De opties in de strijd om de EU-bijdrage

Vrijdag bespreekt het kabinet de tactiek om de Nederlandse bijdrage aan de Europese Unie omlaag te krijgen. Nederland heeft een aantal opties op een rijtje gezet.

“Of het nu linksom is of rechtsom', volgens minister Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) is Nederland bereid alle mogelijke middelen flexibel, in te zetten om te bereiken dat de bijdrage aan de Europese Unie met 1,3 miljard gulden vermindert. Een notitie over die middelen wordt vrijdag door het kabinet besproken en daarna naar de Kamer gestuurd.

De notitie, opgesteld door een ministeriele stuurgroep, waarin zijn vertegenwoordigd de ministers van Buitenlandse Zaken, Financien en Landbouw, de staatssecretaris van Economische Zaken en de premier, bevat een overzicht van de manieren waarop Nederland in meerdere of mindere mate kan bereiken dat de netto-bijdrage omlaag gaat, zoals de coalitiepartijen in het regeerakkoord hebben afgesproken. Daarbij wordt geen keuze gemaakt voor een bepaalde methode of combinatie van maatregelen. Het is een overzicht van het wapenarsenaal dat de regering ter beschikking denkt te hebben bij de onderhandelingen over de meerjarenbegroting van de EU. Het is de bedoeling dat die onderhandelingen in maart volgend jaar worden afgerond. Premier Kok heeft al gedreigd dat Nederland een veto zal uitspreken over die meerjarenbegroting als niet is voldaan aan de eis dat de Nederlandse netto bijdrage met 1,3 miljard gulden wordt teruggebracht.

Als eerste instrument wordt in de notitie een “reele nulgroei' van de EU-begroting genoemd. Dat betekent dat Nederland slechts een verhoging van de begroting wil toestaan die gelijk is aan de inflatie. Daardoor gaat de Nederlandse bijdrage weliswaar niet omlaag, maar stijgt deze ook niet zoals anders wel zou gebeuren.

Daarnaast wordt het al oudere pleidooi herhaald voor een zogenaamde netto-begrenzer: een systeem dat de bijdrage van lidstaten aan de EU automatisch corrigeert zodra het verschil tussen bijdragen aan en ontvangsten uit de EU-kas een bepaalde grens overschrijdt.

Daaraan is tevens de eis gekoppeld dat er een einde komt aan de speciale korting die Groot-Brittannie op haar bijdrage ontvangt.

Het document noemt ook de mogelijkheid van strengere regels voor bijdragen uit de structuur- en cohesiefondsen aan de armere gebieden in de EU. Door strengere regels zou kunnen worden afgezien van een verhoging van de uitgaven voor deze fondsen, zoals de Europese Commissie wil.

Tegelijkertijd voorziet de notitie de mogelijkheid van een grotere steun uit de structuurfondsen aan Nederlandse achterstandsgebieden (bijvoorbeeld in grote steden of in Oost-Groningen). Daardoor zou de Nederlandse netto-bijdrage aan de EU ook kunnen verbeteren.

Tegen deze laatste optie heeft minister Zalm echter het bezwaar ingebracht dat in zo'n geval de totale uitgaven voor structuurfondsen van de EU worden gestimuleerd. Bovendien kan geld uit de structuurfondsen slechts gebruikt worden bij projecten waarvan de helft door de betreffende EU-lidstaat zelf worden gefinancierd. Toename van steun uit structuurfondsen voor projecten in Nederland zou daarom ook een extra aanslag op de Nederlandse schatkist betekenen.

Hoewel op ambtelijk niveau wel berekeningen zijn gemaakt van de mogelijke financiele gevolgen van het hanteren van de verschillende `wapens' door Nederland worden in de notitie aan de Kamer geen cijfers genoemd. In het stuk wordt ook niet vermeld wat de politieke gevolgen kunnen zijn van het vechten voor de verschillende maatregelen die kunnen leiden tot een daling van de Nederlandse netto-bijdrage.

Wel wordt er nadrukkelijk op gewezen dat geen enkele van deze maatregelen kan worden gerealiseerd als de vijftien lidstaten van de EU daar niet alle mee instemmen.

De Europese Commissie geeft om die reden al deze maatregelen weinig kans. Overigens heeft minister Zalm (Financien) de afgelopen tijd herhaalde keren gezegd dat hij bereid is andere oplossingen te aanvaarden, als de Nederlandse netto-bijdrage er maar door vermindert.

De enige methode om de Nederlandse bijdrage aan de EU te veranderen waarvoor geen unanieme instemming van alle EU-lidstaten nodig is, is de invoering van zogenoemde co-financiering bij het Europese landbouwbeleid. Een percentage van de inkomenssteun voor boeren zou voortaan door de lidstaten zelf moeten worden betaald. Dit systeem zou het verschil tussen de Nederlandse contributie en ontvangsten belangrijk verkleinen. Landen als Frankrijk en Spanje zijn radicale tegenstanders van co-financiering, maar zouden door een gekwalificeerde meerderheid van de EU-lidstaten kunnen worden overstemd.

Bij de bijeenkomst van de EU-ministers van Buitenlandse Zaken gisteren in Luxemburg bleek duidelijk dat de Nederlandse harde opstelling bij het begin van de onderhandelingen over de EU-begroting op een tegenstand stuit die minstens even hard is. Spanje wil niet dat in de toekomst de steun aan nieuwe lidstaten in Midden-Europa ertoe zal leiden dat het zelf minder geld uit de structuur- en cohesiefondsen zal ontvangen. Daarom blokkeerde Spanje gisteren een plan voor financiering van projecten waarmee kandidaat-lidstaten geholpen moeten worden om zich aan de EU aan te passen. Diplomaten verwachten dat dit Spaanse veto pas ingetrokken wordt als er volgend jaar overeenstemming wordt gevonden over het hele begrotingspakket van de EU.