Hannon met chique stem in opwindend concert

Wat is romantischer dan twee violen? Een stuk of twintig strijkers. Zoiets moet Neil Hannon, zanger en songschrijver van The Divine Comedy gedacht hebben toen hij aan de opnamen begon van zijn nieuwste, vijfde cd Fin de Siecle.

Fin de Siecle klinkt dan ook als een oefening spitsroeden lopen tussen statige elegantie en romantiek van suikerspin-allooi. Daarom was het des te verrassender dat Hannon gisteravond in de Melkweg werd geflankeerd door twee gitaristen, twee slagwerkers en twee keyboardspelers. De violen en hoorn waren achterwege gelaten, ook in synthetische vorm.

Neil Hannon ziet eruit als een stereotype Engelsman. Zo een die zoals John Cleese ooit zei, niet durft te vragen hoe het met je gaat, uit angst dat je net iets vreselijks is overkomen. Hij is een zingende John Steed (de Wrekers) met de gedragen voordracht van Neil Tennant (Pet Shop Boys). Zijn lichaamsverhoudingen zijn ongewoon, met een groot hoofd op smalle schouders, gestoken in zwart strak pak - als de mannequin van een sadistische modeontwerper.

Zijn stem is diep en chic, met trillers in de hoogte; met kleine vingerbewegingen geeft hij zijn muzikanten de maat aan. Maar hoe upper class dit ook allemaal klinkt, het is slechts een kleine stap naar de profane kant van Hannon. De Hannon die z'n kont draait naar het publiek omdat er gedanst moet worden, zingt over `Generation Sex' (een zinnige interpretatie van het modieuze `Generation X').

De dandy-achtige kwaliteit van de cd's werd gisteravond ingeruild voor een krachtig, dynamisch geluid waardoor er een opwindend concert ontstond. Door het front van gitaren klonken ook de subtielere invullingen van de andere muzikanten: het geritsel van een soort knoet met belletjes, de elektronische zweepslagen van de drummer en zo nu en dan zelfs de triangel. Tegen het eind van het optreden ontspoorden de nummers soms. Dan leek Neil Hannon te denken dat hij Jim Morrisson was en verdronk de muziek in galm en te veel instrumenten.

Maar degenen die Hannon `pretentieus' zouden willen noemen, hebben hem niet goed begrepen. Natuurlijk flirt Hannon met pretenties, daarom heet zijn band `The Divine Comedy', nam hij op zijn eerste plaat een liedje op waarvan de tekst uitsluitend bestond uit namen van verantwoorde schrijvers (Cervantes, Simone de Beauvoir) en zingt hij over een van zijn heldinnen: `She only reads French authors'. De persoon Neil Hannon heeft het verhevene en het alledaagse moeiteloos in zichzelf verenigd.