Acteur vereeuwigd als nar of vagebond; Expositie van portretten in Theaterinstituut Nederland in Amsterdam

Tentoonstelling: Theater op doek. Theaterinstituut Nederland, Herengracht 168, Amsterdam.. Di-vr 11-17u, za en zo 13-17u. T/m 31/3/99.

Acteur Louis Bouwmeester heeft natuurlijk die fascinerende kop als Shylock in Shakespeare's De Koopman van Venetie. Woeste, priemende puntbaard; brandende ogen. Zo schilderde Johan van der Linde hem op het beroemde portret aan het eind van 1880. Het toneelstuk speelde in het Grand Theatre aan de Amsterdamse Amstelstraat. Bouwmeester een man vol bewogenheid en toneeltumult. Als burgerman, zonder schmink, pruik en aangeplakte baard, had Bouwmeester een beduidend geruststellender gezicht. Wat rond, zachte ogen. In 1899 portretteerde de schilder Max Schultze-Strahler hem.

Beide portretten, zo tegengesteld aan elkaar zijn te zien op de expositie Theater op doek in het Theater Instituut in Amsterdam. Dertig schilderijen uit de eigen collectie en enkele bruiklenen uit het Mauritshuis en het Rijksmuseum geven een beeld van hoe het theater, het theaterleven en acteurs in de loop van de eeuwen zijn geschilderd.

Op een van de vroegste olieverven staat een nar met zotskap afgebeeld. Hij is vermoedelijk de rederijker Van der Morsch; zijn kunstgenoot Cornelis Cz. van Haerlem schilderde hem rond 1600. Het is een veelzeggend werk uit een interessante kunsthistorische en theatrale traditie. De zotskap met harlekijnbelletjes is zachtgeel weergegeven, de stof is bijna tastbaar. De man moet een goed acteur geweest zijn. Hij heeft een iets geopende mond, lispelende lippen, wat sloom wegkijkende ogen. De toneelspeler als nar of vagebond: dit beeld is lange tijd misschien wel tot op heden, algemeen aanvaard.

De opmerkelijkste overeenkomst tussen theater- en schilderkunst is de vertoning van de wereld binnen een vaste contour, in beide gevallen de omlijsting. Symbolisch tot in elke verfstreek is het stralende doek Toneelvoorstelling in de open lucht van Matthijs Naiveu (1647-1721), daterend uit het begin van de achttiende eeuw.

Treffender kan de uitspraak `De wereld is een schouwtoneel' niet weergegeven worden. Een man en vrouw liggen languissant terzijde aan de rand van een Italiaans aandoende stad. Zij wijst naar een houten opbouw die de lijst van een schouwburg moet verbeelden.

Binnenin zien we, perspectivisch verdwijnend boomgroepen. Ervoor speelt zich een scene af uit de commedia dell' arte. Zo is het toneel al in de middeleeuwen begonnen: als vermaak onder de open lucht, vaak met geen andere middelen dan een gordijn gespannen tussen twee stokken op een boerenkar. De zotternij werd afgewisseld door ernst.

Pieter Balten (ca. 1520-ca. 1598) maakte een levendige Dorpskermis met theater en processie, helemaal in de stijl van Brueghel of Bosch. Er gebeurt van alles, zoveel dat het onderscheid tussen theater en niet-theater nauwelijks is te trekken. Een man betrapt zijn vrouw op overspel met de pastoor, maar verderop bikkelen kinderen, mint een stelletje, drinken de drinkebroers. Drie eeuwen later zijn acteurs niet langer de zwervende saltimbanques maar gevierde persoonlijkheden uitgegroeid tot mythen. Louis Moritz beeldde de twee hoofdfiguren uit Racine's tragedie Iphigineia in Aulis af als verheven karakters die zich bewust zijn van hun tragische lot. Hij vereeuwigde het moment dat Iphigineia haar vroege dood wordt aangezegd, terwijl haar moeder Klytaemnestra de arm beschermend om haar heen slaat. Ze hebben hevig geopende ogen, de rijke toneelgewaden pronkend om de schouders.

In de loop van de tijd werden er minder schilderijen gemaakt van decors en schouwburginterieurs, des te meer van de toneelspelers zelf. Dat zijn ook de schilderwerken die in de wandelgangen van de Amsterdamse Stadsschouwburg hangen.

Sommige toneelspelers of regisseurs schilderden zelf, zoals Albert van Dalsum en Louis Saalborn. Van de laatste is er een krachtig, hoekig zelfportret te zien uit 1952. Piet van der Hem portretteerde drie jaar later Fie Carelsen in een stijlvolle garderobe. Met recht een diva.

Martin Monnickendam (1874-1943) is een apart schilder in dit genre met een voorkeur voor het publiek. Op een werk uit 1912 heeft hij de welgestelde toeschouwers vereeuwigd in de loge van de Stadsschouwburg. De mannen en vrouwen hebben hun overjas nog aan een enkele vrouw draagt een hoed als een kleine bloementuin, ze drinken koffie. Een man toont meer belangstelling voor het decollete van een blozend meisje dan voor het toneelspel. Een prachtig tijdsbeeld, nee, zo vrijelijk gaat niemand nu naar het toneel.

Artistieke ontwikkelingen in het theater en de schilderkunst volgden elkaar op de voet. Classicisme impressionisme, expressionisme: de stromingen zijn er volop. Dit onderwerp is rijkelijk bedeeld in de Nederlandse schilderkunst, ook met kunstenaars als Kees Maks, Kees Verwey, Eppo Doeve en Herman Bieling. Van de laatste hangt er een schitterende Berlijnse danseres uit de jaren dertig. Volmaakt kubistisch, puur kobaltblauw en puur rood.