VN laten Saddam zijn wapens houden

Machteloze razernij heeft UNSCOM, de VN-commissie die moet toezien op de ontwapening van Irak, in haar greep. Door verdeeldheid binnen de Veiligheidsraad en tegenwerking van Bagdad kan de commissie haar werk niet meer uitvoeren.

Voert UNSCOM, de Speciale Commissie van de VN voor de Ontwapening van Irak, een verloren strijd? “De stemming onder de medewerkers is uitermate somber', zegt een inspecteur, die anoniem wil blijven. “Wij zijn in een situatie gemanoeuvreerd waarbij de Irakezen ons straffeloos kunnen aanvallen en wij ons niet of nauwelijks daartegen kunnen verdedigen', zegt deze inspecteur. Hij is, zoals bijna al zijn collega's een technicus die absoluut geen politiek wil bedrijven. Maar ook hij kan er niet omheen: “De Veiligheidsraad van de VN geeft ons keer op keer opdracht om ons werk verder uit te voeren. Maar diezelfde Raad is door de tegenstellingen tussen de grote mogendheden zo verlamd geraakt dat hij weigert ons de nodige steun te geven. De Irakezen maken ons het werken onmogelijk. En ze kunnen dat met de zegen van een aantal leden van de Veiligheidsraad ongestraft doen.'

Ook het UNSCOM-rapport dat gisteren naar de Veiligheidsraad werd gestuurd, zal aan deze situatie waarschijnlijk niets veranderen. Volgens het rapport heeft Irak nog voor de Golfoorlog van 1991 wel degelijk zijn raketten met het dodelijke zenuwgas VX geladen.

Zal dit zoveelste bewijs dat Irak zijn verboden wapens probeert aan te houden de Veiligheidsraad uit zijn verlamming halen? Dat is uiterst twijfelachtig. De Verenigde Staten, de enige mogendheid die de Iraakse president Saddam Hussein op andere gedachten kan brengen, zijn immers niet langer bereid om, uitsluitend gesteund door Groot-Brittannie, een kostbare oorlog tegen Saddam te voeren, terwijl de rest van de wereld afkeurend toeziet.

Daarom besloot de regering-Clinton in april dat zij zich niet langer door Saddams acties tegen UNSCOM zou laten provoceren.

“Wij zullen voortaan het tijdstip bepalen wanneer wij terugslaan', verklaarden hoge Amerikaanse regeringsfunctionarissen de koerswijziging. En dus wilden zij niet langer dat UNSCOM in Irak verrassingsinspecties uitvoerde, die Saddam tot een gewelddadige reactie konden uitnodigen - waarna de VS en Groot-Brittannie tot oorlogshandelingen zouden moeten overgaan.

Maar die politieke beslissing, die vertaald werd in zware druk op UNSCOM om de `riskante' inspecties achterwege te laten, betekende het einde van een zorgvuldig door UNSCOM-inspecteur Scott Ritter voorbereid offensief. Hij probeerde niet alleen de geheimen van Saddams bewapening te onderzoeken, maar nog veel meer de Iraakse organisatie te doorgronden die de verboden wapens verstopt.

UNSCOM kon die strijd alleen voeren als de commissie hulp kreeg van andere geheime diensten. Volgens een insider werden contacten gelegd met zeker vijftig landen om informatie te verzamelen. De belangrijkste informanten waren de geheime diensten van de VS Groot-Brittannie en Israel. Volgens de Washington Post, die uitvoerig met Ritter, andere UNSCOM-inspecteurs en de CIA sprak, was met name de samenwerking met de Israelische militaire inlichtingendienst, AMAN, van groot belang. AMAN gaf in 1994 aan welke geheime organisatie in Irak de verboden wapens en de documentatie daarover voor UNSCOM verstopte. Dat was het Speciale Veiligheidsapparaat onder leiding van Qusay Saddam, de jongste zoon van de Iraakse president.

Natuurlijk waren de veranderende strijdmethoden van UNSCOM voor Saddam en zijn metgezellen uiterst bedreigend. Steeds meer en steeds vaker werden dan ook UNSCOM-inspecteurs door Irak voor spionnen uitgemaakt en bedreigd.

Maar zij gingen door met hun werk, en werden aanvankelijk daarin ook zeer gesteund door de Amerikaanse overheid. Het was bepaald niet eenvoudig zo blijkt uit het verslag van de Washington Post. Franse medewerkers binnen UNSCOM zorgden er bijvoorbeeld voor dat strikt geheime informatie naar Parijs werd doorgespeeld, en vandaar naar Bagdad. Ook de Russen hadden binnen UNSCOM hun spionnen om Irak te waarschuwen voor komende inspecties. Vandaar dat Scott Ritter en zijn mensen vaak twee programma's opstelden: een dat de vrienden van Saddam onder ogen kregen, en een dat op blanco papier in het diepste geheim werd voorbereid.

Zelfs die voorzorgen waren niet altijd voldoende. Zo vertelde Ritter dat hij op 7 maart een verrassingsinspectie uitvoerde in een hoofdkwartier van het Speciale Veiligheidsapparaat. Op het moment dat de UNSCOM-ploeg arriveerde, viel in het gebouw de elektriciteit uit - zoals al zo vaak gebeurd was bij een van hun inspecties. Met zaklantarens gingen de inspecteurs van de ene naar de andere kamer. Alle kamers zagen er hetzelfde uit. Lege boekenplanken en bureaus met alleen maar een blanco stuk papier, een pen en vijf lege dossiermappen. Achter elk bureau zat een man met een snor. En ieder van hen zei ambtenaar te zijn voor de registratie van huwelijken.

Een andere verrassingsinspectie leverde daarentegen wel zeer waardevolle gegevens op. Maar onder bedreiging van wapens moest de UNSCOM-inspecteur Gabrielle Kraatz die documenten aan de Irakezen afdragen.

Geen wonder dat Saddam op 3 augustus alle verdere verrassingsinspecties verbood. Hij wist dat hij dat veilig kon doen omdat de VS, zoals reeds in april aangekondigd, niets meer op eigen houtje tegen hem zouden ondernemen.

Toen in augustus bekend werd dat Richard Butler onder zware druk van de Amerikaanse regering de voorgenomen verrassingsinspecties had afgelast liet Washington weten dat Saddam door zijn handelwijze “de sleutel om de VN-sancties op te heffen had weggegooid'. De Amerikaanse regering had er met andere woorden vrede mee dat Saddam niet langer door UNSCOM ontwapend zou worden. De VN-sancties waren voldoende om hem “in zijn kooi te houden'.

Van UNSCOM-zijde wordt dit fel, zij het niet publiekelijk, betwist. Daar zegt men dat zelfs al een langdurige opschorting van het werk van de ontwapeningsinspecteurs Saddam in de gelegenheid stelt om binnen een half jaar zijn verboden wapens weer op te stellen en daarmee desgewenst de wereld te bedreigen.

Intussen heeft de Veiligheidsraad besloten Saddam een extra snoepje aan te bieden. Als UNSCOM in Irak weer ongehinderd aan het werk mag gaan, zal er een onderzoek komen in hoeverre Irak aan de door de Veiligheidsraad gestelde ontwapeningseisen tegemoet is gekomen. Secretaris-generaal Kofi Annan en zijn staf zouden zelfs willen voorstellen de bewijslast om te draaien. Dan zou UNSCOM het bewijs moeten leveren dat Irak nog verboden wapens heeft - en niet, zoals tot dusver de Veiligheidsraad eiste, Irak geloofwaardig zijn ontwapening moeten aantonen.

Als de Veiligheidsraad het idee van Kofi Annan overneemt, is het met UNSCOM gedaan. Want de commissie kan uitsluitend aantonen dat Irak nog teeds de noodzakelijke informatie over zijn verboden wapens achterhoudt. Als de Veiligheidsraad Kofi Annans voorstel verwerpt, maar verder niets onderneemt, kan UNSCOM evenmin nog iets zinvols doen. Want Scott Ritter heeft, uit woede over het zijns inziens door Kofi Annan en de Amerikaanse regering gepleegde `verraad' aan de doelstellingen van UNSCOM, inmiddels te veel onthullingen gedaan aan de media. Daardoor weet men in Bagdad nu precies hoe UNSCOM de strijd voerde.