De Europese werkbalk

DE PRIORITEITEN op de Europese werkbalk zijn in snel tempo aan het verschuiven. Op de informele top van staatshoofden en regeringsleiders die dit weekeinde in Oostenrijk werd gehouden, spraken alle aanwezigen over economische groei, banenplannen en renteverlagingen. Niet langer vormden inflatie en overheidstekorten het onderwerp van gesprek, maar de dreiging van een recessie.

Europa is in enkele weken tijd van politieke kleur verschoten. De overwinning van de sociaal-democraten in Duitsland heeft niet alleen een einde gemaakt aan de lange periode-Kohl (in Oostenrijk tot `ereburger van Europa' benoemd), maar ook de politieke pendule een zwenking naar links van het midden gegeven. De nieuwe bondskanselier Schroder mag zich graag als pro business profileren, met de benoeming van Oskar Lafontaine tot `superminister' van Financien is in Duitsland de politiek van het economisch interventionisme aan de macht gekomen. Vorige week werd in Italie de ex-communistische leider Massimo d'Alema als premier aangewezen en ook hij komt uit de school van overheidsingrijpen. Van de elf landen die deelnemen aan de euro hebben er nu negen een regering met een dominante sociaal-democratische partij. Frankrijk, jarenlang een eenling als het om oproepen voor grotere economische coordinatie ging weet zich omringd door nieuwe geestverwanten.

Dit is de politieke verschuiving. De economische verschuiving is tweeerlei. In de eerste plaats bestaat er hervormingsmoeheid in veel Europese landen na de inspanningen die zijn verricht om te voldoen aan de toelatingscriteria voor de Economische en Monetaire Unie. De stemming is omgeslagen van ombuigingen, hervormingen van de sociale zekerheid en aanpassingen van de verzorgingsstaat naar aandacht voor groei en banenschepping. Daar komt bij dat het economische klimaat is veranderd: de internationale financiele crisis dreigt de wereldeconomie aan te tasten, de Verenigde Staten bereiden zich voor op een recessie en de Europese Unie kan daar niet immuun voor blijven.

ALLE REDEN voor een eenstemmig koor dat de Europese Unie de groei moet stimuleren met een werkgelegenheidspact investeringen in openbare werken en een renteverlaging.

Maar werkt dat? Nee. Het werkloosheidsvraagstuk, het is al jaren bekend, is een structureel probleem in Europa dat zich niet duurzaam laat oplossen met banenplannen. Keynesiaanse investeringen in de infrastructuur leveren - zie Japan - geen bijdrage aan versterking van de Europese concurrentie. En het rentebeleid is in handen van de Europese Centrale Bank, die zich volgens het Verdrag van Maastricht uitsluitend moet richten op prijsstabiliteit.

De onafhankelijkheid van de ECB is ter discussie gesteld nu verscheidene politici openlijk hebben opgeroepen tot een renteverlaging en tot aanvulling van het mandaat van de ECB met de verplichting het algemene economische beleid van de eurolanden te ondersteunen. ECB-president Duisenberg heeft vorige week al gewaarschuwd tegen politiek interventionisme in het monetaire beleid. Hierop zal de strijd zich de komende tijd toespitsen en het valt te hopen dat de ECB de politieke druk zal weten te weerstaan. De sanering van de Europese overheidsfinancien en de verzorgingsstaat is nog altijd onvoltooid. En daar moeten de oplossingen van het werkloosheidsprobleem gezocht worden. Hoogdravende plannen zouden de inspanningen van jaren in een keer verspelen. Dat zou pas echt schadelijk zijn voor het groeiperspectief van de Europese economieen.