Wereldrecords schaatsen liggen voor het grijpen

Het schaatsseizoen staat weer voor de deur en de vraag rijst waar we dit jaar de records vandaan moeten halen. De klapschaats en Gianni Romme zullen er nog wel een paar voor hun rekening nemen, maar sensationele sprongen als die van vorig seizoen kunnen we niet meer verwachten. Voor echte vorderingen is een nieuw idee nodig.

Een goed voorstel is te vinden in de archieven van het wetenschappelijke blad Nature, in het nummer van 13 oktober 1994. Het is gebaseerd op verminderde luchtdruk. Zoals bekend kunnen op grote hoogte in veel disciplines indrukwekkende prestaties worden geboekt, door de lagere luchtweerstand.

In de Lage Landen springen de harten van de schaatsliefhebbers op bij het naderen van een lagedrukgebied; een stevige depressie brengt een luchtweerstand vergelijkbaar met die op een kilometer hoogte.

Het bewuste artikel in Nature werd geschreven in een tijd dat het werelduurrecord fietsen bijna wekelijks van eigenaar veranderde.

Ook hier waren nieuwe foefjes bedacht. Graeme Obree had een speciale houding en een bijpassende fiets. Deze fiets is later verboden, maar het record dat Obree vestigde kon niet ongeldig worden verklaard. Chris Boardman kwam met een fiets die een halve voorvork had. Miguel Indurain had een heel eigen strategie — hij kon hard fietsen.

Net als het moderne schaatsen wordt het werelduurrecord beoefend op overdekte banen. De natuurkundigen Jonathan Snow en Mark Drela rekenden in Nature voor wat er zou gebeuren wanneer je zo'n stadion vacuüm zou pompen en het daarna zou vullen met pure zuurstof onder eenvijfde van de normale atmosferische druk. Omdat circa 20 procent van de gewone omgevingslucht uit zuurstof bestaat zou dit voldoende zijn om normaal te ademen, terwijl de `ballast' zou ontbreken, dat wil zeggen de 80 procent stikstof die alleen luchtweerstand veroorzaakt.

Snow en Drela berekenden dat wielrenners onder deze omstandigheden 87 kilometer in een uur zouden kunnen rijden in plaats van 53, het toenmalige record. Op schaatsen toegepast zou dit betekenen dat rondjes van om en nabij de twintig seconden mogelijk zouden worden (nu ruim dertig), een snelheid boven de zestig km per uur, en een tijd op de tien km onder de tien minuten.

Snow en Drela hielden zich niet bezig met de eisen waaraan het stadion zou moeten voldoen. Het drukverschil tussen binnen en buiten (0,8 bar) zou overeenkomen met de druk van acht meter water. Een duikerklok is daar nog wel op te ontwerpen maar een bouwsel als een stadion nauwelijks. Daken van stadions hebben nu al moeite met een laagje sneeuw van een decimeter.

Gelukkig is een remedie voorhanden. Een beproefd middel uit de duiktechniek is het vervangen van de verwijderde stikstof door het vederlichte helium. In een stadion doet dat de winst in de luchtweerstand voor slechts eenzevende deel teniet, terwijl het drukverschil volledig wordt gecompenseerd zodat het stadion niet in elkaar wordt gedrukt.

Als komisch neveneffect brengt de menselijke stem in dit lichte gasmengsel (de lichtheid is verantwoordelijk voor de verminderde weerstand) een hoger geluid voort. Het is een bekend effect dat duikers in een dergelijke atmosfeer praten met Donald Duck-achtige stemmetjes. We moeten dan wennen aan een andere klank van het gejuich in het stadion. Overigens zal het gebouw een minimum aan gewicht moeten hebben om niet het luchtruim te kiezen, maar hiervoor zullen geen al te ingrijpende maatregelen nodig zijn.

De schaatsers krijgen met hogere snelheden vrijwel zeker problemen met het bochtenwerk. Net als nu al op de 500 meter, zal de binnenbocht nauwelijks meer te volgen zijn. Ook daar zijn oplossingen voor: grotere banen of hellende bochten als in wielerstadions. Een nieuwe uitdaging voor de ijsmeesters, maar niet een zonder precedent want bobsleebanen hellen al sinds jaar en dag. Overigens is een mens van 70 liter in zo'n heliummengsel ongeveer 80 gram zwaarder dan in lucht. Hij drukt dus iets harder op de grond, terwijl zijn `trage massa' in de bocht dezelfde blijft.

Drela en Snow stelden in 1994 vast dat de reglementen van de Wielerunie niets voorschreven over de samenstelling van de lucht in het stadion. Net als in het geval van Obrees fiets zou er dus ten minste één geldige recordpoging kunnen worden gedaan alvorens de methode kan worden verboden. Records worden erkend als ze zijn gereden tijdens een officieel toernooi, maar dat kan ook een nationaal toernooi zijn. Een mooie kans voor de KNSB en Thialf om geschiedenis te schrijven.