Genderkliniek overweegt verhuizing naar het buitenland

De Utrechtse Genderkliniek verhuist naar het buitenland. Directeur B. van Delen neemt nog deze week een besluit over de toekomst van de kliniek. Als de kliniek dezer dagen inderdaad vertrekt stapt de Inspectie voor de gezondheidzorg niet naar het openbaar ministerie om desluiting ervan af te dwingen.

De kliniek, waar door scheiding van zaadcellen kinderen van het gewenste kunnen worden verwekt, moest op 1 oktober van minister Borst (Volksgezondheid) haar werkzaamheden staken. Borst vindt het ethisch niet juist dat mensen om niet-medische redenen het geslacht van hun kind willen bepalen.

Om het verbod te omzeilen splitste Van Delen de kliniek op te splitsen in een centrum voor voorlichting en een laboratorium waar de zaadcellen worden gescheiden. Daarna kunnen artsen het voorkeurszaad bij de vrouw insemineren.

De Inspecteur voor de gezondheidszorg deed na 1 oktober onderzoek naar de gang van zaken in de kliniek. Voor een antwoord op de vraag of de Genderkliniek in de opgesplitste vorm het verbod overtreedt wilde de Inspectie het openbaar ministerie inschakelen. Omdat Van Delen nu zegt met zijn kliniek op korte termijn naar het buitenland te vertrekken ziet de Inspectie geen aanleiding meer om naar het OM te stappen.

Van Delen maakte al eerder bekend zijn kliniek naar het buitenland te willen verplaatsen, maar later zag hij daar echter van af en koos hij voor splitsing van de kliniek. Volgens hem is die oplossing juridisch wel correct, maar in de praktijk is zij niet aanvaardbaar omdat het een een rommelige indruk maakt.

In veel landen is volgens Van Delen een genderkliniek wel toegestaan. Hij denkt uit te kunnen wijken naar Belgie, maar ook Engeland en Tsjechie zijn in beeld.

Ook sluiting van de kliniek is volgens Van Delen een mogelijkheid.