Ambtenaren 3

Prof. Cliteur signaleert aan de hand van enige recente voorbeelden dat de ambtelijke top te veel dissidente geluiden laat horen. Het lijken mij eerder toevallige incidenten. Veel meer verwijtbaar en verontrustender dan deze incidenten is de binnen de ambtelijke wereld soms waar te nemen generaliserende, negatieve houding ten opzichte van politiek en parlement. De veelal grotere deskundigheid van ambtenaren op een bepaald terrein kan nog wel eens leiden tot een zeker dedain bij kennisname van de inbreng van parlementariers.

Niet zozeer eventuele partijpolitieke achtergronden en spontane goedbedoelde belijdenissen van ambtenaren vormen een gevaar voor het goed functioneren van de overheidsdienst, van een bewindspersoon of van de parlementaire democratie, maar een te grote afstand tussen rijksdienst en parlement.

Een misplaatst meerderwaardigheidsgevoel, de gedachte aan macht over het parlementaire gebeuren als gevolg van grotere deskundigheid en kennis dient plaats te maken voor een wederzijds streven deze verworvenheden zoveel mogelijk mee te delen aan en te delen met de gekozen volksvertegenwoordiging.

De relatie tussen rijksdienst en Tweede Kamer kan met steun van bewindspersonen geintensiveerd worden zonder dat het tot meer pietluttige bemoeizucht van de Kamer hoeft te leiden. Een rechtstreeks contact tussen Kamerleden en ambtenaren heeft niets angstwekkends, maar kan er toe bijdragen dat lacunes in kennis en informatie worden opgevuld, concrete gevolgen en uitvoerbaarheid van bepaalde standpunten worden rechtgezet.

Monddood maken is een krampachtige en overdreven reactie op een paar incidenten. De vrijheid van mening er te pas en te onpas uithalen is een wat clichematig misbruik maken van een op zichzelf voortreffelijk uitgangspunt. Het beeld van de `klassieke' ambtenaar geeft Max Weber in zijn Essays in Sociology als volgt weer: `De bureaucratie bestrijdt vanuit puur machtsmisbruik elke poging van het parlement om kennis te verwerven' en zelfs stelt hij dat ambtenarij van nature een slecht geinformeerd en dus een machteloos parlement nastreeft. Dat is een achterhaalde en generaliserende stelling maar dat er in de relatie tussen overheidsdienst en politiek nog heel wat te verbeteren is lijkt mij buiten twijfel.