Nieuw openingsconcept schaker Anand een waar meesterwerkje

In koele cijfers was het een zwaarwegende overwinning van de voornaamste kandidaat voor de eindzege in het Fontys Schaaktoernooi Tilburg op zijn belangrijkste rivaal. Kort gezegd haalde Viswanathan Anand zaterdag in zijn partij tegen Vladimir Kramnik het volle pond uit een diepgravend nieuw openingsconcept terwijl hij niet meer dan 43 minuten verbruikte op de klok.

Een nadere beschouwing van Anands meesterwerkje voerde verder en leidde als vanzelf tot bevlogen bespiegelingen. Over de toekomst van het schaken en de steeds hogere vlucht die de studie van de openingen neemt. Fraai was in ieder geval de epiloog die zich 's avonds afspeelde in de ontspanningsruimte van het spelershotel.

Terwijl Anand en zijn secondant Ubilava zaten bij te komen van een verkwikkend potje tafeltennis zag Ubilava dat Kramnik, die ook langs was geweest, zijn notatiebiljet had laten liggen. Hij keek er kort naar en zei toen verbaasd tegen Anand: “Weet je dat het handschrift van Kramnik na 15.h3 meteen slordiger wordt?' Anand geloofde er niks van maar een korte blik op het papier was voldoende.

Inderdaad, vanaf de vijftiende zet van wit veranderden de bedachtzaam en beheerst neergeschreven zetten in gejaagde en verbeten aantekeningen. Vanaf dat op het oog zo onschuldige vijftiende zetje was voor Kramnik alles duidelijk geweest. Wit deed niet meer dan de zwarte dameloper een veld terugdrijven voordat hij verder ging met de plannen die al eerder waren geprobeerd in deze stelling en toch zat zwart van het een op het andere moment met een ontwrichte huishouding.

Thuis in Collado, hun woonplaats in de heuvels rond Madrid, hadden Anand en Ubilava het hele plan tot in de details uitgewerkt en met de computer onderzocht op eventuele lekken. Zoals wel bleek in de analyse na afloop. Tot aan de 27ste zet, daar waar de strijd al lang en breed beslist was, hadden ze de stelling in hun voorbereiding nog op het bord gehad.

De bewondering voor Anands huiswerk was gemengd met het bange voorgevoel dat op deze manier de creativiteit aan het bord een steeds kleinere rol zal gaan spelen.

Die vrees werd door Anand zelf meteen tegengesproken. “Dit zijn uitzonderingen. Wij werken behoorlijk hard aan mijn openingenrepertoire, want als je dat niet doet wordt de opening een dood iets waar je niets mee bereikt. Maar zo'n vondst doe je misschien een keer per maand. Vergeet niet dat slechts een fractie van de openingsvarianten zich leent voor zo'n diepgravende analyse. Het is ook niet voor niets dat zowel Leko als Svidler na afloop van de partij naar me toekwamen en vertelden dat ze ook in deze variant op zoek waren geweest.'

Alsof Anands uitspraak wel enige steun kon gebruiken speelden de openingen in de overige partijen van de tweede en derde ronde een tamelijk ondergeschikte rol. Misschien met uitzondering van de partij tussen Jeroen Piket en Peter Svidler, waarin de Nederlander zich tot grote verbazing van zijn tegenstander met het Spaans verdedigde.

De praatgrage Rus legde na afloop graag uit waarom hij blij had opgekeken. “Van de 22 partijen die ik dit jaar heb gewonnen won ik er tien met het Spaans, waarbij opgemerkt moet worden dat ik een van die partijen met zwart speelde. De opstelling die Piket koos is misschien met goed spel te verdedigen, maar is op zijn zachtst uitgedrukt onaangenaam.'

Nauwelijks had Svidler zijn conclusie getrokken of hij voegde eraan toe dat hij helemaal niet over zijn Spaanse successen moest praten, omdat dat alleen maar ongeluk kon brengen. Hij had opnieuw gelijk. In de derde ronde was het Spaans, dit keer weer eens met zwart, hem opnieuw goed gezind, totdat hij met al te optimistische manoeuvres zijn tegenstander Topalov van gisteren aan het volle punt hielp.

Met die overwinning kwam de Bulgaar op een gedeelde tweede plaats, een half punt achter koploper Anand, die in zijn derde partij tegen Piket tot een weinig opzienbarende puntendeling kwam.

Topalov deelt die tweede plaats met Michael Adams en Loek van Wely. Zij kregen in respectievelijk 87 en 60 zetten Viktor Kortsjnoi, de `professor' van het toernooi, op de knieen.