Justitie zet de zaak gewoon voort; Etienne U, verdacht van grootschalige hasjhandel, vandaag weer vrij man

Het Amsterdamse gerechtshof heeft beslist dat Etienne U. en twee van zijn medeverdachten vandaag op vrije voeten worden gesteld. Een tussenbalans.

“Wie zich niet verdiept heeft in deze zaak, moet zijn kop houden.' Aldus procureur-generaal P. Brilman over de kritiek uit zijn eigen openbaar ministerie op zijn “slappe' optreden in het hoger beroep tegen Etienne U. Brilman is nog steeds optimistisch over de goede afloop. Dat hij vanaf het begin niets in deze onderneming heeft gezien, bestrijdt hij: “Het hoger beroep viel mij ten deel.Ik ga dus gewoon voor deze zaak.'

Maar het is de vraag wat er nog over is van de `zaak' tegen U. Het Amsterdamse gerechtshof besliste gisteren dat de vermeende drugsbaron en twee van zijn medeverdachten op vrije voeten moeten worden gesteld. Het hof gaat ervan uit dat de straf die Etienne U. zal worden opgelegd, niet hoger zal zijn dan de bijna twee jaar die U. al in de gevangenis heeft doorgebracht. Het hof houdt derhalve ernstig rekening met de mogelijkheid dat het openbaar ministerie er niet zal kunnen bewijzen dat U. en zijn medeverdachten inderdaad aan het hoofd stonden van een van de grootste internationale criminele organisaties van Nederland. Het jarenlange onderzoek, dat naar schatting zo'n dertig miljoen gulden heeft gekost zou dan niet meer opleveren dan een veroordeling voor binnenlandse (soft-)drugshandel, wapenbezit en belastingfraude.

En dan is er altijd nog de mogelijkheid dat het helemaal niet tot een veroordeling komt. Tijdens het hoger beroep werd duidelijk dat justitie politiemensen die door de verdediging als getuige waren opgeroepen, een uitgebreide training heeft laten ondergaan. Een strafrechtelijke doodzonde, vinden de advocaten van U., die morgen zullen betogen dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Het is niet geheel uitgesloten dat het hof hun gelijk zal geven.

Toen twee weken geleden nieuwe vragenlijsten die bij de trainingen werden gebruikt, boven water kwamen toonde president J. Vermeulen zich onaangenaam verrast: “Aanvankelijk dacht ik dat het om niet meer ging dan een soort peptalk voor een rugbyclub. Maar dit gaat veel verder.'

Mocht het OM inderdaad niet-ontvankelijk worden verklaard, dan zou het niet de eerste keer zijn dat justitie struikelt over deze verdachte. Een eerder onderzoek van het interregionaal rechercheteam (IRT) in Haarlem leidde in 1994 tot de IRT-affaire, die de ministers Van Thijn (Binnenlandse Zaken) en Hirsch Ballin (Justitie) de kop kostte. Een parlementaire onderzoekscommissie onder leiding van het Kamerlid Van Traa kwam tot de conclusie dat het doorvoeren van grote partijen softdrugs niet door de beugel kon. Het IRT werd opgeheven en het openbaar ministerie begon onder leiding van `super-PG' Doctors van Leeuwen aan een grondige reorganisatie.

Bij het nieuwe onderzoek tegen U. moest de opvolger van het IRT, het Kernteam Randstad Noord en Midden (KTR), helemaal opnieuw beginnen. Het bewijsmateriaal dat het IRT door middel van verboden opsporingsmethoden had verzameld, was immers `besmet' en mocht niet meer worden gebruikt. De veroordeling van U. en vier medeverdachten wegens deelname aan een criminele organisatie en belastingfraude door de Amsterdamse rechtbank in januari van dit jaar gold dan ook als de overwinning van een uit de as herrezen openbaar ministerie. U. werd veroordeeld tot zes jaar cel: het bewijs dat georganiseerde misdaad ook door middel van ouderwets recherchewerk kon worden aangepakt.

Die straf was nogal aan de hoge kant, zo kan achteraf geconcludeerd worden. Het bewijsmateriaal was namenlijk nogal summier.

In een brief van 11 september aan het hof gaf procureur-generaal Brilman zelf toe dat de “bewijspositie' van het openbaar ministerie in het hoger beroep “gecompliceerd' was. “Het is een moeilijke zaak', zei hij gisteren: “De verdachte heeft niet bekend, er zijn geen getuigen die iets willen zeggen en er is niet veel materiaal.' Het Haarlemse openbaar ministerie, dat het onderzoek leidde was tot dezelfde conclusie gekomen. In mei en juni van dit jaar gingen twee rechercheurs in het geheim naar de Verenigde Staten om vier veroordeelde drugssmokkelaars te bewegen toch iets over U. los te laten. De advocaten van U. reageerden verontwaardigd en ook Brilman toonde zich gepikeerd. De Haarlemse officier van justitie F. van Straelen had niet de moeite genomen de procureur-generaal hierover in te lichten, net zoals de PG niet op de hoogte was van de getuigentrainingen van het KTR.

Organisatorisch zit het nog lang niet goed bij het OM, concludeert T. Schalken, hoogleraar strafrecht aan de Vrije Universiteit. De reorganisatie heeft het OM in sommige gevallen meer kwaad dan goed gedaan. “Vroeger was de procureur-generaal inhoudelijk de baas van de officier van justitie. Tegenwoordig is het eerder andersom. Bij de reorganisatie is het parket van het hof gelijkgesteld aan het parket van de rechtbank. Hierdoor kunnen officieren als Van Straelen zich steeds onafhankelijker gaan opstellen. Brilman heeft nauwelijks mogelijkheden om zelf te sturen. Hij kan alleen maar reageren.'

Etienne U. en zijn familie reageerden gisteren juichend op de beslissing van het hof. Politici reageerden teleurgesteld. Het Kamerlid W. van de Camp (CDA) noemde de vrijlating van U. “puur slecht' en wil van minister Korthals (Justitie) weten hoe het zo ver heeft kunnen komen.

Korthals zelf wilde nog niet op de zaken vooruitlopen: “Maar natuurlijk is het teleurstellend als je denkt een grote crimineel te pakken te hebben en uiteindelijk blijkt dat die er met een lichte straf vanaf komt.'

Maar mocht het OM er inderdaad niet in slagen U. veroordeeld te krijgen wegens deelname aan een criminele organisatie, dan is twee jaar cel een betrekkelijk normale sanctie. De door het parlement vastgestelde straf op handel in softdrugs is maximaal vier jaar.