Ed Harris

In een serie profielen van gezichtsbepalende filmsterren deze week Ed Harris, de charismatische no-nonsense acteur met de felle blauwe ogen en de wijkende haargrens die nu een beheerste tv-regisseur speelt in The Truman Show.

Het meest karakteristieke filmmoment van Edward Allen Harris Hollywood-acteur sinds twintig jaar, zit in Apollo 13, het ruimtevaartepos uit 1995 waarin hij niet meer dan `fifth of the bill' was (na onder meer Tom Hanks en Kevin Bacon). Als de vluchtleider van de een-na-rampzaligste expeditie uit de geschiedenis van NASA maakte hij indruk door zijn jaloersmakende doortastendheid en vooral door de donderpeptalk waarmee hij zijn team aanspoorde om een oplossing te zoeken voor de dreigende ondergang van de Apollo.

`Failure is not an option' luidde zijn typisch Amerikaanse conclusie, een uitspraak die - mede doordat hij gebruikt werd in de reclamecampagne voor de film - inmiddels bijna even vermaard is als `Rosebud' (Charles Foster Kane), `Here's looking at you kid' (Rick uit Casablanca) of `Nazi's... I hate these guys' (Indiana Jones).

De blauwogige en stoerkakige Ed Harris (Tenafly, New Jersey 28 november 1950) kreeg voor zijn charismatische spel in Apollo 13 een Oscarnominatie, maar vreemd genoeg werd hij daarna niet overladen met uitdagende hoofdrollen. In Nixon, The Rock, Absolute Power, en nu The Truman Show, is hij wat hij voor 1995 al was: een ondersteunend acteur die doet verlangen naar de scenes waarin de aandacht op hem gericht is. Als John Glenn in de ruimtevaartfilm The Right Stuff (1983) als Vietnamveteraan in Jacknife (1989), en als troubleshooter in het onderwaterspektakel The Abyss (1989), doet hij de concurrerende sterren verbleken. Alleen in Glengarry Glen Ross (1992) zijn Al Pacino en Jack Lemmon tegen zijn vulkanisch agressieve spel opgewassen.

In die laatste film (naar het gelijknamige stuk van David Mamet) speelt Harris het personage dat hem het best past: de dominante autoriteit die ondanks zijn opvliegendheid nooit zijn menselijkheid verliest, de macho met het kleine hartje, de no-nonsensefiguur die - zoals Harris ooit over zichzelf zei - leeft bij een allesoverheersende stelregel: `Ik doe mijn werk en laat daar niets tussenkomen.'

Zoals Julius Caesar graag veldslagen begon omdat een lauwerkrans zijn kaalheid camoufleerde zo heeft Ed Harris een voorkeur voor rollen waarin zijn wijkende haargrens niet al te veel opvalt. “Ik ben dol op crew cuts', zegt de man die ooit werd uitgeroepen tot de Aantrekkelijkste Kaalkop van Amerika; en dus speelt hij militairen, gezagsdragers, conservatieve Amerikanen en ieder ander die beroepshalve of uit principe zweert bij gemillimeterd haar. Harris' kop is gemaakt voor de Hollywood-blockbuster, in kleinschalige onafhankelijke films is hij zelden te zien. Het meer `artistieke' acteren bewaart hij voor de toneelvoorstelllingen waarvoor hij eens in de paar jaar tijd vrij maakt. Zo oogstte hij - natuurlijk als officier - veel succes in de Broadwayproductie van Taking Sides, over het oorlogsverleden van de dirigent Wilhelm Furtwangler. Op prestigieuze hoofdrollen in topfilms zit Harris niet te wachten. `I don't need much from stardom,' zei hij onlangs in een interview. `Acting is what I do.'