`Groeicijfers over Schiphol onjuist'; Rekenkamer kritiseert vorig kabinet

Het vorige kabinet heeft in 1995 willens en wetens informatie buiten beschouwing gelaten die niet strookte met zijn voornemen Schiphol fors te laten groeien zonder het milieu bij de luchthaven aan te tasten.

Dit stelt de Algemene Rekenkamer in een vandaag verschenen rapport over de groeicijfers van Schiphol, dat op verzoek van de Tweede Kamer is verricht. “Men koos voor zonneschijn als toekomstbeeld, sloot de ogen voor de druppels die al vielen, en ging zonder paraplu op pad', zo vat de Rekenkamer het beleid van het kabinet samen. Het kabinet formuleerde samen met de Tweede Kamer het officiele beleid voor Schiphol voor de periode tot 2015 in de zogenoemde Planologische Kernbeslissing (PKB) uit 1995. Op grond daarvan mocht de luchthaven groeien tot een capaciteit van 44 miljoen passagiers per jaar. Intussen moest vanaf 2003, wanneer een nieuwe vijfde baan gereed zou zijn, het aantal huizen dat ernstige hinder ondervond van vliegtuiglawaai tot maximaal 10.000 zijn teruggebracht.

De Rekenkamer omschrijft de PKB als “een risicovol besluit'. Volgens haar is het onwaarschijnlijk dat de PKB-milieudoelstellingen in 2015 kunnen worden gerealiseerd, tenzij de groei in de luchtvaart drastisch zou afnemen.

Op allerlei punten rammelde de besluitvorming van het kabinet. Bij haar onderzoek kwam de Rekenkamer tot de ontdekking dat het kabinet de Tweede Kamer cijfers voorlegde die een zeer vertekend beeld van de recente groei op de luchthaven bood. Zo noemde het kabinet slechts de gemiddelde groei van het aantal vluchten uit de periode tussen 1980 en 1994 (4,7 procent) en negeerde het de veel onstuimiger groei uit de jaren 1990-1994 (7,9 procent). In de PKB werd zelfs uitgegaan van een gemiddelde jaarlijkse groei in het aantal starts en landingen van slechts 3,1 procent.

Bij het vaststellen van de economische effecten van de groeiscenario's waarvoor het kabinet uiteindelijk opteerde op gezag van vooral het ministerie van Economische Zaken, werd uitgegaan van een groei in het aantal passagiers tussen 1990 en 2003 van 3,9 procent.

In de jaren 1990-1997 bedroeg de werkelijke groei volgens de Rekenkamer echter 9,7 procent.

De Rekenkamer spreekt er haar verbazing er over uit dat de betrokken ministeries, Verkeer en Waterstaat, VROM en Economische Zaken, niet letten op de ambitieuze marktstrategie van de KLM. Ook toen Schiphol in 1994 met cijfers kwam die erop wezen dat de voorspellingen van het kabinet niet deugden, wilde het zijn standpunt niet herzien. Minister Jorritsma wekte tegenover de Tweede Kamer ten onrechte de indruk dat die cijfers niets nieuws aantoonden, aldus de Rekenkamer.