Asielbeleid is halfslachtig

Zolang de Tweede Kamer geen knopen doorhakt zal er geen einde komen aan de huidige crisis in de opvang van asielzoekers, meent Nol Vermolen. De politieke besluitvorming straalt steeds meer een sfeer van pappen en nathouden uit.

Uitzetting is weliswaar de naarste kant van het asielbeleid, maar hoe langer met dat besluit wordt gewacht hoe harder die beslissing aankomt.

De politieke reacties van de afgelopen weken rond het asielbeleid roepen een beeld van paniek op. Premier Kok doet de uitspraak: wie het weet moet het maar zeggen. PvdA-fractievoorzitter Melkert vraagt om wettelijke maatregelen binnen de hoogst ongebruikelijke termijn van acht weken. Het Eerste-Kamerlid van de PvdA Linthorst stelt voor om quotering in te voeren. Het CDA pleit voor sluiting van de grenzen.

Wat is er gebeurd dat deze paniek kon ontstaan? Het kabinet kondigde bij de algemene beschouwingen in de Tweede Kamer aan dat het aantal asielzoekers dit jaar zal oplopen tot 48.000 en sprak de verwachting uit dat het aantal asielzoekers in 1999 60.000 zal bedragen. Het aandeel van Nederland in de opvang van asielzoekers in Europa zou daardoor groeien van elf naar veertien procent. Nog geen week later meldden de media dat de opvangcentra zo vol zaten dat er bijna niemand meer bij kon. Asielzoekers werden al ondergebracht in caravans en sporthallen. De daarop volgende dag werd bekendgemaakt dat uit een opinieonderzoek van het NIPO bleek dat de Nederlandse bevolking in grote meerderheid voor een strenger asielbeleid zou zijn. Al snel werden verbanden gelegd en de rapen waren gaar.

Men verzuimde hierbij te vermelden dat eind 1997 al rekening werd gehouden met zo'n 40 a 45.000 asielverzoeken in 1998. Het toenmalig kabinet ging echter uit van het veel minder realistische aantal van 32.500. Nieuw beleid zou tot deze daling moeten leiden. Waarschuwingen dat die verwachting hoogstwaarschijnlijk niet zou uitkomen waren tegen dovemansoren gericht. Tegen die achtergrond is het merkwaardig dat men nu verbazing voorwendt, waar het meer voor de hand zou liggen de hand in eigen boezem te steken.

Het hoger uitgevallen aantal asielzoekers is echter niet de oorzaak van de problemen in de opvang, maar van een stagnerende doorstroming.

Asielzoekers worden eerst tijdelijk opgevangen in asielzoekerscentra. Bij de inrichting van die centra is uitgegaan van een gemiddeld verblijf van zes maanden. Daarna zou de asielzoeker verhuizen naar een woning binnen de gemeentes (ROA-woningen). Sinds 1 januari 1996 is een afspraak tussen Rijk en gemeentes van kracht die inhoudt dat het Rijk verantwoordelijk is voor asielzoekers en de gemeentes voor statushouders. Dat betekent dat iedere asielzoeker de definitieve beslissing over zijn asielverzoek in de centra moest afwachten, hoe lang het ook zou duren. De wachttijden in de opvangcentra zijn echter onverantwoord lang geworden. De politiek wilde niets van de aangedragen oplossingen weten en kwam evenmin met alternatieve oplossingen. Er gebeurde dus hoegenaamd niets. Uiteindelijk is dat de oorzaak van de huidige situatie. De uitstroom van asielzoekers nam zodanig af dat deze door de instroom in de centra werd overtroffen.

Het feit dat de procedures steeds langer duren, heeft een mengeling van oorzaken. In de eerste plaats is er een logistiek probleem. Op grond van consequent te lage ramingen is de uitvoeringsdienst van het ministerie van Justitie structureel onderbemand. De kwaliteit van het geleverde werk is te vaak onder de maat. In de tweede plaats is er de gebrekkige informatie over de veiligheidssituatie in een aantal conflictlanden. Maar het belangrijkst is dat de politieke besluitvorming steeds meer een sfeer van pappen en nathouden uitstraalt.

Niet alleen het kabinet faalt als het aankomt op besluitvorming, maar ook het parlement dat dit beleid na een groot aantal kritische aantekeningen toch voorziet van steun, die nu wel heel zuinig is.

Het gevolg is onduidelijkheid over de regeringsopvatting ten aanzien van een aantal landen. Uiteindelijk zijn individuele dossiers van asielzoekers uit dergelijke landen steeds vaker stil komen te liggen. Er werd niet meer besloten tot afwijzing, maar ook niet tot toewijzing. De asielzoekers waren er het slachtoffer van. Het betreft inmiddels een zo omvangrijke groep, dat het volstrekt begrijpelijk is dat de opvangcentra vollopen. Als de uitstroom stagneert loopt de opvang vanzelf vol.

Hetzelfde kun je zeggen over het terugkeerbeleid, met als uiterste middel uitzetting. Te vaak kon het gebeuren dat mensen definitief te horen kregen dat ze het land moesten verlaten, maar dat er vervolgens niets geschiedde. Niet zelden had dat te maken met politieke terughoudendheid en minder met het soms sterk opgeblazen vraagstuk van ontbrekende reisdocumenten. Het lijkt soms wel alsof men eerst wilde beslissen om een asielzoeker terug te sturen en pas daarna begon na te denken over de vraag hoe dat zou moeten gebeuren. Deze stroperigheid heeft, behalve gevolgen voor doorstroming in de opvang, ook haar tol geeist onder de asielzoekers.

De lange wachttijden zijn ziekmakend. De centra die zich hebben toegelegd op de opvang van geestelijk zieke asielzoekers lopen vol. Het aantal aanvragen om verblijf op grond van gezondheidsproblemen, ontstaan door te lange onzekerheid,groeit. Er moeten dus oplossingen komen en wel oplossingen die uitvoerbaar zijn. Rust en overzicht zijn daarbij noodzakelijk.

De oplossingen spreken voor zich. De acute problemen in de opvang van asielzoekers moeten desnoods met noodlocaties worden opgevangen, als men vervolgens maar een aanvang neemt met het wegnemen van de werkelijke oorzaken.

Ook moet gewerkt worden aan de omvang en de kwaliteit van de uitvoeringsdienst. Verder moet de informatievoorziening over de veiligheidssituatie in de landen van herkomst verbeterd worden. Ten slotte moet de kwaliteit van de beslissingen worden verbeterd zodat de prikkel om door te procederen afneemt. Dat kan deels worden bereikt door het aantal vormen van toelating te vereenvoudigen. In het regeerakkoord is afgesproken daarnaar te streven.

Het zijn echter allemaal instrumentele oplossingen die ook zeker allemaal moeten worden uitgewerkt soms ook in wet- en regelgeving. Maar men mag geen overspannen verwachtingen hebben van die wetgeving. Zolang de politiek geen knopen doorhakt zal er weinig veranderen. Pas als men zegt dat asielzoekers uit een bepaald land in beginsel wel of niet worden toegelaten, zullen in de individuele zaken beslissingen kunnen worden genomen. Als men besluit aan mensen te vragen om terug te keren, dan zal dat ook moeten gebeuren en moet de vraag worden beantwoord hoe dat gaat geschieden. Uitzetting is de naarste kant van het asielbeleid, maar hoe langer je met dat besluit wacht, hoe harder die beslissing wordt.

Het uitblijven van dit type maatregelen werkt alleen maar averechts. Zoals Han Entzinger in de Volkskrant van vrijdag 16 oktober jl. ook al vaststelde, spelen de lange - soms chaotische - procedures de mensensmokkelaars alleen maar in de kaart. Nederland moet daar vooralsnog zelf aan werken en niet zo uitdrukkelijk naar zijn buurlanden kijken als nu gebeurt.

Het aantal asielverzoeken in Nederland stijgt. Zo ook het aantal asielverzoeken in bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk, Zwitserland en de Scandinavische landen. In landen als Duitsland en Frankrijk daalt dat aantal.

Natuurlijk moet een internationaal beleid als het asielbeleid uiteindelijk vorm krijgen in Europees verband. Maar de vraag is of de tendens in landen als Duitsland en Frankrijk het richtsnoer moeten zijn bij de totstandkoming daarvan. Politici hebben meermalen hun wens uitgesproken om tot een zelfde dalende lijn als in Duitsland en Frankrijk te komen. Als die het gevolg was van een toename van de veiligheid in de wereld zal iedereen die voorkeur delen, maar het aantal vluchtelingen blijft onverminderd hoog. De oorzaak voor de daling bij hen moet dus wel een andere zijn. Het heeft er veel meer de schijn van dat het aantal asielverzoeken in die landen daalt omdat men daar zoveel barrieres in de asielprocedure en de daarbij behorende opvang heeft opgeworpen dat asielzoekers er niet meer toe komen een verzoek in te dienen. Zij zoeken meteen bescherming in de illegaliteit bij familie, vrienden en landgenoten.

Wie kent niet de beelden van de buitenwijken van de grote steden van Frankrijk. In feite valt in die landen steeds meer te horen dat ook bij hen het aantal asielzoekers groeit, maar dat velen van hen zich niet meer laten registreren doch meteen voor de illegaliteit kiezen. Illegaliteit vormt echter een veel zwaardere last voor betrokkenen en de samenleving dan de opvang van grote groepen geregistreerde asielzoekers. Daar zit een maatschappelijke keuze achter waar de politiek zich eerst over zal moeten buigen alvorens over te gaan op het maken van afspraken in Europees verband. Zolang die keuze nog niet is gemaakt en Europa ook nog niet overloopt van onderlinge solidariteit moet de oplossing vooralsnog op nationaal niveau worden gezocht.