ETA zet Baskische nationalisten klem

De Baskische verkiezingen afgelopen zondag hebben de nationalisten niet eenduidig het mandaat geleverd hun plannen voor een onafhankelijk Baskenland door te zetten. De vorming van een regering wordt moeilijk.

De Baskische afscheidingsbeweging ETA zal binnen afzienbare tijd een definitief einde van de terreur afkondigen. Dat meldde vanochtend het Baskische dagblad El Correo Espanol. De definitieve wapenstilstand zal van invloed zijn op de pogingen om een nieuwe Baskische regioregering te vormen na de verkiezingen, die afgelopen zondag werden gehouden. Daarbij behoort de vorming van een nationalistische minderheidsregering met steun van de politieke tak van de ETA uitdrukkelijk tot de mogelijkheden.

Xavier Arzalluz, de grote leider van de “gematigd' Baskisch-nationalistische partij PNV, liet afgelopen zondag reeds op boze toon weten dat na de harde campagne een coalitie met een niet-nationalistische partij wat hem betreft een moeilijke zaak zal worden. Hoewel de nationalistische aanvoerder geheel naar vast gebruik zijn boodschap gisteren al weer wat matigde, heeft de politieke tak van de ETA, vertegenwoordigd door Euskal Herritarrok (EH), reeds laten weten een nationalistische minderheidsregering te willen steunen, zonder er deel van uit te willen maken.

De nationalist Arzalluz kon zijn ergernis over de uitslag van de verkiezingen de afgelopen dagen maar nauwelijks de baas. Zijn partij kwam met 28 procent van de kiezers andermaal als de grootste uit de bus, maar verloor een zetel. Bij een uitzonderlijk hoge opkomst van 71 procent van het electoraat bleken de Basken bovendien de verhouding tussen nationalistische en niet-nationalistische partijen in Baskenland te bevestigen: 55 tegenover 45 procent. Binnen beide blokken traden wel stevige verschuivingen op. De conservatieve partij van premier Aznar werd de grote winnaar en de tweede partij in Baskenland. Bij de nationalisten was het Euskal Herritarrok (EH), de nieuwe combinatie waarin de radicale aanhang van de ETA overheerst, die stevige winst boekte.

Al met al niet direct een uitslag waarop de “gematigde' nationalisten van de PNV gehoopt hadden. De socialistische leider Jose Borrell - wiens partij eveneens zetels won - legde gisteren de vinger op de zere plek. De PNV en EA, twee Baskisch-nationalistische partijen die nu een regering willen vormen, hebben beide zetels verloren aldus Borrell. En dat geldt nog meer voor de groep partijen onder leiding van de PNV die er voor hebben gekozen om samen met de ETA-aanhang een verklaring te ondertekenen voor de toekomstige onafhankelijkheid van Baskenland.

Geen grote electorale doorbraak voor de nationalisten. En evenmin een bekroning voor de rol als leider aller Basken en vredesapostel, waar Xavier Arzalluz de afgelopen weken zo hard aan gewerkt had. Zijn partij maakte vlak voor de verkiezingen een radicale draai: het overleg met de niet-nationalistische partijen, waarmee het toch al niet zo boterde, werd opgezegd. In plaats daarvan, en tegen alle afspraken in, nam de PNV strategisch het voortouw om samen met de ETA-aanhang de zogenoemde `Verklaring van Estella' te ondertekenen. Hierin werd trouw gezworen aan het afscheidingsstreven van Baskenland. Nog geen week later kondigde de ETA een voorlopige wapenstilstand aan.

In de verklaring die de wapenstilstand begeleidde maakte de ETA duidelijk dat er een akkoord is gesloten met de nationalistische partijen over de toekomst van Baskenland. Dat de verkiezingsuitslag niet eenduidig aangeeft dat de Basken opteren voor een grotere onafhankelijkheid doet daarbij minder ter zake. Volgens ETA heeft de nationalistische PNV zich gecommitteerd niet langer met de niet-nationalistische partijen (“Spaanse' partijen in het ETA-jargon) samen te werken.

De huidige uitslag plaatst de PNV evenwel voor een probleem. Het meer institutionele deel van de partij - waartoe ook de lijsttrekker en nieuwe regiopresident Juan Jose Ibarretxe lijkt te behoren - opteert liever voor een meer stabiele coalitieregering met een niet-nationalistische partij. Omdat de politieke tak van de ETA bij voorbaat al heeft uitgesloten te willen deelnemen aan een regering, is de basis voor een nationalistische minderheidsregering uiterst zwak: de conservatieve partij en de socialisten hebben gezamenlijk meer zetels. De steun van de politieke ETA-aanhang in het parlement is derhalve onontbeerlijk. En de laatsten zijn gewoonlijk slechts bij uitzondering in het regioparlement aanwezig.

Met de nummer twee, de conservatieve Partido Popular, is een coalitie uitgesloten. Officieel geldt de partij van Aznar als de meest uitgesproken representant van de “Spaanse' partijen. Deze verkiezingen maken bovendien duidelijk dat de PP vooral in de grotere Baskische steden een ernstige bedreiging vormt voor de hegemonie van de nationalisten. Bij de leiders binnen de Partido Popular is er dan ook geen enkele behoefte deel te nemen aan een regioregering. Daar wacht men liever het moment af waarop de nationalisten onderling slaags raken over het leiderschap binnen het nationalistische pact. Meer kans te worden uitgenodigd deel te nemen aan een regering maakt de socialistische partij. Maar zolang de onderliggende afspraken tussen PNV en ETA de toon zetten, bestaat ook hier terughoudendheid.

In nationalistische kring luidt de voorlopige veronderstelling dan ook dat de PNV in minderheid zal regeren tot de gemeentelijke en provinciale verkiezingen, volgend jaar zomer.

Dan hopen de nationalisten alsnog op een gezamenlijke overwinning die tot de vorming van nieuwe besturen kan leiden. In niet-nationalistische kringen twijfelt men er echter niet aan dat de verkiezingen van afgelopen zondag andermaal een bevestiging zijn van de sterke politieke veelzijdigheid in Baskenland.