De verbazingwekkende natuur

The Life of Birds is het eerste nieuwe, tiendelige natuurprogramma dat David Attenborough maakte na The Life of Plants vier jaar geleden.

Door het eindeloze recyclen van zijn werk op vele netten krijg je de indruk dat sir David alomtegenwoordig is, maar op den duur heeft de natuurfilmliefhebber de meeste toch enkele keren gezien. Maar nu is er eindelijk dus weer nieuw materiaal.

De natuurfilms van David Attenborough vormen iedere keer weer een wonderlijke mengeling van zijn warme menselijke persoonlijkheid en de technische perfectie van het BBC-filmteam waarmee hij zich omringt. Wie hem gewoon bezig ziet, met zijn innemende stem, zijn grote eruditie zijn scherpe formuleringen in perfect Engels, zou denken dat hij ook een low budget productie al tot een succes kan maken. Maar als oud-directeur van BBC2 weet Attenborough dat een goed programma meer nodig heeft. Het moet niet alleen voortreffelijk zijn, zodat de vakman bewondering voelt - het moet ook de leek verbazen.

Bij The Life of Birds heeft Sir David weer alle technische hulpmiddelen gebruikt die op dit moment voorhanden zijn. Met computeranimaties maakt hij duidelijk hoe de vogels zich ontwikkelden uit reptielen. Dat soort animaties zijn na Jurassic Parc langzamerhand al zo vanzelfsprekend geworden, dat de kijker ze haast niet meer opmerkt. Maar bij The life of birds komt dat vooral omdat ze zo goed zijn uitgevoerd. Slow motion (bij kolibries of duikende ijsvogels) of juist de fascinerend beeldversnellingen uit The Life of Plants, kunnen de kijker ook veel duidelijk maken. Vaak gebruikt Attenborough ze niet alleen voor instructie, maar eerder om het juiste tempo in de film te krijgen.

Veel mensen kijken nog altijd een beetje neer op `die natuurfilms'. Het zou simpel vermaak zijn voor kinderen en vutters. Veel films zijn inderdaad erg simpel - zet een crew een paar maanden in een natuurgebied en laat ze alles filmen wat er te zien valt. Met muziek en wat grappige teksten worden de beelden aan elkaar gelijmd en je hebt weer een uurtje natuurtelevisie.

Zo niet de tegenwoordige BBC-series.

Attenborough kiest consequent voor een thematische aanpak: hij wil wat duidelijk maken en de voorbeelden daarvoor moeten goed zijn, waar vandaan ter wereld ze ook moeten komen. The Life of Birds kostte dan ook drie jaar om te maken. Er deden 48 cameramensen mee, die samen bijna 400 kilometer film verschoten. Omdat David Attenborough in bijna alle scenes aanwezig is, moest hij voor deze serie 256.000 mijlen vliegen, evenveel als tien maal rond de aarde. Voor de milieulobby die tegen vliegen is, zal dit even slikken zijn.

Vorige week begon de serie met `To Fly or not to Fly?', de vraag hoe het komt dat vogels gingen vliegen en waar het goed voor is.

Want ook zonder vleugels zijn vogels redelijk succesvol: je kunt beter geen boze casuaris ontmoeten in het oerwoud van Nieuw Guinea. En de toppredator in Zuid-Amerika was voor de landbrug van Panama geen zoogdier, maar een vier meter hoge loopvogel een neefje van Tyrannosaurus rex, kleiner maar veel sneller.

Vanavond gaat de aflevering over het vliegen zelf. Over het moeizame van de grond komen van pijlstormvogels - en over het moeiteloze zweven van deze vogels als ze eenmaal in de lucht zijn. Uren zwenken ze over de golven zonder merkbaar hun vleugels te bewegen.

Als de pijlstormvogels de meesters van de zweefvlucht zijn, dan zijn de kolibries levende helikopters. Het zijn de enige vogels die stil in de lucht kunnen blijven staan zonder tegenwind. Voor zulk soort vliegen hebben vogels veel energie nodig. En daarover gaat de aflevering volgende week.