Islam

Naar aanleiding van de berichtgeving over de opening van het Instituut voor de Studie van de Islam in de Moderne Wereld (NRC Handelsblad 21 oktober) het volgende.

Dat men bij studie naar moderne ontwikkelingen in de islamitische wereld nu en dan met fel oplopende tegenstellingen te maken heeft is onvermijdelijk. De islam is niet langer een vreemde godsdienst in verre en tamelijk onbetekenende landen, hij is bijna ongemerkt deel geworden van onze eigen samenleving. Moslims, `daar' zowel als `hier', zijn ook niet meer bereid als passieve objecten van onderzoek te fungeren maar zien dat kennis en wetenschappelijke vertogen vormen van macht zijn. Ze stellen de hierarchische relatie tussen onderzoeker en onderzochte ter discussie en nemen in toenemende mate actief deel aan debatten over doel en inhoud van wetenschappelijke vertogen over de islam.

Onderzoekers realiseren zich dat onderzoek een vorm van dialoog met zich meebrengt. Daarbij moet geen polderachtige consensus nagestreefd te worden; de visies zullen vaak tegenstrijdig blijven, maar de kwaliteit van het onderzoek kan alleen maar verbeteren wanneer de onderzochten als gesprekspartners serieus genomen worden. Veel debatten zullen in de rust en kalmte van de ivoren toren gevoerd kunnen worden. Men moet de controverse niet zoeken maar de confrontatie met andere standpunten ook niet uit de weg gaan. Men kan daarbij soms onvoorziene reacties oproepen, zoals ons overkwam, en dat mag dan wel eens slecht uitkomen, maar dat zou voor een onderzoeksinstituut wel een heel slechte reden zijn om zich uit voorzichtigheid maar verre te houden van ideeen en personen die wel eens controversieel zouden kunnen zijn.