Relatie General Motors en Opel op een nulpunt

Het gaat slecht met Opel. Gisteren stelde moederbedrijf GM een nieuwe topman aan.

Onder de paraplu van 's werelds grootste autofabrikant General Motors uit Detroit wordt een tiental merken gefabriceerd, waaronder Buick Cadillac, GMC, Chevrolet, Oldsmobile, Pontiac en Saturn. In Europa is GM eigenaar van Opel en voor de helft van Saab. Maar sinds kort verliest Gereral Motors (wereldwijd 608.000 werknemers, jaaromzet 166 miljard dollar) marktaandeel. Dat werd gedeeltelijk veroorzaakt doordat GM afgelopen zomer te maken heeft gehad met een staking die alle Noord-Amerikaanse activiteiten verlamde. De staking kostte het bedrijf 2,8 miljard dollar.

Sindsdien heeft GM een aantal belangrijke beslissingen genomen. Het zal volgend jaar zijn onderdelendivisie Delphi Systems verzelfstandigen. Daarnaast heeft GM in augustus aangekondigd verkoop, marketing en onderhoud van zijn vijf grote Amerikaanse merken - Buick, Chevrolet, Cadillac, Oldsmobile en Pontiac - samen te voegen en die activiteiten onder te verdelen naar regio. Bovendien besloot General Motors zijn Noord-Amerikaanse en internationale divisie samen te voegen onder een topman, Richard Wagoner.

Bij de succesvolle Europese dochter van GM Opel heeft men lang de illusie gekoesterd dat die Amerikaanse saneringsdrift aan Europa voorbij zou gaan. Was Opel onder bestuursvoorzitter David Herman eind jaren tachtig nog een bedrijf dat jaarlijks aan de winst van General Motors een miljard dollar bijdroeg halverwege de jaren negentig begonnen de problemen bij Opel dat zich meer als een Duitse dan Amerikaanse autofabrikant beschouwde.

De Duitse vakbond IG Metall alsmede de ondernemingsraad van Opel zien de Amerikaanse bemoeienis als de grootste oorzaak van het verval van Opel, al dertig jaar ononderbroken marktleider in Nederland.

Voor het eerst kampte Opel met kwaliteits- en productieproblemen, nieuwe modellen kwamen te laat op de markt en scoorden niet meer zo hoog in road-tests als voorheen. Waarna Opel vorig jaar tot overmaat van ramp ook nog in de verliezen dook. Op een recordomzet van 30 miljard mark werd 228 miljoen verlies geleden. In 1996 werd nog 314 miljoen winst gemaakt. Opel heeft op de belangrijke thuismarkt te maken met een gestage vermindering van marktaandeel. Het daalde van 17 procent in 1995 tot 15,6 procent vorig jaar.

Inmiddels lijken de betrekkingen tussen Opel en het Amerikaanse management tot het nulpunt gedaald. De nieuwe topman van GM voor alle productiedivisies Wagoner haalde Gary Cowger terug naar de Verenigde Staten, uitgerekend op het moment dat deze die-hard uit Kansas bij de Duitse managers van Opel in de smaak begon te vallen. Cowger hanteerde bij Opel een on-Amerikaanse opstelling. Hij bleek erg begaan met het lot van Opel als zelfstandig bedrijf binnen GM. Bovendien slaagde hij er in vrede te sluiten met de Duitse vakbonden.

Ironisch genoeg werd Cowger juist om die reden teruggehaald naar de VS, waar de verhoudingen tussen GM en de vakbonden door de staking van afgelopen zomer flink verziekt zijn. Maar daar hadden ze bij Opel in Duitsland geen boodschap aan. President-commissaris Hans Wilhelm Gab van Opel was zo verbolgen over het terugroepen naar de VS van Cowger dat hij zijn ontslag indiende. GM wilde Cowger daarop vervangen door Opels ontwikkelingschef Peter Hanenberger, maar dat stuitte op felle tegenstand van de vertegenwoordigers van de werknemers en veel directieleden. Daardoor zat Opel en zonder bestuursvoorzitter en zonder president-commissaris.

Sinds gisteravond is weer in die leemte voorzien. Bestuursvoorzitter wordt per 1 november de 54-jarige Amerikaan Robert Hendry, die zijn baan als topman van de Zweedse autofabrikant Saab waarvan GM voor de helft eigenaar is, aanhoudt. Hans Barth volgt Gab op als president-commissaris. Dat Opel akoord gegaan is met een nieuwe topman die er twee banen op nahoudt, is opmerkelijk gezien de militante opstelling die de Duitse dochter meestal ten opzichte van het hoofdkantoor in Detroit inneemt. Maar volgens Rudolf Muller van de ondernemingsraad moet het “eindelijk eens afgelopen zijn met de chaos bij Opel.'

Volgens Muller heeft GM toegezegd de hoofdvestiging in Russelsheim in stand te houden en te moderniseren. Er komt uiterlijk in 2002 een nieuwe fabriek. Dat vergt 850 miljoen mark (960 miljoen) aan investeringen. Beslissingen die geen uitstel dulden wil Opel niet nog verderop raken ten opzichte van concurrent Volkswagen.