De hunkering naar meer tijd voor de literatuur; Generale Bank Literatuurprijs naar De Verbeelding van Herman Franke

Twee prijzen kreeg Herman Franke gistermiddag voor zijn roman De verbeelding: de Generale Bank Literatuurprijs 1998 en de gedeelde eerste prijs van een jury van zes Vlaamse en Nederlandse scholieren. Met beide was hij even blij.

“Bij de ex-aequoprijs van de jeugdjury dacht ik al ` 't is goed zo',' zei de ex-criminoloog een uur nadat hij in het televisieprogramma De plantage zijn oorkondes en cadeaus in ontvangst had mogen nemen. Om vervolgens te laten doorschemeren hoe zeer hij “als full-time schrijver die er niet van kan leven' was ingenomen met het aan de GBL-prijs verbonden bedrag van 100.000 gulden.

Geld, daar draaide het om tijdens de live uitgezonden uitreiking van de literatuurprijs die - het kan toeval zijn - sinds twee jaar door de Generale Bank gesponsord wordt. Onder leiding van VPRO-presentatrice Hanneke Groenteman, die zich bij voorbaat excuseerde voor haar “domme vragen', discussieerden de zeven opvallend nerveuze genomineerden over de financiele randvoorwaarden van het schrijverschap. Het was de oudste nomine, Willem Brakman (voor zijn roman Ante diluvium), die de toon zette met een aandoenlijk verhaal over zijn problemen om het schrijven te verbinden met zijn carriere als arts. De op een tweezitsbank geposteerde Frank Bleker en Ruud Elmendorp (genomineerd met de joyceaanse thriller Zwart glas) vertelden over hun sappelbanen als journalist en krantendistributeur. De VPRO-hoofdredacteur televisie H.M. van den Brink (Over het water) en de docent vertaalkunde Frans Denissen (De gigolo van Irma Ideaal) hadden financieel niet te klagen, maar hunkerden naar meer tijd voor de literatuur. En de universitair docent Stefan Hertmans (op de shortlist met de essaybundel Steden) begon een ingewikkeld betoog over achtmaandswerkbeurzen, financiele plafonds en fiscale doorschuiftrucs.

De GBL-prijs ging uiteindelijk naar de man die een paar jaar geleden de universiteit inruilde voor het kunst. Herman Franke werd bekroond voor zijn veelstemmige (derde) boek over het standbeeld van Nelson op Trafalgar Square - volgens de jury onder voorzitterschap van de Gentse museumdirecteur Jan Hoet `een roman die je alleen met groeiende verbazing en bewondering kunt lezen.' Alle zes titels op de shortlist waren in de woorden van Hoet “boeken met veel vlees op de botten (-) geschreven met het plezier waarmee de schilder zijn model beschouwt,' maar De verbeelding was waarschijnlijk het boek waarin de door Hoet verlangde `verbeelding sensibiliteit en een hang naar lichamelijkheid' het best samengingen.

Hoet had eerder hilariteit geoogst met zijn antwoord op Groentemans vraag waarom er geen vrouwen genomineerd waren: “eerst betere boeken schrijven.'

De jeugdjury, die dit jaar voor het eerst om een oordeel gevraagd was, kon niet kiezen tussen Franke en Hertmans en suggereerde haar favorieten om de prijs - een tekening van Kamagurka - maar doormidden te snijden. “Dat komt ervan als je een even aantal mensen in de jury hebt,' zei Aad Nuis na afloop tegen de drie Nederlandse en drie Vlaamse scholieren; de oud-staatssecretaris neemt zelf volgend jaar het volwassen voorzitterschap van een GBL-jury bestaande uit zes personen op zich. De jeugdjury onderstreepte overigens dat de stakende stemmen voor Hertmans en Franke niet langs national(istisch)e lijnen verdeeld waren.

Niet iedereen was even objectief en tevreden. Twee Vlaamse genodigden op het ter gelegenheid van de uitreiking georganiseerde buffet waren teleurgesteld dat niet Hertmans of Denissen had gewonnen. “We dachten: als alle Gouden Uilen naar Nederlanders gaan, dan mag de prijs van een Belgische bank toch wel naar een Vlaming.' Teleurgesteld was ook Willem Brakman, die nog met twee boeken op de longlist voor de GBL-prijs had gestaan. “Natuurlijk: wie niet teleurgesteld is als hij een prijs niet heeft gekregen, kan ook niet blij zijn als-ie hem wel krijgt. Maar ik schrijf verder, met de moed der wanhoop.' De 76-jarige schrijver heeft zo zei hij, al weer twee nieuwe boeken op stapel staan.