Pruimtabak

Voor mij op het bureau ligt een pakje `lichte pruimtabak'. Tijdens het schrijven van dit stukje zal ik een pruimpje nemen. Een keer eerder heb ik een tabakspruim in mijn mond gehad. Ik was toen een jaar of zeven en mocht samen met mijn vriendje meerijden op de tractor van een van de boeren uit het dorp. Deze nam een pruim en bood ook ons een plukje aan.

Dat leek ons wel stoer. Groen en misselijk stonden we een half uur later over te geven in een sloot.

Veel sigarenwinkels hebben geen klanten meer voor pruimtabak hoewel het tot voor kort zelfs in een chique zaak als Hajenius nog op de plank lag. Wel verkopen ze daar nog steeds vijf soorten snuiftabak. Een van de medewerkers was zo aardig mij een snuifje aan te bieden. Twee hoopjes bruin poeder op de rug van mijn hand - en snuif! Het had ongeveer hetzelfde effect als een neusspray, ineens meer lucht, niet onaangenaam. Om deze reden stijgt dan ook de verkoop in najaar en winter. Het gebruik van snuiftabak is, zo vertelt men mij, in tegenstelling tot dat van pruimtabak behoorlijk stabiel.

Maar nu even naar mijn pruim. Op de banderol staat dat ook dit product de gezondheid ernstige schade toebrengt en kanker veroorzaakt. Ik neem een flinke pluk van wat wel grof gesneden shag lijkt, en begin te kauwen.

Pruimtabak wordt nog steeds onder een zestal merknamen als `Duplo' en `Witte Ster' verkocht. De omzet is inmiddels teruggelopen naar zo'n 15 procent van wat er vijftig jaar geleden over de toonbank ging. Het product was vroeger vooral populair onder die beroepsgroepen die wegens brandgevaar niet konden of mochten roken, zoals hooiende boeren en mijnwerkers. Deze laatste groep, zij het dan inmiddels als ex-mijnwerkers, neemt op het ogenblik het grootste deel van de omzet voor haar rekening.

Er is maar een generatie waarbinnen nog gepruimd wordt en het aantal nieuwe gebruikers is te verwaarlozen althans in Nederland. In landen als de Verenigde Staten en Canada wordt nog wel veel gepruimd, niet alleen op het platteland maar ook door honkballers en ijshockeyers. Je pruimt nu eenmaal niet over je longen.

Vaak wordt de gemalen tabak vermengd met kauwgum en worden er pepermunt en fruitsmaakjes aan toegevoegd.

Ook bestaat er een variant in de vorm van een soort theezakje dat in de wang wordt geschoven en waar dus niet op gekauwd wordt. Ook in Zweden schijnt deze vorm van pruimen nog voor te komen.

Inmiddels heeft zich in mijn mond voldoende pruimesap gevormd om de kwispedoor op te zoeken. Hiervoor gebruik ik de toiletpot en ik spuug maar meteen alles uit. Brr...

In het Gelderse Bemmel hoorde ik ooit de uitdrukking `van de pruum speien', wat zoveel betekent als verbaal even flink van leer trekken, iets niet over je kant laten gaan. De uitdrukking zal het nog wel een tijdje uithouden maar de pruum zeer zeker niet.