Shell: Opec verlaat volumebeperking

President-directeur Mark Moody-Stuart van de Koninklijke Shell /Groep voorspelt een ingrijpende verandering in de mondiale olieproductie nu voor langere tijd rekening moet worden gehouden met extreem lage olieprijzen. In een interview met Het Financieele Dagblad zegt hij dat de olie-industrie zich ingrijpend zal moeten herorienteren op nieuwe verhoudingen tussen de elf leden van de Organisatie van olie-exporterende landen (Opec).

Moody-Stuart denkt dat een aantal grote Opec-landen het beleid om de olieproductie te beperken zal verruilen voor een mechanisme van hoog volume en lagere prijzen. “Uiteindelijk is dat de enige manier waarop landen met lage kosten hun dure concurrenten uit de markt kunnen prijzen. Dat is precies wat ik denk dat er gaat gebeuren. De upstream-industrie (productie) staat in zekere zin op zijn kop. De hele industrie zal zich ingrijpend moeten herorienteren. Vraag me niet hoe, maar het zal gebeuren. We hebben nu een instabiele situatie.'

De Shell-topman gaat ervan uit dat de solidariteit verdwijnt tussen grote Opec-landen aan de Golf die tegen zeer lage kosten kunnen produceren en de andere Opec-landen die vast zitten aan kleinere volumes met veel hogere kosten. Hij noemt Saoedi-Arabie en Koeweit als gegadigden voor een groter marktaandeel, en iets duurdere producenten als Venezuela die hetzelfde willen en de deur zullen openzetten voor technologie en kapitaal van buiten.

Op de vraag wat dit betekent voor Shell onderstreept de topman dat het bedrijf een goed technologische en financiele basis heeft. “En dat is precies wat partijen die hun productie willen opschroeven nodig hebben. Wij hebben een sterke concurrentiepositie, we bezitten ook al een positie in gebieden met relatief lage productiekosten zoals Oman en Nigeria.'

Shell heeft volgens Moody-Stuart historisch de neiging gehad om te groeien en daarbij een lager rendement op het geinvesteerd vermogen op de koop toe te nemen. “Wat we nu proberen te doen is: blijven groeien en tegelijkertijd het rendement verhogen.' De Shell-topman acht een rendement van 15 procent haalbaar. Streven naar 18 procent sluit hij uit: “Niet structureel vol te houden.'

Moody-Stuart vindt dat Shell het rendement moet bezien van elk bedrijfsonderdeel. “We hebben op dit vlak veel te doen in de chemie, waar we een bijzonder uitgebreide portfolio hebben. Te uitgebreid denk ik. Geen enkele onderneming kan met succes een dergelijk productenpakket voeren. Daarin brengen we geleidelijk verandering. Het gaat niet altijd om het afstoten van producten. Soms voegen we iets toe omdat er synergie te behalen valt.'