De geest van het vredesakkoord van Oslo is definitief dood

Tijdens de onderhandelingen in Wye Plantation is het vredesakkoord van Oslo weer op de been geholpen. Maar het heeft tijdens de chirurgische ingreep van president Clinton wel enige amputaties ondergaan, die `Oslo' blijvend invalide hebben gemaakt, meent Maarten Jan Hijmans. Van vertrouwen tussen beide partijen is geen sprake meer.

Vijf jaar geleden kwamen de erfvijanden Israel en de PLO uit het niets tot elkaar. Het leek een wonder. Er was erkenning over en weer. Er was euforie. En er was hoop dat de akkoorden van Oslo het decennia-oude conflict geleidelijk zouden oplossen in de richting van het befaamde `historische compromis' tussen de twee volken die elkaar het bezit betwistten van dat ene land. De euforie verdween al vrij snel. De hoop niet veel langer daarna, toen de onderhandelingen tot stilstand kwamen. `Oslo' was eigenlijk al dood verklaard. Maar vorige week werd de inmiddels al negentien maanden in coma verkerende patient in Wye Plantation toch nog met kunst en vliegwerk opgelapt.

De prestatie was vooral het werk van president Clinton in de rol van chefarts, met hulp van verpleegster Albright en een speciaal consult van de zelf verre van gezonde koning Hussein van Jordanie. De gesprekspartners waren Arafat die zijn lot zodanig met Oslo heeft verbonden dat voor hem inmiddels elke stap beter is dan helemaal geen stap en Netanyahu die geschrokken is van de mogelijkheid dat Arafat - als er geen doorbraak zou komen - op 5 mei 1999 wanneer de uitvoeringstermijn van de akkoorden van Oslo verstrijkt eenzijdig een Palestijnse staat zou kunnen uitroepen. Succes dus voor de Amerikaanse president. Vervolgens was er beleefd applaus van de VN, de Europese Unie, Rusland en zelfs wat zwakjes van Egypte. Het vredesproces is immers weer in beweging. De opties zijn weer open.

Maar of dat laatste ook echt zo is blijft de vraag. Wat het applaudisserende publiek voor het gemak over het hoofd ziet is dat de inhoud van het bereikte akkoord een wezenlijk smallere basis heeft dan de oorspronkelijke Oslo-akkoorden.

Het akkoord is dus weliswaar weer op de been geholpen, maar het heeft tijdens de ingreep een paar amputaties ondergaan die het waarschijnlijk blijvend invalide hebben gemaakt. `Wye Plantation' heeft de partijen weer in beweging gebracht, maar in feite is `de geest van Oslo' nu pas echt definitief dood verklaard.

Die geest was een mechanisme om via gefaseerde Israelische terugtrekkingen en maatregelen om de levensomstandigheden voor de Palestijnen te verbeteren een vertrouwensbasis te kweken. Op basis daarvan zouden definitieve vredesonderhandelingen volgen, waarin de echt problematische zaken zouden worden getackled, zoals Jeruzalem, de nederzettingen, de terugkeer van Palestijnse vluchtelingen, de uiteindelijke grenzen tussen Israel en het Palestijnse gebied dat het grootste deel van de bezette gebieden zou omvatten. Van die opzet is weinig terecht gekomen. Israel heeft steeds veiligheidsredenen en onvrede over de manier waarop Arafat afrekende met de opposities in zijn eigen gelederen aangevoerd, om de maatregelen niet uit te voeren. Om dezelfde reden werden meerdere deadlines voor Israelische terugtrekkingen onverrichterzake gepasseerd.

`Wye Plantation' heeft nu met die impasse op twee manieren korte metten gemaakt. Alle `achterstallige' Israelische terugtrekkingen zijn op grond van een Amerikaans voorstel, dat al maanden op tafel lag, gereduceerd tot een terugtrekking uit dertien procent van het grondgebied. Als die terugtrekking is voltooid heeft Arafat de beschikking over veertig procent van de Westoever, waarvan hij ruwweg de helft controleert samen met de Israeli's. Over de andere helft heeft Arafat volledige zeggenschap. Die veertig procent vormen geen aaneengesloten geheel, maar zijn een soort lappendeken van enclaves in overwegend joods gebied.

Van een eventueel `recht op meer' heeft Arafat in feite afgezien (al is in Wye Plantation de afspraak gemaakt dat er nog een terugtrekking van ongedefinieerde omvang volgt). Met dit uitgangspunt van een Israelische terugtrekking uit het grootste deel van de Westbank dat overigens sterk afwijkt van de oorspronkelijke opzet van Oslo wordt Arafat aan tafel verwacht bij de onderhandelingen over een uiteindelijk vredesakkoord, die nu binnen enkele dagen moeten beginnen.

De andere essentie van Wye Plantation is dat Arafat heeft moeten toestemmen in een nog grotere Israelische inmenging in zijn veiligheidsbeleid. De Palestijnse leider die in eigen kring toch al het verwijt op zich heeft geladen dat hij optreedt als Israels politieagent en wiens mensenrechtenbeleid volgens Amnesty International een treurig beeld vertoont van onderdrukking van de vrijheid van meningsuiting en willekeurige arrestaties en martelingen heeft zich verplicht nu ook de hele civiele structuur van oppositiebewegingen als Hamas aan te pakken. De Amerikaanse CIA krijgt een officiele rol als toezichthouder en moet beoordelen of de aanpak wel naar Israels tevredenheid wordt uitgevoerd. Het zijn deze punten die Arafat in Palestijnse kring op scherpe kritiek zijn komen te staan. Iemand als Edward Said verwijt Arafat dat hij niet ronduit toegeeft dat onderhandelingen met dit territoriale uitgangspunt nooit kunnen leiden tot Palestijnse zelfbeschikking of een levensvatbare Palestijnse staat en dat Arafat zich zelfs in het kleine gebied waar hij de scepter zwaait door Israel de wet laat voorschrijven. Ook binnen de bezette gebieden is er volop kritiek. De eerste botsingen tussen Arafats veiligheidstroepen en critici vonden dit weekeinde al plaats.

Dan is er nog de eis van Israel dat het Palestijnse Handvest van voor Israel onvriendelijke passages wordt ontdaan, waarop door de Palestijnen met schouderophalen is gereageerd (het Handvest is in 1996 al eens geschoond en met enig recht kan worden beweerd dat de Israel-onvriendelijke passages toch al hadden afgedaan nadat de PLO Israel had erkend in de akkoorden van Oslo).

Tenslotte is in Wye Plantation afgesproken dat eindelijk een corridor wordt geopend die de Palestijnen vrije doortocht verschaft tussen Gaza en de Westoever, dat het vliegveld van Gaza open zal gaan en dat Palestijnse gevangenen in Israelische gevangenissen worden vrijgelaten. Deze afspraken stonden al in het oorspronkelijke Oslo-akkoord en hadden dus vijf jaar geleden al moeten zijn uitgevoerd. Niet al te verwonderlijk reageerde de Palestijnse staat dan ook vooral met scepsis: men wil eerst wel eens zien of het dan nu wel allemaal voor elkaar zal komen. “Sehen muss ich, blinde Maupie', zeiden ze vroeger in de Amsterdamse jodenhoek.

`Sehen muss ich' geldt voor de hele verdere gang die nu moet worden afgelegd. De komende maanden staan de meest gecompliceerde onderhandelingen van het hele Oslo-proces op het programma. Maar door de ingewikkelde politieke situatie die inmiddels in Israel is ontstaan, is onduidelijk door wie ze zullen worden gevoerd. Weliswaar zal de socialistische oppositie ervoor zorgen dat Netanyahu in de Knesset de gewenste meerderheid krijgt voor `Wye Plantation', maar het `veiligheidsnet' dat de socialisten hem bieden wordt maar voor een periode van twee weken opgehouden. Het is meer dan waarschijnlijk dat Netanyahu's kabinet daarna door het overlopen van de uiterste rechtervleugel die diep teleurgesteld is over de `concessies' die hij heeft gedaan zal worden gevloerd.

Met alle onzekerheden vandien of in die periode dan wel uberhaupt aan de uitvoering van de in de VS gemaakte afspraken zal worden gewerkt.

Maar vooruitgang of niet, het laat onverlet dat als er wordt gepraat dit gedaan zal worden op basis van akkoorden die hun oorspronkelijke bedoeling zijn kwijtgeraakt om via een geleidelijk proces van toenadering te werken aan een definitieve regeling waarbij ook aan de Palestijnse rechten op zelfbeschikking en onafhankelijkheid zo goed mogelijk tegemoet wordt gekomen. In dat opzicht heeft Oslo niet gewerkt. En dat is in Wye Plantation onderstreept.