`King Loek' ontsnapt met remise tegen kamergeleerde

Op de vraag tegen wie hij in de vierde ronde van het Fontys Schaaktoernooi Tilburg moest spelen, antwoordde Vadim Zviaginsev 's morgens met een brede grijns: `King Loek'.

Voor buitenlandse schakers blijft de weinig verhullende schuilnaam waarmee Loek van Wely schaakt op het Internet een bron van vermaak. Zeker voor een bescheiden intellectueel als Zviaginsev die in alles een tegenpool lijkt van de Brabantse straatvechter. Als Van Wely in de analyseruimte het hoogste woord voert, kijkt de 22-jarige Moskoviet blij lachend als een tevreden kamergeleerde belangstellend toe. Zoals hij ook welwillend luistert als hij aangesproken wordt en aandachtig zijn hoofd vooruitsteekt en zijn wenkbrauwen fronst om zijn beperkte kennis van het Engels een steuntje te geven.

Zviaginsev heeft het de laatste tijd uitstekend naar zijn zin. Nadat hij in hoog tempo was afgestudeerd aan de economische faculteit van de Moskouse Lomonosov universiteit besloot hij te kijken hoe het leven van beroepsschaker hem zou bevallen. Voorlopig wil hij dat experiment voor onbepaalde tijd voortzetten, nu blijkt dat de crisis in Rusland al duizenden economen hun baan heeft gekost.

Aan het schaakbord zijn de verschillen tussen Zviaginsev en Van Wely beduidend kleiner. Allebei duiken ze in opperste concentratie in hun stelling en allebei willen ze erg graag winnen. In hun partij moest Van Wely die wens om te winnen al snel veranderen in een overlevingsplan. Vanuit de opening liet hij zich in een verkrampte verdediging dringen en al na een zet of vijftien leek het onheil onafwendbaar. In de perskamer volgde Viktor Kortsjnoi, die na twee pijnlijke nederlagen zijn evenwicht had hervonden met een soepele remise tegen Lautier, de partij met kritische geluiden. “Kijk, daarom heb ik van Van Wely verloren', sneerde hij, “omdat ik geen enkele van zijn zetten kon voorspellen.'

De omslag kwam weinig later. Terwijl Zviaginsev zich rijk rekende met een al te optimistisch aanvalsplan ontging hem een geforceerde afwikkeling naar een eenvoudig gewonnen eindspel. Van Wely sprong behendig overeind en forceerde met een lastig tegenoffensief remise. In de perskamer kreeg Zviaginsev er van Kortsjnoi nog een tik achteraan. Waarom had hij niet doorgespeeld, wilde `de professor' verwijtend weten. Zviaginsev ging er niet op in, maar na afloop van de analyse stelde hij berustend: “Ik kon die remise helemaal niet uit de weg gaan, maar misschien zat Kortsjnoi te hopen dat ik zou verliezen.

Tenslotte speel ik mijn volgende partij tegen hem.'

De tegenvallende ontknoping bij Van Wely en Zviaginsev was typerend voor een ronde waarin heel wat beloftes niet werden ingelost. De grootste belofte leek verborgen te zitten in de stand die Jeroen Piket met zwart rechtstreeks vanuit de opening bereikte tegen Vladimir Kramnik. Een opmerkelijke prestatie van Piket. Kramnik zou een goede kans op de wereldtitel maken als alleen zijn resultaten met wit telden, en bovendien troefde Piket hem ook nog eens af in een variant waar de Rus in de loop van de jaren honderden studie-uren gestopt moet hebben. Kramnik legde na afloop uit dat hij het een en ander vergeten was, maar het lijkt er meer op dat hij na een rustperiode van meer dan drie maanden nog last heeft van lichte ontwenningsverschijnselen. Piket sloeg een remise-aanbod op de 23ste zet resoluut af, maar slaagde er toch niet in om zijn winststelling te verzilveren. In tijdnood raakte hij zijn voordeel kwijt en moest kort na de tijdcontrole berusten in remise.

Ook Viswanathan Anand en Veselin Topalov hadden iets om over na te denken. In een uiterst complexe Siciliaan miste Anand een ijzersterk vervolg dat normaal gesproken zonder nadenken uit zijn vingers zou glijden. Nog opmerkelijker was het dat hij in de afwikkeling die hij koos een ongebruikelijke taxatiefout maakte. Topalov profiteerde goed, maar slaagde er uiteindelijk toch niet in om de behendige verdediging van Anand onderuit te halen.

De enige speler die tussen alle remises vooruitgang boekte was Matthew Sadler. Nadat hij in de eerste drie rondes drie keer akkoord was gegaan met een remisevoorstel van zijn tegenstander besloot hij tegen Michael Adams door te spelen.

Ten eerste omdat hij met fijnzinnig spel een prachtige stelling had bereikt, ten tweede omdat hij nog een oude rekening met zijn landgenoot te vereffenen heeft. “De afgelopen twee jaar heb ik nauwelijks tegen Michael gespeeld, maar uit mijn jeugdjaren herinner ik me heel veel pijnlijke verliespartijen. Om te beginnen een partij toen ik elf was en Michael veertien en ik aan vijf extra pionnen niet genoeg had om te winnen.'