Chef geheime dienst Servie ontslagen; `Zuiveringen op komst'

De chef van de Servische geheime dienst, Jovica Stanisic - de rechterhand van de Joegoslavische president Milosevic - is ontslagen. Dat meldde gisteren het kabinet van de Servische president, Milutinovic. Een reden werd niet gegeven.

Volgens onafhankelijke media in Servie heeft Stanisic kritiek geuit op het hardhandige optreden van de Servische politietroepen in Kosovo en op hun `etnische zuivering' in de provincie. Hij zou zich bovendien hebben uitgesproken tegen de nieuwe, zeer repressieve mediawet. Stanisic is volgens de onafhankelijke media de verliezer in een machtsstrijd met de hardliners in de JUL, de neocommunistische partij die wordt geleid door Milosevic' vrouw, Mirjana Markovic, en die Joegoslavie in een coalitie met Milosevic' socialisten regeert. Stanisic werd gisteren ook ontslagen als onderminister van Binnenlandse Zaken van Servie.

Het blad Nasa Borba schreef naar aanleiding van het ontslag dat er in de Servische leiding een zuivering op komst is waarvan mogelijk de opperbevelhebber van het Joegoslavische leger, generaal Momaarschijnlijkcilo Perisic, het volgende slachtoffer wordt. Van Perisic is bekend dat hij zich heeft verzet tegen een uitbreiding van de rol van het Joegoslavische leger in de bestrijding van het Albanesen `terrorisme' in Kosovo. (AFP)

Een onzer redacteuren voegt hieraan toe:

Jovica Stanisic gold tot gisteren als waarschijnlijk de op een na belangrijkste man van Joegoslavie na Milosevic, en bovendien als de man die voor de Joegoslavische president achter de schermen de moeilijke en delicate klussen opknapte. De internationale gemeenschap kent hem als de onderhandelaar die in juni 1995 de Bosnische Serviers - mogelijk met behulp van de dossiers die hij over hun leiders Radovan Karadzic en Ratko Mladic had - dwong de bijna vierhonderd blauwhelmen, die ze in Bosnie aan bruggen en hekken van militaire installaties hadden vastgeketend als `levend schild' tegen eventuele NAVO-luchtaanvallen, vrij te laten.

In december van datzelfde jaar slaagde hij erin de Bosnische Serviers te bewegen tot de vrijlating van twee gevangen Franse piloten.

Stanisic een Montenegrijn die zijn jeugd doorbracht in het noordelijke Vojvodina politieke wetenschappen studeerde, carriere maakte in Tito's geheime dienst en in de jaren tachtig chef werd van de afdeling operaties van de geheime dienst in de hoofdstad Belgrado, is bepaald geen duif: hij heeft in 1991 en 1992 Servische milities, de uitvoerders van de `etnische zuivering', helpen opzetten en bewapenen in Kroatie en in Bosnie. Hij werd daarvoor in 1992 beloond met het onderministerschap. Een familielid van hem, Mico Stanisic, leidde de geheime politie van de Bosnische Serviers en wordt overigens als oorlogsmisdadiger gezocht door het VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden in ex-Joegoslavie in Den Haag.

Maar Jovica Stanisic werd wel gezien als een man die - mogelijk als enige - een matigende invloed uitoefende op het machiavellistische bewind in Belgrado. Waarnemers gaan ervan uit dat hij het was die eind 1996 en begin 1997 Miloaarschijnlijksevic weerhield van gewelddadig ingrijpen tegen de dagelijkse betogingen tegen zijn regime, naar aanleiding van Milosevic' fraude bij de gemeenteraadsverkiezingen. Hij beschikte, hoe trouw aan Milosevic ook over goede contacten met de democratische oppositie en met de Montenegrijnse president Milo Djukanovic, een scherp criticus van Milosevic en - als het tot de door Nasa Borba voorspelde zuivering komt - waarschijnlijk met generaal Perisic het volgende doelwit van de hardliners en radicalen in de leiding van Joegoslavie. De nieuwe mediawet die al heeft geleid tot de sluiting van drie onafhankelijke kranten, en Stanisic' vertrek kunnen de inleiding vormen tot een drastische verharding van het regime in Belgrado, zo menen veel waarnemers. De eerste die gisteren in Belgrado zei te betreuren dat Stanisic was ontslagen was Zoran Djindjic, de leider van de democratische oppositie in Joegoslavie.