`Goedkoop nu, is duurkoop later'

De tekorten op de arbeidsmarkt aan HBO'ers zijn een niet te onderschatten maatschappelijk probleem. Om tegemoet te komen aan die groeiende vraag zijn de hogescholen broodnodig, zegt prof. dr. Frans Leijnse, voorzitter van de HBO-raad.

De overheid zou daarom moeten investeren in het hoger beroepsonderwijs in plaats van een sanering door te voeren.

Waarom een brandbrief aan de Kamer? Het is toch inmiddels genoegzaam bekend dat het hoger onderwijs het niet eens is met de bezuinigingen?

Leijnse: “De toename van het aantal HBO-studenten is onvoldoende om de tekorten op de arbeidsmarkt aan te vullen. Berekeningen van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt geven aan dat aan het eind van deze kabinetsperiode de vraag het aanbod met 250.000 zal overtreffen. Ik kan dat moeilijk rijmen met de bezuinigingen van 176 miljoen gulden op de hogescholen voor de komende vier jaar, waardoor ze gedwongen zijn te saneren en personeel te ontslaan. Goedkoop nu, is duurkoop later.'

Maar extra geld doet toch niet opeens meer studenten de hogescholen binnenwandelen?

“Nee, met alleen reguliere HBO-studenten kan dat tekort niet worden opgelost. Dat betekent dat ook mensen moeten worden omgeschoold. En waar kan dat beter gebeuren dan op de HBO-instellingen? Ik pleit voor een fiksevernieuwing in het hoger beroepsonderwijs. De hogescholen moeten investeren in de ontwikkeling van flexibele leerroutes, de overheid moet dat bekostigen. Dat heeft grote voordelen: het hoger beroepsonderwijs begeeft zich op een gunstige markt waardoor het minder afhankelijk wordt van het initiele onderwijs en dus van overheidsfinanciering. En de tekorten op de arbeidsmarkt worden aangepakt. Dat is van groot maatschappelijk belang.'

Waar denkt u aan bij flexibele leerroutes?

“Dat kan van alles zijn. Cursussen voor de werknemers van een bepaald bedrijf, korte leertrajecten om MBO'ers naar een HBO-niveau te brengen en omscholingscursussen. Het gebeurt nu al: hogescholen verzorgen opleidingen voor de werknemers van bedrijven als de Rabobank en KPN.

De vraag naar dit soort bijscholing zal in de nabije toekomst enorm toenemen.'

Noemt u eens een voorbeeld.

“In de gezondheidszorg worden momenteel veel MBO'ers aangenomen. Een deel van die mensen zal moeten doorgroeien naar een kaderfunctie waarvoor ze HBO-niveau moeten hebben. Die kunnen niet terug in de schoolbanken om de opleiding HBO-verpleegkunde te volgen. Een bijscholingstraject op maat is voor hen een uitkomst. De flexibele leertrajecten houden rekening met de werktijden, de werkervaring de scholing en de leeftijd van de mensen. Iemand die al een paar jaar in een ziekenhuis werkt, hoeft bijvoorbeeld geen stage te lopen.'

Zullen vooral zittende werknemers van de nieuwe leerroutes gebruik maken?

“Het is heel goed denkbaar dat ook uitkeringsinstanties tot de conclusie komen dat het lonend is arbeidsongeschikten en werklozen die al een redelijke opleiding hebben, om of bij te scholen. Een andere interessante groep inactieven zijn de huisvrouwen, die vaak al een opleiding hebben. De komende jaren zal in toenemende mate beroep op hen worden gedaan.'