Senator voor het leven

Acht jaar geleden ontbond hij zijn militaire junta, begin dit jaar legde hij zijn opperbevelhebberschap neer en tenslotte hing hij ook zijn uniform aan de kapstok, maar nog altijd draagt hij de rang van generaal. Generaal Augusto Pinochet, sinds kort ook bekend onder de titel: senator voor het leven.

In The New Yorker van 19 oktober jl. poseert hij op een recente foto in een gestreept bruin Brooks Brothers-kostuum met het air van een nice old gentleman die zijn oude dag verdeelt in toewijding voor zijn rode port en zijn kleinkinderen. Senator voor het leven lijkt een titel uit het rijtje: minister van staat, kamerheer in buitengewone dienst, erelid van het Lagerhuis. Maar wat het ook moge inhouden, vele Chilenen vinden het een onverdraaglijke gedachte dat de voormalige militaire juntaleider krachtens de grondwet dat ambt bekleedt.

In maart van dit jaar werden duizenden Chilenen, die op de dag van zijn beediging in Valparaiso de straat op waren gegaan om voor het parlementsgebouw tegen zijn benoeming te protesteren, door de politie met traangas, gummiknuppels en waterkanonnen uiteengedreven. Binnen werd Pinochet verwelkomd door zijn aanhangers en door leden van de oppositie van wie sommigen zwarte armbanden droegen en posters met afbeeldingen van familieleden, vrienden en kennissen die in de afgelopen vijfentwintig jaar door de junta waren omgebracht of waren `verdwenen'. Pinochet behoort in de Chileense senaat tot de politieke meerderheid, maar hij kan zich daar moeilijk op z'n gemak voelen, want tussen zijn vijanden kruist hij dagelijks het pad van de socialisten Juan Pablo Letelier, de zoon van de vermoorde minister van Buitenlandse Zaken in het kabinet-Allende, Orlando Letelier en Isabel Allende, de dochter van de op 11 september 1973 gesneuvelde, dan wel vermoorde socialistische regeringsleider Salvador Allende. Jon Lee Anderson, de New Yorker-verslaggever die de beediging bijwoonde, typeert de verhoudingen in de senaat als ``surrealistisch'. Isabel Allende (niet de bekende schrijfster, maar een nicht) erkent tegenover Anderson Pinochets grondwettelijk recht om senator te zijn, maar ze vindt het een belediging voor de nagedachtenis van de bloedig neergeslagen sociale revolutie van de jaren zeventig om met de leider van dat brute militaire bewind in dezelfde kamer te moeten zitten.

Pinochets senatorschap is meer dan een eretitel. In werkelijkheid is het een functie die hem in staat stelt in de luwte van de Chileense politiek aan de touwtjes te trekken en een stevige greep op het proces van wetgeving te behouden.

Pinochet dankt zijn senatorschap voor het leven aan de onder zijn bewind tot stand gekomen grondwet van 1980 krachtens welke oud-presidenten automatisch in die positie worden benoemd. In de senaat heeft Pinochet gezelschap van negen, eveneens door de grondwet aangewezen senatoren, onder wie zijn voormalige naaste militaire medewerkers. Het spreekt vanzelf dat de voormalige dictator in al die benoemingen de hand heeft gehad. De tien overwegend geestverwante `aangewezen' senatoren vormen een invloedrijke fractie in de slechts 48 leden tellende Chileense senaat. Met de gekozen senatoren uit de twee Pinochet-getrouwe rechtse senaatsfracties hebben de Pinochisten een comfortabele meerderheid.

Jon Lee Anderson, die in The New Yorker een evenwichtig, kritisch portret van de Chileense ex-dictator heeft geschreven, waarvoor hij talrijke Chilenen heeft ondervraagd (onder wie Pinochet zelf en diens dochter Lucia), is van mening dat de benoemingen voor de Pinochetgetrouwen hun waarde al ruimschoots hebben bewezen. “Zij hebben hun invloed onder meer gedemonstreerd door drie voorstellen tot herziening van de grondwet te torpederen'. Twee van die wetsontwerpen die het in de Chileense senaat niet haalden betroffen een voorstel om de zeggenschap over de defensiebegroting weg te halen bij de krijgsmacht en naar de wetgever over te hevelen; en een wetsontwerp om de binnenlandse veiligheidsdienst van Chili voortaan onder het toezicht van de wetgever te plaatsen.

Pinochet was een uitgeslapen militair die zijn Machiavelli had gelezen (vermoedelijk ook zijn Woodrow Wilson) en de systematiek van de grondwet kende. Dat bleek uit de lang doordachte constitutionele beveiliging tegen overhaaste grondwetsherziening die hij in de nieuwe Chileense grondwet van 1980 had laten inbouwen - het beproefde eeuwenoude recept tegen spontane veranderingsdrift, ofwel tegen democratische revoluties.

Pinochet had niet alleen op de belangen van zijn rechtse politieke geestverwanten gelet, maar ook zijn eigen politieke leven verlengd.

Een paar weken na Pinochets intrede in de senaat liet de tegenwoordige president Eduardo Frei in een toespraak op de televisie een ballon op over een volksraadpleging over een eventuele herziening van de nieuwe grondwet. Anderson vermoedt dat Frei zijn gezicht wilde redden tegenover zijn critici. Maar Frei's ballon wilde niet stijgen doordat hij in de draden van Pinochets grondwetssysteem verstrikt raakte. Een volksraadpleging over de herziening van de grondwet is namelijk pas mogelijk na een wijziging van de grondwet in het parlement, en daarvoor is weer een meerderheid vereist in de senaat. Aangezien de hervormingsgezinden in die kamer geen meerderheid hebben, kan er van grondwetswijziging niets terechtkomen.

Tot zijn schade en schande moest Frei vaststellen dat Pinochet een listige bescherming voor zichzelf en zijn vrienden had geconstrueerd.

Pinochet was in meer opzichten listiger dan zijn tegenstanders beseften. In drie fasen deed hij afstand van al zijn uiterlijke macht en voor die vrijwillige abdicatie liet hij Chili drie keer zwaar betalen. Eerst met een wettelijke amnestieregeling die de militaire junta vrijwaarde van strafvervolging, daarna met een door hemzelf als zijn opvolger aangewezen opperbevelhebber en tenslotte met zijn door weinigen begrepen benoeming tot senator voor het leven.