Harde strijd om joodse tegoeden

De levensverzekeraars worstelen in toenemende mate met uitkeringen aan nabestaanden van joden die zijn vermoord in de Tweede Wereldoorlog. De druk op de verzekeraars is vergroot door een aantal recente ontwikkelingen in de VS.

De verzekeringsmaatschappij Nationale-Nederlanden voert uiterst moeizame onderhandelingen met de kunstschilder Jules Chapon over een uitbetaling op een `joodse' polis van zijn in 1943 vermoorde vader. Branchegenoot Delta Lloyd heeft de claim van Benjamin Samuel op de levensverzekeringspolis van zijn vermoorde broer afgewezen.

De levensverzekeraars worstelen sinds ongeveer anderhalf jaar met de uitkeringen aan de nabestaanden van joden die in de Tweede Wereldoorlog zijn vermoord. De vaak vergeten en deels verdwenen archieven zijn omgespit. Nationale-Nederlanden heeft het vrij goede archief in de kelder van het hoofdkantoor in Rotterdam deels geautomatiseerd. Aegon heeft in het archief in Leeuwarden 180.000 poliskaartjes doorgenomen en daarvan op grond van namen en overlijdensdata 6.000 kaartjes in de computer gezet. Nog eens 400.000 kaartjes van volksverzekeringen worden op dezelfde wijze bekeken.

De Nederlandse verzekeraars hebben volgens het Verbond van Verzekeraars inmiddels in twintig gevallen `coulance-uitkeringen' gedaan. De hoeveelheid claims en verzoeken om informatie ligt aanzienlijk hoger. En dat kan nog meer worden. Het Centraal Joods Overleg (CJO) heeft tot nu toe 829 meldingen over polissen binnengekregen, waarvan er ongeveer 300 min of meer zijn gedocumenteerd.

Een oproep van het Verbond aan de aangesloten verzekeraars in februari om ook zelf te gaan speuren in de archieven naar mogelijke `slapende polissen' levert naar verwachting nog eens tientallen onbekende namen op. Nu al druppelen namen binnen die niet voorkomen op de onlangs teruggevonden lijsten van polissen die in 1954 werden overgedragen aan de Nederlandse staat. “Het gaat dan vermoedelijk om polissen die wel uitgekeerd zouden worden en waarvoor zich ook rechthebbenden hebben gemeld, maar die op een of andere manier niet zijn afgewikkeld', zegt woordvoerder Terwisscha van het Verbond.

De druk op de Nederlandse verzekeraars om de polissen netjes af te wikkelen is de laatste maanden fors toegenomen door recente ontwikkelingen in de Verenigde Staten. De staten New York (waar senator D'Amato met zijn kruistocht tegen de Zwitserse banken de afhandeling van joodse tegoeden internationaal op de agenda zette), New Jersey en Florida hebben nieuwe wetten aangenomen. Daarin worden Europese verzekeraars die op een andere manier banden hebben met deze staten verplicht informatie te verstrekken over de manier waarop wordt omgegaan met claims van joodse nabestaanden.

Hoewel er in de verzekeringsbranche wordt gemopperd dat “wij toch ook geen wetten hebben voor de manier waarop Amerika met zijn indianen is omgesprongen' is aan die verplichting inmiddels voldaan. De nervositeit over de Amerikaanse sue-cultuur is groot bij de verzekeraars Aegon, ING Fortis en Delta Lloyd, die activiteiten hebben in de VS. Mede omdat de staat Californie het zijn burgers wettelijk mogelijk heeft gemaakt om Europese verzekeraars daar voor de rechter te slepen.

De informatie die over de oceaan is gestuurd geeft een wisselend beeld van de bereidheid van verzekeraars om de joodse nabestaanden ter wille te zijn. Van de twintig uitbetalingen is bijna de helft (acht) gedaan door Aegon, die nu 21 claims en 18 verzoeken om informatie in behandeling heeft. Nationale-Nederlanden (vijf claims, “dertigtal' verzoeken om informatie) komt niet verder dan een uitbetaling. Delta Lloyd (“tientallen verzoeken om informatie') nog niet een, terwijl Fortis ondanks herhaalde verzoeken geen informatie verstrekt.

Nationale-Nederlanden constateert tevreden dat zijn rechtsvoorgangers “naar tot op heden is gebleken geen fouten gemaakt hebben'.

Directeur R. Naftaniel van de joodse belangenorganisatie CIDI schrijft de oververtegenwoordiging van Aegon echter toe aan de grotere welwillendheid waarmee deze maatschappij de joodse claims bekijkt. “Bij Aegon en ook bij Reaal heerst naar mijn gevoel een echte bereidwilligheid om de zaken netjes af te wikkelen', zegt Naftaniel.

`Souplesse' is ook wat het Verbond de aangesloten maatschappijen adviseert bij de beoordeling van claims. Doordat polissen veelal ontbreken, archieven zeer onvolledig zijn en verzekeringen bijna altijd verjaard, maken claims juridisch gesproken weinig kans. Om die reden vindt het Verbond “een redelijke mate van waarschijnlijkheid van het recht op een uitkering' voldoende om een claim te honoreren.

Nog voor deze richtlijn van kracht was, betaalde Aegon vorig jaar een onbekend bedrag aan de Israelische zakenman Dick Polak. Het was de eerste uitkering op een levensverzekeringspolis in Nederland sinds de internationale discussie over joodse tegoeden. Polak beschikte over niet meer dan een goed verhaal Aegon alleen over een kaartje van een oom van Polak die een zelfde soort verzekering had afgesloten als de vader van Dick Polak.

Jules Chapon, die tegenwoordig in Zuid-Frankrijk woont, heeft tot op heden minder geluk bij ING, moedermaatschappij van Nationale-Nederlanden. Chapons vader, in 1943 gefusilleerd door de nazi's, sloot in 1927 een levensverzekering af bij de Nationale Levensverzekeringsbank voorganger van Nationale-Nederlanden. Anders dan de meeste nabestaanden beschikt Chapon zowel over de polis, als over afschriften van de premiebetalingen. In de oorlog werd de verzekering van 10.000 gulden door de Duitse roofbank Lippmann-Rosenthal afgekocht voor slechts 993,35 gulden.

Na de oorlog kreeg Chapon alleen die afkoopsom. Hij wil alsnog de rest, plus gederfde rente: ruim een ton.

ING weigerde tot nog toe uitkering, omdat de premiebetaling ruim voor de dood van vader Chapon, namelijk eind 1941, werd beeindigd. Die betaling werd volgens Chapon echter stilgelegd door de Verwalter in de zaak van zijn vader, via welke de verzekering liep. ING laat nu weten “tijd te willen om na te denken' over deze zaak.

Voor Benjamin Samuel zit de deur inmiddels op slot bij Delta Lloyd. Zijn vader had voor hem en zijn twee broers in 1939 levensverzekeringen afgesloten van elk 5.000 gulden. In aantekeningen van zijn vader trof Benjamin de polisnummers aan plus de data waarop de verzekeringen zouden aflopen. Benjamins broer Mozes werd in 1942 vermoord in Mauthausen, maar de familie kreeg na de oorlog geen geld uitgekeerd.

Delta Lloyd veronderstelt dat de verzekeringen zijn afgekocht door Lippmann-Rosenthal, die immers de bezittingen van joden roofde. Op de dag dat de vader van Benjamin Samuel echter de polissen moest inleveren, werd hij opgenomen in het ziekenhuis. Daarna raakte de zaak in vergetelheid. Dat de premiebetalingen ook in dit geval voor het overlijden van Mozes Samuel stokten schrijft Benjamin Samuel toe aan de jodenvervolging die het hen onmogelijk maakte de premies te voldoen.

De Samuels meenden zich te herinneren dat de verzekering was afgesloten bij de Nederlandse Lloyd, een voorganger van Delta Lloyd. Een medewerker van Delta Lloyd vond de polisnummers inderdaad terug. Vorig jaar zomer zei de verzekeraar te verwachten snel rond te zijn met de nabestaanden. Een andere medewerker trof de polisnummers echter aan bij Amstleven, een andere voorganger van Delta Lloyd en wees erop dat dezelfde polisnummers ook bij andere maatschappijen voorkomen - zij het dat het dan polissen van na de oorlog betreft.

Een nadere speurtocht leverde echter geen ander bestanden op waar deze polisnummers in de oorlogsjaren voorkomen. Benjamin Samuel wil nu alsnog 5.000 gulden, vermeerderd met de rente, in totaal zo'n 60.000 gulden. Volgens Delta Lloyd kan een “claim niet slagen' omdat niet onomstotelijk vaststaat dat de verzekering bij Amstleven werd afgesloten.

Het Verbond van Verzekeraars laat zich niet uit over individuele claims. Die beoordelen de verzekeraars zelf. Mensen als Benjamin Samuel kunnen alleen nog in beroep bij de onafhankelijke Ombudsman Levensverzekering.