Bonzen en media

TIJDENS DE OLYMPISCHE WINTERSPELEN in Nagano, februari dit jaar, leed NOC-voorzitter Huibregtsen nederlaag op nederlaag. Eerst werd prins Willem-Alexander het Internationaal Olympisch Comite (IOC) binnengeloodst zonder dat Huibregtsen daarin was gekend. Vervolgens publiceerde de Volkskrant een artikel waarin de NOC-voorzitter zijn gal mocht spuwen over deze gang van zaken die karakteristiek was voor het ondoorzichtige olympische milieu.

Trefwoorden in dit mini-interview, dat telefonisch werd afgenomen: “judas', “saboteur' en “lafheid'.

Exit Huibregtsen. Althans als NOC-voorzitter. Hij had op het verkeerde moment even geen rekening gehouden met de onschendbaarheid van de kroonprins van het Koninkrijk der Nederlanden. Als burger liet hij zich echter niet uit het veld slaan en begon een juridische procedure tegen de Volkskrant. Het ochtendblad zou hem onjuist hebben geciteerd of geparafraseerd en hem derhalve schade hebben berokkend.

Vandaag heeft de rechtbank in Amsterdam vonnis gewezen: de publicatie was “onrechtmatig'. Volgens de rechtbank heeft de Volkskrant het telefonische interview “onzorgvuldig' weergegeven. Het dagblad wordt onder meer verweten dat het leading questions heeft gesteld en het antwoord daarop als citaten heeft gepresenteerd. Dat Huibregtsen de kroonprins een “judas' heeft genoemd, staat volgens de rechtbank niet ter discussie. Maar de begrippen “saboteur' en “lafheid' had de krant de NOC-voorman niet in de mond mogen leggen. De bewijslast voor die laatste twee woorden berust bovendien niet bij Huibregtsen, die heeft ontkend zo gesproken te hebben, maar bij de krant.

DE TENDENS IN HET VONNIS is op zichzelf geen verrassing. Onder leiding van rechtbankpresident Gisolf hebben media de afgelopen jaren menig geding verloren. De rechters in Amsterdam hebben al vaker het correct citeren door journalisten in twijfel getrokken. Maar de uitspraak van vandaag gaat een stapje verder. Hoewel de rechtbank concludeert dat Huibregtsen had kunnen weten dat het telefoongesprek voor publicatie gebruikt zou kunnen worden en hij dus niet door de journalist is misleid, stelt ze ook zeer hoge eisen aan de wijze waarop citaten moeten worden verwerkt. De journalistiek moet zich ervan bewust zijn of een interview “schade' kan berokkenen en heeft dus niet de vrijheid spreektaal te bewerken tot leestaal en het resultaat vervolgens tussen aanhalingstekens te zetten.

ALS DE KRANT IN HOGER BEROEP gaat en dit vonnis daar overeind blijft, heeft dat gevolgen voor de journalistiek. Bevestiging van het vonnis zal de media dwingen om permanent de bandrecorder (zichtbaar uiteraard) paraat te hebben of elke tekst voor publicatie ter autorisatie voor te leggen.Voor de bestuurders en hun pr-managers is dat een aanlokkelijk perspectief. Voor de journalistiek daarentegen zou het wel eens kunnen leiden tot beknotting van haar mogelijkheden.