Eenzaamheid, verveling en de ziekte van de jeugd

A Touch of Fever (Hatachi no binetsu) Regie: Ryosuke Hashiguchi.

Sommige films wekken de indruk dat de jeugd een ziekte is, een lichte koortsaanval of een vlaag van verstandsverbijstering, net zoals sommige boeken dat over de liefde schrijven. A Touch of Fever heet de debuutfilm van de Japanse regisseur Ryosuke Hashiguchi uit 1993, die hier bekend werd met zijn tweede speelfilm Like Grains of Sand (1996), bekroond met een Tiger Award tijdens het International Film Festival Rotterdam. Het nu op huurvideo uitgebrachte A Touch of Fever, al wordt de Japanse titel Hatachi no binetsu ook wel vertaald als het toepasselijkere `The Slight Fever of 20-Year Old', kan worden beschouwd als een niet onaardige stijloefening voor die succesvolle tweede film.

Beide films van Hashiguchi cirkelen afstandelijk om de levens van een groepje jongeren in het hedendaagse Tokio. De hoofdpersonen raken haast verstrikt in hun gevoelens van eenzaamheid, verveling en onhandige ontluikende (homo)seksualiteit. Thematiek en sfeer van Hashiguchi's films zijn dan ook nauw verwant aan het werk van de Taiwanese filmregisseur Tsai Ming-liang, wiens The River een van de aardigste films van het laatste Rotterdamse Filmfestival was. Greep Tsai's film je letterlijk naar je strot, A Touch of Fever is met dezelfde stijlmiddelen (weinig tekst veel lege straattaferelen, gekweld kijkende jongeren, statische shots) gemaakt, maar de dramatische werking ervan is geringer. We volgen de twee jonge mannelijke hoofdpersonen, schooljongens nog, die rondhangen in een jongensbordeel, maar terugschrikken als hun diensten ook daadwerkelijk worden verlangd, of ze juist nonchalant aanbieden. Als er tussen deze Tatsuro (Yoshihiko Hakamada, hoofdpersoon Shuji uit Like Grains of Sand) en Shin iets van vriendschap of liefde ontstaat, verstoort dat de onverschillige manier waarop ze gewoon zijn met elkaar om te gaan.

Hashiguchi maakt van Tokio een cleane stad, waarin alles geseksualiseerd wordt: een kletsende jongen en meisje in een hamburgerrestaurant een doosje Kleenex, een spierwitte onderbroek die langs twee benen naar beneden wordt gestroopt. Dat gekke contrast tussen die steriele wereld en die plotselinge broeierigheid levert de boeiendste scenes op.