiddeld lager zou uitvallen dan de laatste jaren het geval is geweest.