Conflicten van Moliere worden niet uitgewerkt

De laatste dagen van toneelschrijver Moliere lenen zich uitstekend voor een toneelstuk. De bejubelde en verguisde held is een oude zieke man geworden die wordt bedrogen door kwakzalvers en door zijn jonge vrouw.

Tijdens de uitvoering van zijn laatste stuk, De ingebeelde ziekte, zakt hij in elkaar op het toneel. De mensen juichen omdat hij zo levensecht een stervende uitbeeldt.

Het Stuffed Puppets Theatre koos het leven van de zeventiende-eeuwse satiricus als uitgangspunt voor een poppenspel. De Australische Amsterdammer Neville Tranter is de enige acteur op het toneel. Hij bedient alle poppen in z'n eentje en speelt een bijrol als Toinette, de bediende van Moliere. De poppen zijn mooi - karikaturaal en toch menselijk - en Tranter bedient ze vaardig. Hij staat naast de manshoge poppen en steekt zijn hand in hun hoofden. Uit de manier waarop hij de bleke, vriendelijk glimlachende Moliere op bed legt, blijkt veel liefde voor zijn schepping.

Zoals gezegd biedt Moliere's biografie genoeg aanknopingspunten voor een fraaie voorstelling: het conflict met zijn overspelige echtgenote; het conflict met zijn veeleisende broodheer koning Louis XIV die geen aanstootgevend toneel tolereert; en het conflict met zijn geweten, Mr. Punch, die juist vindt dat de satires veel schokkender moeten zijn. Moliere probeert ze allemaal te plezieren, terwijl hij ook nog wordt geplaagd door tuberculose en een writer's block.

Alle ingredienten zitten erin, toch is Moliere een mislukte voorstelling. Tanter speelt en spreekt te traag, het toneelstuk sleept zich voort. Alle conflicten worden genoemd, maar niet uitgewerkt. Het blijven wat losse scenes, afgewisseld met veel dode momenten. Het komt niet eens tot een treffen tussen Louis XIV en Moliere.

De komisch bedoelde intermezzo's zijn ook mislukt. Louis XIV, weelderig en stralend zoals het een zonnekoning betaamt, mag een nummertje rappen, maar hij brengt er niets van terecht. Veel te langzaam en niet ritmisch draagt hij zijn tekst voor. Alleen het achtergrondkoortje dat `Louie, Louie' zingt is wel aardig.

Vlak voor Moliere sterft, richt hij zich in een monoloog nog eenmaal tot Louis XIV. Rochelend van de TBC wijst hij de koning op hun zielsverwantschap. Ze zijn tenslotte allebei eenzame paljassen met een pruik op: “Varkens zijn we, die elkaars reet besnuffelen.' Dat is een ontroerende scene. Tranter laat dan even zien wat Moliere had moeten worden.