Europa is meer dan geld alleen

Niet de Nederlandse Europarlementariers schaden het Nederlands belang in Europa, zoals minister Zalm stelt, maar het kabinet met zijn lichtzinnige regeerakkoord voor wat betreft de financiering van de Europese Unie, meent Laurens Jan Brinkhorst.

Sommige VVD-politici weten nog steeds niet goed hun houding te bepalen tegenover de verkozen Nederlandse leden van het Europees Parlement. Te pas en te onpas betichten zij de Europarlementariers ervan het Nederlandse belang te schaden met uitspraken over Europees beleid die niet passen in het beeld dat zij zichzelf van Europa hebben gevormd. Zakelijke kritiek blijft evenwel achterwege. Emotionele registers worden opengetrokken: boodschappers van slechte tijdingen zijn eigenlijk landverraders, de Nederlandse zaak onwaardig.

Dit weekeinde was het weer raak. Minister Zalm betichtte op een VVD-bijeenkomst in Brussel Europarlementariers van onvaderlands gedrag: “Geen enkele lidstaat heeft zulke Europarlementariers als de onze, die het belang van het eigen land schade berokkenen.' Dergelijke hoogdravende woorden zouden als lichtelijk belachelijk kunnen worden genegeerd, als zij niet waren uitgesproken door de Nederlandse minister van Financien zelf op een openbare bijeenkomst van zijn partij.

Wat riep de toorn van onze schatkistbewaarder op? Het was een reactie op de opstelling van het Europees Parlement (EP) in de eerste lezing van de Europese begroting 1999. Het EP nam toen een zeer spaarzame begroting aan (nota bene lager dan het bedrag dat de Raad van Ministers in eerste lezing had vastgesteld). Maar het voegde daar een globale reserve van 1,6 miljard euro aan toe om daarmee zijn begrotingsrechten veilig te stellen voor het geval dat het volgend jaar onverhoopt niet zou lukken met de Raad tot nieuwe spelregels (in Europees jargon: een interinstitutioneel akkoord) te komen voor de financiele meerjarenraming voor de jaren 2000-2006 (de zogenoemde Agenda 2000). Het Europees Parlement hecht groot belang aan dat nieuwe akkoord, omdat met een meerjarig financieel kader ook de begrotingsbevoegdheden van het EP in het geding zijn.

Iedereen wenst begrotingsdiscipline, maar binnen dat kader wil het Europees Parlement dat er meer flexibiliteit komt tussen de verschillende begrotingscategorieen, om binnen een beperkt financieel kader toch nog politieke prioriteiten te kunnen aanbrengen. Ook wil het EP met het oog op de landbouwactiviteiten dat een zuinig financieel beleid gepaard gaat met meer democratie. Het moet ieder, die de democratie niet alleen met de mond belijdt, een doorn in het oog zijn dat de Europese landbouwuitgaven (nog steeds ruim 45 procent van de totale EU-begroting) aan geen enkele parlementaire controle noch nationaal, noch Europees onderworpen zijn. Deze volstrekt redelijke lijn wordt in brede kring in het EP gesteund en ook unaniem door alle VVD'ers in het EP.

Gezien de hardnekkige opstelling van sommige lidstaten is het wellicht mogelijk om volgend jaar bijtijds een akkoord te bereiken over de nieuwe financiele perspectieven. In dat geval zal de begroting voor het jaar 2000 gebaseerd worden op die van 1999 en in dat verband is de opname van de globale reserve van belang. Door alle bedragen in de reserve te plaatsen die het verschil uitmaken tussen de te verwachten werkelijke uitgaven stelt het EP zijn rechten veilig voor die begroting. Een gewaarschuwd man telt nu eenmaal voor twee. Het zou niet voor het eerst zijn dat de Raad zich niet aan eerder gemaakte afspraken houdt. Met een uitholling van zijn rol als medebegrotingswetgever zal dit Europees Parlement niet kunnen instemmen.

Minister Zalm geeft dan ook een volstrekt verkeerde voorstelling van zaken wanneer hij Europarlementariers ervan beschuldigt de budgetdiscipline te verwoesten. De inzet is niet het uitgeven van meer geld, maar meer democratie in Europa.

Inhoudelijk is er dus niets schandelijks aan de hand. Integendeel, het parlement is er voor de democratische controle. Als goede democraat zou onze minister de leden van het Europees Parlement dus eerder moeten prijzen, dan laken. Op hoge toon uitgesproken standjes door aangebrande regeerders zijn ook staatsrechtelijk volkomen misplaatst. Europarlementariers zijn geen schoothondjes van de nationale overheid. Zij hebben hun eigen verantwoordelijkheid als rechtstreeks gekozenen op nationale en Europese pogramma's.

Tenslotte dit. Wie schaadt er eigenlijk het nationale belang als eenzijdig onverantwoorde kortingen worden ingeboekt op verplichte nationale bijdragen aan de Europese begroting, terwijl het bekend is dat voor veranderingen de unanimiteit in de Europese ministerraad nodig is? Het regeerakkoord geeft op dit punt blijk van een onverantwoordelijke lichtzinnigheid, die bij niet doorvoering bij de bevolking begrijpelijke teleurstelling en oplopende Euroscepsis zal oproepen. Natuurlijk moeten de Europese begrotingsregels worden aangepast en Nederland moet daaraan een redelijke bijdrage leveren, daarover is iedereen het eens. Ongerijmdheden als de Britse korting moeten worden gecorrigeerd.

Het zal veel inspanning en inventiviteit vergen om dat te bereiken. Maar waarom is er eigenlijk nooit een redelijk overleg gevoerd met Nederlandse Europarlementariers over de door Nederland te volgen tactiek voor meer evenwicht bij het Europese `eigen middelen-regime'? Aan een politiek van hou-me-vast-of-ik-bega-een-ongeluk bestaat geen behoefte. Daarmee verschaalt het Nederlandse Europabeleid tot een louter financieel beleid. Er dreigt in ons land een uitslaande brand te ontstaan over de zogenoemde nettobijdrage.

In Nederland zijn genoeg bekwame rekenmeesters a la Zalm om een Europese rekenlat te hanteren. Die weten de prijs van de gekke koeienziekte en van de varkenspest voor onze boeren te beperken. Maar wie weet voor Nederland de waarde van democratie, politieke en militaire stabiliteit, een krachtig milieubeleid en effectieve besluitvorming in een groter Europa in te schatten. Het wordt tijd voor een nationaal debat over Europa. Dat is een werkelijk nationaal belang.